Besluit van 1 juni 2026 tot wijziging van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen in verband met modernisering (Modernisering voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen) [KetenID WGK028655]
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 februari 2026, nr. 2026000445;
Gelet op artikel 2, tweede lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord 18 maart 2026, nr. W04.26.00047/I;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 mei 2026, nr. 2026-0000140575;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2, eerste lid, wordt «50» vervangen door «75».
B
Artikel 3, eerste en derde tot en met zesde lid, komt te luiden:
1.
Aan ministers en staatssecretarissen die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 75 kilometer van het ministerie bevindt, wordt op hun verzoek, naargelang de beschikbaarheid, voor de duur van de vervulling van hun ambt een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie ter beschikking gesteld.3.
Aan ministers en staatssecretarissen die een gemeubileerde verblijfsvoorziening als bedoeld in het eerste lid ter beschikking is gesteld, worden in verband met de verblijfsvoorziening verstrekt dan wel de kosten vergoed van:- huur van een parkeerplaats, voor zover deze onderdeel uitmaakt van de ter beschikking gestelde verblijfsvoorziening;
- beveiliging als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
- informatie- en communicatievoorzieningen als bedoeld in artikel 5;
- gemeentelijke belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet en waterschapsbelastingen als bedoeld in artikel 123, eerste lid, onderdeel a, van de Waterschapswet;
- abonnement voor ontvangst van radio en televisie;
- abonnement voor een krant;
- gas, licht, water;
- wassen en strijken;
- schoonmaak.
4.
In plaats van de in het eerste en derde lid bedoelde voorziening kunnen bewindslieden die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 75 kilometer van het ministerie bevindt en die op het tijdstip van benoeming reeds een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie huren of in eigendom hebben, aanspraak maken op een bedrag ter vergoeding voor verblijfkosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de afstand van de woonplaats of deel van de woonplaats van de betrokkene tot het gebouw van het betreffende ministerie.5.
De hoogte van het in het vierde lid bedoelde bedrag wordt als volgt berekend:75 kilometer: 85 * X150 kilometer en meer: 140 * Xwaarbij X gelijk is aan het voor dienstreizen van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, geldende bedrag voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies, zoals overeengekomen in de voor die ambtenaren laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies. De vergoeding, behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro’s.6.
Een verstrekking als bedoeld in het eerste of derde lid of een vergoeding als bedoeld in het derde of vierde lid wordt in aanmerking genomen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.C
Artikel 3, tweede en zevende lid, komt te luiden:
2.
In afwijking van het eerste lid wordt vanuit veiligheidsoverwegingen aan Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken te allen tijde het Catshuis als gemeubileerde verblijfsvoorziening ter beschikking gesteld.7.
In afwijking van het zesde lid valt de terbeschikkingstelling van het Catshuis aan onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken als bedoeld in het tweede lid onder de gerichte vrijstelling als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964.D
In artikel 4, derde lid, wordt «tweede en vijfde lid» vervangen door «derde en zesde lid».
E
In artikel 10, tweede lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot e en f een onderdeel ingevoegd, luidende:
- voor de Minister of Staatssecretaris belast met de zorg voor ontwikkelingssamenwerking € 940,00;
- voor Onze Minister van Defensie € 940,00;