Part of Smart Yellow Suite

WGK028199
Besluit houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met de inwerkingtreding van de Wet invoering tweestatusstelsel

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Justitie en Veiligheid
Datum uitgave 19 november 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Opschrift

Wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met de inwerkingtreding van de Wet invoering tweestatusstelsel

Samenvatting

De Wet invoering tweestatusstelsel noopt tot wijzigingen van technische aard in het Vreemdelingenbesluit 2000. Dit conceptbesluit voorziet daarin.

Documenten

stb-2026-105 (PDF)

Wet van 22 april 2026 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om onderscheid te maken tussen vluchtelingen en vreemdelingen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming en in verband daarmee nadere eisen te stellen aan de nareis van gezinsleden van vreemdelingen die internationale bescherming genieten, en dat het daarom nodig is de Vreemdelingenwet 2000 te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Vreemdelingenwet 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

B

Artikel 28, eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

  1. ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verlenen aan de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, die voldoet aan de in artikel 29, derde lid, of artikel 29a, derde lid, gestelde voorwaarden;
C

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan worden verleend aan de vreemdeling die verdragsvluchteling is.
2.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan voorts worden verleend aan de hierna te noemen gezinsleden van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling, indien deze op het tijdstip van binnenkomst van die vreemdeling behoorden tot diens gezin en gelijktijdig met die vreemdeling Nederland zijn ingereisd:
  1. de echtgenoot of het minderjarige kind;
  2. de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van die vreemdeling, dat hij om die reden behoort tot diens gezin;
  3. de ouders, indien de vreemdeling minderjarig is.
3.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan voorts worden verleend aan de hierna te noemen gezinsleden van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling, indien deze op het tijdstip van binnenkomst van die vreemdeling behoorden tot diens gezin en zijn nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, is verleend:
  1. de meerderjarige echtgenoot;
  2. het biologische of geadopteerde minderjarige kind;
  3. de ouders, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is;
  4. de minderjarige broer of zus, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is, die broer of zus gelijktijdig met een ouder, bedoeld in onderdeel c, de aanvraag heeft ingediend en ten laste komt van die ouder.
D

Na artikel 29 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 29a
1.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan worden verleend aan de vreemdeling die geen verdragsvluchteling is en aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade, bestaande uit:
  1. doodstraf of executie;
  2. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of
  3. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
2.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan voorts worden verleend aan de hierna te noemen gezinsleden van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling, indien deze op het tijdstip van binnenkomst van die vreemdeling behoorden tot diens gezin en gelijktijdig met die vreemdeling Nederland zijn ingereisd:
  1. de echtgenoot of het minderjarige kind;
  2. de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van die vreemdeling, dat hij om die reden behoort tot diens gezin;
  3. de ouders, indien de vreemdeling minderjarig is.
3.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan voorts worden verleend aan een gezinslid als genoemd in artikel 29, derde lid, onderdelen a tot en met d, van de vreemdeling bedoeld in artikel 29a, eerste lid, indien dat gezinslid op het tijdstip van binnenkomst van de vreemdeling tot diens gezin behoorde en:
  1. twee jaar zijn verstreken sinds de verlening van de verblijfsvergunning asiel aan de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid;
  2. de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
  3. de vreemdeling beschikt over huisvesting, waaronder mede wordt verstaan het verblijf op een doorstroomlocatie.
4.
Het derde lid, onderdelen b en c, is niet van toepassing indien de vreemdeling een alleenstaande minderjarige is.
5.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. Daarbij wordt in elk geval bepaald in welke gevallen een verblijfsvergunning wordt verleend.
E

In artikel 30a, eerste lid, onderdeel e wordt «artikel 29, eerste lid» vervangen door «artikel 29, eerste lid, of artikel 29a, eerste lid».

F

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

G

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

H

In artikel 43, eerste lid wordt «artikel 29» vervangen door «de artikelen 29 of 29a».

I

Artikel 45b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

J

In artikel 45c, eerste lid, wordt «artikel 29, eerste lid, onder a of b» telkens vervangen door «artikel 29, eerste lid, of 29a, eerste lid».

Artikel 29a

ARTIKEL IA

Onze Minister van Asiel en Migratie zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL II

[Vervallen]

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL IV

Deze wet wordt aangehaald als: Wet invoering tweestatusstelsel.

stb-2026-106 (PDF)

Besluit van 24 februari 2026 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met de inwerkingtreding van de Wet invoering tweestatusstelsel

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Asiel en Migratie van 7 november 2025, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 6850014;

Gelet op de artikelen 2cc, 16, tweede lid, 18, tweede lid, 29, derde lid, 29a, vijfde lid en 30a, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17 december 2025, No. W03.25.00330/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Asiel en Migratie van 13 februari 2026, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 7147807;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.27 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de artikelen 29, derde lid, en 29a, derde en vierde lid, van de Wet.
B

In artikel 3.77, eerste lid, aanhef en onder b wordt «artikel 29, tweede lid, onder a en b, van de Wet» vervangen door «de artikelen 29, tweede lid, onder a en b, en 29a, tweede lid, onder a en b, van de Wet».

C

In artikel 3.86, elfde lid, onder b, wordt «artikel 29, tweede lid, onder a en b, van de Wet» vervangen door «de artikelen 29, tweede lid, onder a en b, en 29a, tweede lid, onder a en b, van de Wet».

D

In artikel 3.105c wordt «artikel 29, eerste lid, onder a, van de Wet» vervangen door «artikel 29, eerste lid, van de Wet»

E

In artikel 3.105d wordt «artikel 29, eerste lid, onder a, van die wet» telkens vervangen door «artikel 29, eerste lid, van de Wet».

F

In artikel 3.105e wordt «artikel 29, eerste lid, onder b, van de Wet» vervangen door «artikel 29a, eerste lid, van de Wet».

G

In artikel 3.105f wordt «artikel 29, eerste lid, onder b, van de Wet» telkens vervangen door «artikel 29a, eerste lid, van de Wet».

H

In artikel 3.106 wordt «artikel 29, tweede lid, van de Wet» telkens vervangen door «de artikelen 29, tweede lid, en 29a, tweede lid, van de Wet» en wordt «artikel 29, eerste lid, van de Wet» telkens vervangen door «de artikelen 29, eerste lid, of artikel 29a, eerste lid, van de Wet».

I

In artikel 3.106a, eerste lid, onder b, wordt «artikel 29, eerste lid onder b, van de Wet» vervangen door «artikel 29a, eerste lid, van de Wet».

J

Artikel 3.107 wordt als volgt gewijzigd:

K

Na artikel 3.107a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.107aa
Ten aanzien van artikel 29a, derde lid, onder b, van de Wet zijn de artikelen 3.73, 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, en 3.75 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de zinsnede «in ieder geval» in artikel 3.74, eerste lid, niet van toepassing is.
L

In artikel 3.122, eerste lid, wordt «artikel 29, eerste lid, onder a of b, van de Wet» vervangen door «de artikelen 29, eerste lid, of 29a, eerste lid, van de Wet».

Artikel 3.107aa

Ten aanzien van artikel 29a, derde lid, onder b, van de Wet zijn de artikelen 3.73, 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, en 3.75 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de zinsnede «in ieder geval» in artikel 3.74, eerste lid, niet van toepassing is.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.