Part of Smart Yellow Suite

WGK028133
Besluit veilige jaarwisseling

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Infrastructuur en Waterstaat
Datum uitgave 10 november 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Ja

Samenvatting

Dit besluit wijzigt het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling, een initiatiefwet die een vuurwerkverbod voor consumenten instelt. In de wet is een gemeentelijke ontheffingsbevoegdheid opgenomen voor het afsteken van aangewezen F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Uitwerking daarvan vindt plaats bij dit besluit.

Documenten

stb-2026-168 (PDF)

Besluit van 25 juni 2026 tot wijziging van het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling (Besluit veilige jaarwisseling) [KetenID WGK028133]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 14 april 2026, nr. IenW/BSK-2026/66198, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 9.2.2.1, eerste en tweede lid, 9.2.2.1a, vijfde en zevende lid, van de Wet milieubeheer en artikel 3, onderdeel b, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 27 mei 2027, nr. W17.26.00096/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 19 juni 2026, nr. IenW/BSK-2026/95897, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Vuurwerkbesluit wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

5.
Voor de toepassing van de artikelen 2.3.2, 2.3.2a, 2.3.3 en 2.3.4 wordt verstaan onder:
B

Artikel 1.2.4 wordt als volgt gewijzigd:

  1. voor zover tijdens de periode van 31 december 12.00 uur tot 1 januari 18.00 uur van het daaropvolgende jaar een ontheffinghouder niet meer dan 200 kg verpakt bij ministeriële regeling aangewezen vuurwerk van categorie F2 voorhanden heeft op een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is;
C

Artikel 1.2.5 wordt als volgt gewijzigd:

  1. die houder is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer.
D

In artikel 2.1.3, eerste lid, wordt «Vuurwerk van consumentenvuurwerk,» vervangen door «Consumentenvuurwerk».

E

Na artikel 2.3.1 worden vier artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 2.3.2
Ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer kan door de burgemeester uitsluitend worden verleend als ten minste aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1. de aanvrager is een vereniging of stichting met lokale binding die staat ingeschreven in het handelsregister;
  2. de aanvraag gaat vergezeld van een naar het oordeel van de burgemeester afdoende veiligheidsplan met situatietekening en een overzicht van het af te steken vuurwerk waarin wordt beschreven hoe de ingevolge artikel 2.3.2a, eerste lid, aan de ontheffing te verbinden voorschriften zullen worden nageleefd;
  3. het afsteekterrein waarop de aanvraag ziet, is niet de binnenruimte van een gebouw, is goed bereikbaar voor de hulpdiensten, is zodanig gelegen dat voldoende ruimte bestaat voor de voorgeschreven veiligheidszone waarin zich geen zeer kwetsbare gebouwen en locaties bevinden, bedrijfsmatig dieren worden gehouden, brandbare objecten of voer- of vaartuigen bevinden en is, naar het oordeel van de burgemeester, geschikt voor het op veilige wijze tot ontbranding brengen en het daaraan voorafgaand bewaren van vuurwerk zoals aangevraagd;
  4. de aanvraag heeft betrekking op maximaal 200 kg verpakt bij ministeriële regeling aangewezen vuurwerk van categorie F2;
  5. de aanvrager wijst een of twee supervisors aan die ter plaatse verantwoordelijk zijn voor een goede gang van zaken alsmede ten hoogste acht ontbranders die vuurwerk tot ontbranding mogen brengen en overlegt een telefoonnummer waarop de supervisor of supervisors bereikbaar zijn;
  6. het door de burgemeester vastgestelde beleid, waaronder zo nodig het maximumaantal ontheffingen, staat niet aan verlening in de weg.
Artikel 2.3.2a
1.
Aan de ontheffing worden in ieder geval de volgende, op het afsteekterrein en de veiligheidszone betrekking hebbende voorschriften verbonden:
  1. het afsteekterrein en de veiligheidszone worden ingericht overeenkomstig het veiligheidsplan en zijn goed bereikbaar voor de hulpdiensten;
  2. de veiligheidsafstand bedraagt: 15 meter indien alleen grondvuurwerk wordt afgeschoten, 40 meter indien luchtvuurwerk met een kaliber tot en met 1 inch wordt afgeschoten en 60 meter indien luchtvuurwerk met een kaliber vanaf 1 inch tot 2 inch wordt afgeschoten; de afstanden voor luchtvuurwerk worden vermenigvuldigd met 1,5 indien dit schuin richting publiek wordt afgeschoten;
  3. voordat het vuurwerk op het afsteekterrein wordt neergelegd, wordt het afsteekterrein afgesloten voor het publiek;
  4. op het afsteekterrein wordt niet meer dan 200 kg verpakt vuurwerk van categorie F2 op veilige wijze en op ten minste 8 meter van de buitenrand van de veiligheidszone neergelegd en onder permanent toezicht geplaatst door de ontheffinghouder;
  5. op het afsteekterrein zijn aanwezig: een afschrift van de ontheffing met de daaraan verbonden voorschriften en een afschrift van de factuur waarop het aanwezige vuurwerk staat vermeld;
  6. binnen de veiligheidszone is geen open vuur aanwezig en wordt niet gerookt;
  7. op het afsteekterrein zijn ten minste twee goedgekeurde handblusapparaten met een inhoud van ten minste 6 kg ABC-poeder of 9 kg schuim aanwezig waarmee een beginnende brand zo snel mogelijk wordt bestreden;
  8. tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk mag de veiligheidszone niet worden betreden door anderen dan de supervisor, de ontbranders en de toezichthouder;
  9. handelingen nabij het vuurwerk die kunnen leiden tot statische elektriciteit, brand, brandgevaar of onbedoelde ontsteking zijn niet toegestaan;
  10. de veiligheidszone wordt direct na afloop van het tot ontbranding brengen van het vuurwerk opgeruimd en schoon opgeleverd.
2.
Aan de ontheffing worden voorts in ieder geval de volgende, op de supervisor en de ontbranders betrekking hebbende voorschriften verbonden:
  1. het vuurwerk mag tot ontbranding worden gebracht door maximaal acht in de aanvraag genoemde ontbranders die ten minste 18 jaar oud zijn;
  2. de ontbranders staan onder leiding van ten minste één in de aanvraag genoemde supervisor die ten minste 18 jaar oud is;
  3. de supervisor houdt tijdens de ontbranding zicht op het vuurwerk, de afsteekplaats, de veiligheidszone en de ontbranders;
  4. de supervisor beschikt over communicatiemiddelen waarmee contact kan worden opgenomen met hulpdiensten en toezichthouders;
  5. de supervisor en de ontbranders hebben kennis over het veilig omgaan met vuurwerk;
  6. de supervisor en de ontbranders dragen een vuurwerkbril en de ontbranders gebruiken een aansteeklont bij het tot ontbranding brengen van het vuurwerk;
  7. de supervisor en de ontbranders zijn niet onder invloed van alcohol of andere verdovende of stimulerende middelen als bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 gelezen in samenhang met artikel 3 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
3.
Aan de ontheffing worden voorts in ieder geval de volgende, op het bezit en de wijze en het moment van tot ontbranding brengen van vuurwerk betrekking hebbende voorschriften verbonden:
  1. het vuurwerk wordt uitsluitend tot ontbranding gebracht tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar;
  2. het vuurwerk wordt afgestoken zoals vastgelegd in het veiligheidsplan dat bij de aanvraag is ingediend en aldus onderdeel uitmaakt van de verleende ontheffing;
  3. het vuurwerk wordt niet bewerkt en wordt uitsluitend handmatig afgestoken;
  4. het tot ontbranding brengen vindt plaats volgens de gebruiksaanwijzing of het veiligheidsinformatieblad behorend bij het vuurwerkartikel, voor zover niet anders is bepaald;
  5. het vuurwerk is stabiel en op de grond opgesteld, loodrecht op het grondoppervlak;
  6. de ondergrond die wordt gebruikt voor het opstellen van het vuurwerk is niet brandbaar;
  7. alvorens het vuurwerk tot ontbranding te brengen, wordt gecontroleerd of de minimale veiligheidsafstanden in acht worden genomen;
  8. indien nabij de veiligheidszone vuurwerk anders dan fop- en schertsvuurwerk wordt afgestoken of derden de veiligheidszone betreden, wordt het tot ontbranding brengen van vuurwerk onmiddellijk gestaakt;
  9. indien weers- of andere omstandigheden het veilig tot ontbranding brengen van vuurwerk bemoeilijken of belemmeren, wordt het tot ontbranding brengen van vuurwerk onmiddellijk gestaakt;
  10. niet ontbrand vuurwerk wordt uiterlijk 1 januari 18.00 uur direct volgend op de jaarwisseling geretourneerd aan de verkoper.
Artikel 2.3.2b
1.
De burgemeester trekt een verleende ontheffing onverwijld geheel of gedeeltelijk in indien:
  1. de weers- of andere omstandigheden ten tijde van de periode als bedoeld in artikel 2.3.3, tweede lid, ter plaatse van de locatie waarvoor ontheffing is verleend naar verwachting van dien aard zijn dat het veilig tot ontbranding brengen van vuurwerk niet gewaarborgd is;
  2. blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt terwijl verstrekking van de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van de ontheffing;
  3. sedert de aanvraag wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de bij de aanvraag verstrekte gegevens die, als zij ten tijde van de aanvraag bekend waren geweest, zouden hebben geleid tot weigering van de ontheffing.
2.
De burgemeester kan een verleende ontheffing intrekken indien:
  1. de ontheffinghouder één of meer van de aan de ontheffing verbonden voorschriften niet naleeft;
  2. blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt terwijl verstrekking van de juiste gegevens mogelijk zou hebben geleid tot weigering van de ontheffing;
  3. sedert de aanvraag wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de bij de aanvraag verstrekte gegevens die, als zij ten tijde van de aanvraag bekend waren geweest, mogelijk zouden hebben geleid tot weigering van de ontheffing.
Artikel 2.3.3
1.
Het is verboden consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis.
2.
Dit verbod geldt niet op 31 december tussen 12.00 en 18.00 uur indien maximaal 200 kg verpakt vuurwerk van categorie F2 dat bij ministeriële regeling is aangewezen ter beschikking wordt gesteld aan een ontheffinghouder.
3.
Alvorens tot terbeschikkingstelling over te gaan, controleert de verkoper de ontheffing en bewaart een kopie ervan in zijn administratie.
4.
Op 1 januari wordt niet ontbrand vuurwerk kosteloos teruggenomen tegen de afgifte van een retourbon of een aftekening op de oorspronkelijke factuur.
F

Artikel 2.3.4 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Het eerste lid is niet van toepassing indien het vuurwerk ter plaatse van het afsteekterrein wordt bezorgd door of in opdracht van de verkoper.
G

Na artikel 2.3.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.3.6
Het is verboden consumentenvuurwerk te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen aan een ontheffinghouder zonder een veiligheidsbril en een aansteeklont te verstrekken voor iedere 25 kg vuurwerk die ter beschikking wordt gesteld en instructies te geven over het veilig tot ontbranding brengen van dit vuurwerk.
H

Artikel 2.3.7 komt te luiden:

Artikel 2.3.7
De artikelen 1.2.4, 1.2.5, 2.3.3 en 2.3.6 gelden niet ten aanzien van fop- en schertsvuurwerk.

Artikel 2.3.2

Ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer kan door de burgemeester uitsluitend worden verleend als ten minste aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Artikel 2.3.2a

Artikel 2.3.2b

Artikel 2.3.3

Artikel 2.3.6

Het is verboden consumentenvuurwerk te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen aan een ontheffinghouder zonder een veiligheidsbril en een aansteeklont te verstrekken voor iedere 25 kg vuurwerk die ter beschikking wordt gesteld en instructies te geven over het veilig tot ontbranding brengen van dit vuurwerk.

Artikel 2.3.7

De artikelen 1.2.4, 1.2.5, 2.3.3 en 2.3.6 gelden niet ten aanzien van fop- en schertsvuurwerk.

ARTIKEL II

In artikel 4, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen wordt «vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik» vervangen door «fop- en schertsvuurwerk».

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026 nadat artikel IIa van de Wet veilige jaarwisseling op dezelfde datum in werking is getreden.

ARTIKEL IV

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit veilige jaarwisseling.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.