Part of Smart Yellow Suite

WGK027985
Besluit optimalisatie regelgeving voor de verhuur

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Datum uitgave 16 juli 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Opschrift

Besluit houdende wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst in verband met het bieden van flexibiliteit aan met name particuliere verhuurders in de specifieke gevallen waar zij knelpunten in huurregulering ervaren, alsmede met technische wijzigingen en het herstellen van verschrijvingen in het Woningwaarderingsstelsel

Documenten

stb-2026-267 (PDF)

Besluit van 10 september 2026, houdende wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte in verband met het bieden van verlichting aan met name particuliere verhuurders in de specifieke gevallen waar zij knelpunten in huurregulering ervaren, alsmede met technische wijzigingen en het herstellen van verschrijvingen in het Woningwaarderingsstelsel

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 1 juli 2026, kenmerk nr. 2026-0000280176;

Gelet op de artikelen 3, tweede en derde lid, 7, eerste lid, 10, eerste lid, en 10d van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 augustus 2026, nr. W04.26.00199/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 7 september 2026, nr. 2026-0000448557;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit huurprijzen woonruimte wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, tweede lid, wordt «een woonruimte verstaan als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door «een woning verstaan als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek».

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

4.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke gevallen welk legesbedrag wordt toepast, bedoeld in artikel 7, eerste lid, vierde zin, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
D

In artikel 5, tweede lid, wordt «kan» vervangen door «kunnen».

E

Artikel 8a wordt als volgt gewijzigd:

6.
Voor het bepalen of een zelfstandige woning valt onder de in artikel 247 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek genoemde grens, of onder de begripsomschrijving van middeldure huurwoonruimte, genoemd in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014, wordt gerekend met de huurprijsgrens die geldt voor de woning voordat de huurprijsvermeerdering, bedoeld in het eerste, derde, vierde of vijfde lid of artikel 8b is toegepast.
F

Na artikel 8a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8b
1.
De maximale huurprijsgrens voor een zelfstandige woning waarop de beperking, bedoeld in rubriek 11.3 van bijlage I onder A, van toepassing is, wordt vermeerderd met de in het tweede lid bedoelde prijsopslag.
2.
De prijsopslag bedraagt het verschil tussen de in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 12, eerste lid, genoemde maximale huurprijsgrens, behorende bij de kwaliteit die die woning zou hebben als de in het eerste lid bedoelde beperking buiten toepassing zou worden gelaten en de maximale huurprijsgrens behorende bij de kwaliteit voor een zelfstandige woning met 186 punten.
G

In artikel 12b vervallen het eerste en vierde lid onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste en tweede lid.

H

Bijlage I, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:

I

De Toelichting behorende bij bijlage I, onder A, wordt als volgt gewijzigd:

Per verwarmde binnenruimte, niet zijnde een vertrek, wordt, ongeacht de verwarmingswijze, een waardering van één punt toegepast. Hierbij geldt dat verwarming in andere binnenruimten dan vertrekken alleen voor waardering in aanmerking komt als deze binnenruimten beschikken over een begaanbare vloer, als deze ruimten toegankelijk zijn en als de ruimte tussen de vloer en het plafond ten minste 1,50 m hoog is. Ook moet de verwarming tot de onroerende zaak en zijn onroerende aanhorigheden behoren. Er geldt een maximum van vier punten.Voor deze rubriek wordt, in tegenstelling tot de gegeven definities van afzonderlijke binnenruimten in de inleiding, een open keuken als afzonderlijk verwarmd vertrek beschouwd. Het vertrek waar de open keuken deel van uitmaakt krijgt dus twee extra punten indien deze verwarmd is. Onder een open keuken wordt hier verstaan een keukenruimte die in open verbinding staat met een andere binnenruimte, waarbij zich tussen de keukenruimte en de andere binnenruimte een opening bevindt, die breder is dan 50% van de tussenmuur, waardoor volgens de definities van afzonderlijke binnenruimten in de inleiding sprake is van één vertrek. Indien dit vertrek verwarmd is, krijgt het vertrek zelf en de open keuken daarin een waardering voor de verwarming, dus in totaal vier punten (twee punten voor het vertrek en twee punten voor de open keuken).Indien een wastafel en een meerpersoonswastafel beide zijn aangebracht in één binnen-of buitenruimte, ongeacht of dit een privéruimte of gemeenschappelijke ruimte is, wordt enkel de meerpersoonswastafel gewaardeerd en geldt voor die ruimte een maximum van 1,5 punt. Dit geldt niet als de wastafel en de meerpersoonswastafel zijn aangebracht in de badkamer, omdat er dan geen maximum puntenaantal is. Als het dus gaat om een badkamer worden beide wastafels uit dit voorbeeld gewaardeerd met in totaal 2,5 punten (1 punt voor de wastafel en 1,5 punt voor de meerpersoonswastafel).Wat betreft het ingebouwde kastje met in- of opgebouwde wastafel geldt dat dit kastje niet tevens wordt gewaardeerd als kastruimte. Een ingebouwd kastje met in- of opgebouwde wastafel wordt gewaardeerd met 1 punt. Om daarnaast in aanmerking te komen voor de 0,75 punt voor kastruimte, moet de bad- of doucheruimte beschikken over extra kastruimte buiten het reeds met 1 punt gewaardeerde ingebouwde kastje. De wastafel wordt los daarvan gewaardeerd met 1 punt of 1,5 punt (als het een meerpersoonswastafel is). Dat puntenaantal komt dus bovenop de 1 punt voor het ingebouwde kastje.Voorbeeld 2: een woongebouw met een gemeenschappelijke voortuin van 12,50 m2, waartoe drie adressen toegang hebben, een gemeenschappelijk dakterras van 30,55 m2, waartoe drie adressen toegang hebben en een gemeenschappelijke achtertuin van 20,11 m2, waartoe vijf adressen toegang hebben, wordt als volgt gewaardeerd:
  1. Er zijn twee ruimtes waartoe drie adressen toegang hebben (de gemeenschappelijke voortuin en het gemeenschappelijk dakterras). Deze ruimtes zijn samen 43,05 m2, afgerond 43 m2.
  2. Er is één ruimte waartoe vijf adressen toegang hebben (de gemeenschappelijke achtertuin). Deze ruimte is 20,11 m2, afgerond 20 m2.
  3. De waardering per woning is dan: ((0,75 x 43)/3) + ((0,75 x 20)/5) = 13,75 punten, ervan uitgaande dat die woning toegang heeft tot alle drie de buitenruimten.
Indien de woning bestaat uit of (gedeeltelijk) deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, geeft onderdeel 11.1 onder b een berekeningsmethodiek die leidt tot een hoger puntenaantal.
J

Bijlage I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:

K

De Toelichting bij bijlage I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:

Voorbeeld: huurder A huurt één onzelfstandige woning. Het totale privé-vertrek van A beslaat 10 m2. Daarnaast is de oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer op het adres 40 m2. Huurder A deelt deze woonkamer met drie andere huurders van onzelfstandige woningen op dit adres. De oppervlakte voor het privé-vertrek van A wordt gewaardeerd met 10 punten (want 1 punt per m2). De oppervlakte voor de gemeenschappelijke woonkamer wordt gewaardeerd met 40 punten (want 1 punt per m2). Maar omdat de woonkamer een gemeenschappelijke ruimte is, moet het puntenaantal van 40 worden gedeeld door het aantal onzelfstandige woning dat toegang en gebruiksrecht heeft. In dit voorbeeld zijn dat vier onzelfstandige woningen: de woning van A en de drie woningen van zijn huisgenoten. Het aantal punten van de woning van A in rubriek 1 is dan: 10 punten + (40 punten/4) = 20 punten.

Artikel 8b

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, met uitzondering van artikel I, onderdeel C, onder 2, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.