Besluit van 2 juni 2026 tot van wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, houdende de implementatie van het Besluit 2024-II van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en tot wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement [KetenID WGK027599]
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 12 maart 2026, nr. IENW/BSK-2026/7529, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte, het Besluit van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart van 5 december 2024 (protocollen 10 – 14), artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, tweede en derde lid, en 19 van de Scheepvaartverkeerswet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 april 2026, nr. W17.26.00066/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 28 mei 2026, nr. IenW/BSK-2026/81885, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Rijnvaartpolitiereglement 1995 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.01 wordt als volgt gewijzigd:
B
In artikel 1.08 komen het derde en vierde lid te luiden:
3.
Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer het schip van een Certificaat van Onderzoek of een overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkend certificaat is voorzien, en de bouw en de uitrusting overeenstemmen met de in dat certificaat vermelde gegevens en wanneer de bemanning en de bedrijfsvoering in overeenstemming zijn met de voorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn.4.
Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt en qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen aan boord beschikbaar zijn. Voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud zijn uitsluitend harde reddingsvesten als bedoeld in artikel 13.08, tweede lid, van ES-TRIN toegestaan.C
In artikel 1.10a, eerste lid, wordt «CERTIFICAAT VAN ONDERZOEK» vervangen door «CERTIFICAAT VAN ONDERZOEK OF EEN ALS GELIJKWAARDIG ERKEND CERTIFICAAT» en wordt «het certificaat van onderzoek van de duwbak» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat van de duwbak».
D
In artikel 2.05, tweede en derde lid, wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
E
Artikel 4.07, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, komt te luiden:
- schepen die van een Certificaat van Onderzoek of een overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkend certificaat zijn voorzien;
F
In artikel 6.21, tweede lid, eerste volzin, wordt «voor zover zulks is vermeld in het certificaat van onderzoek» vervangen door ««voor zover zulks is vermeld in het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
G
In artikel 6.32, eerste lid, tweede volzin, wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
H
Artikel 8.01, tweede lid, eerste alinea, komt te luiden:
Een duwstel mag geen sleepdienst verrichten. Een duwstel mag echter wel sleepdienst verrichten:in opvaart, ingeval zijn grootste lengte en grootste breedte minder zijn dan 110 mrespectievelijk 12 m,in afvaart, ingeval zijn grootste lengte en grootste breedte minder zijn dan 86 mrespectievelijk 12 m,en wanneer dit bovendien is vermeld in het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat van de duwboot.I
In artikel 8.02 wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
J
In artikel 8.04, onderdeel a, wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
K
Artikel 8.05, vierde lid, komt te luiden:
4.
De koppelingen van een duwstel, waarvan de grootste breedte niet meer bedraagt dan 12 m en dat is samengesteld uit een duwend en een geduwd schip, voldoen ook aan het eerste lid indien deze bestaan uit een systeem dat een beheerst knikken van het duwstel mogelijk maakt, voor zover een overeenkomstige aantekening in het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat van deze schepen is geplaatst.L
Artikel 9.01 wordt als volgt gewijzigd:
2.
In Bazel moeten een motorschip, een sleep en een duwstel tussen de Mittlere Rheinbrücke (km 166,53) en de Dreirosenbrücke (km 167,80) in de opvaart met een snelheid van ten minste 4 km/u varen. Vanaf een lengte van 110 m moet met een snelheid van ten minste 6 km/u worden gevaren. De minimale snelheid wordt gemeten ten opzichte van de oever.M
In artikel 10.01 komt het vierde lid te vervallen, onder vernummering van het vijfde tot het vierde lid.
N
In artikel 11.02, eerste lid, wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
O
In artikel 13.06 wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
P
Bijlage 13 wordt als volgt gewijzigd:
Het elektronische PDF/A-formaat in het onderstaande overzicht komt overeen met het formaat dat is gedefinieerd in de internationale norm ISO 32000-1:2008.ARTIKEL II
Het Binnenvaartpolitiereglement wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.01, onderdeel D, definitiebepaling 15°, wordt «artikel 1.1, eerste lid, van de Binnenvaartregeling» vervangen door «artikel 1.1 van de Binnenvaartregeling».
B
Artikel 1.07 komt als volgt te luiden:
Artikel 1.07. Eisen met betrekking tot de belading, het uitzicht en het ten hoogste toegelaten aantal passagiers
1.
Een schip mag niet zodanig zijn beladen dat het inzinkt tot over het vlak door de onderkant der inzinkingsmerken.2.
Het vrije uitzicht mag door de lading of de trim van het schip niet meer worden beperkt dan tot 350 meter vóór de boeg.Indien tijdens de vaart het directe uitzicht naar achteren wordt beperkt, mag dit worden gecompenseerd door een optisch hulpmiddel, waarmede over een voldoende ruim gezichtsveld een helder en onvertekend beeld wordt verkregen.Indien bij het doorvaren van een brug of een sluis als gevolg van de lading geen voldoende direct uitzicht naar voren mogelijk is, mag dit tijdens de doorvaart worden gecompenseerd door een periscoop met vlakke spiegels of een radarapparaat dan wel door het opstellen van een uitkijk die constant in hoor- en spreekcontact met de stuurhut staat.3.
In afwijking van de eerste volzin van het tweede lid mag het vrije uitzicht bij het gelijktijdige gebruik van radar en camera-installaties tot 500 meter vóór de boeg worden beperkt, indien:- door bedoelde hulpmiddelen het uitzicht van 350 meter tot 500 meter vóór de boeg wordt gewaarborgd;
- aan de eisen van artikel 6.32, eerste lid, wordt voldaan;
- de radarantennes en de camera’s aan de boeg van het schip zijn geïnstalleerd; en
- deze hulpmiddelen overeenkomstig artikel 7.02 van ES-TRIN als geschikt zijn erkend.
4.
De wijze van de belading mag de stabiliteit van het schip en de hechtheid van de romp niet in gevaar brengen.5.
De stabiliteit van schepen die containers vervoeren moet te allen tijde zijn gewaarborgd. De schipper moet aantonen dat vóór het begin van het laden en het lossen alsmede vóór vertrek een stabiliteitscontrole is uitgevoerd.De stabiliteitscontrole kan handmatig of met behulp van een beladingscomputer worden verricht. Het resultaat van de stabiliteitscontrole en het actuele stuwplan moeten aan boord worden bewaard en te allen tijde geraadpleegd kunnen worden.De schepen moeten bovendien de stabiliteitsbescheiden overeenkomstig artikel 27.01 van ES-TRIN aan boord bewaren.Een stabiliteitscontrole is niet vereist bij schepen die containers vervoeren, indien het schip in de breedte:- ten hoogste drie rijen containers kan laden en vanaf de laadruimbodem in slechts één laag containers is geladen; of
- vier of meer rijen containers kan laden en uitsluitend met containers in ten hoogste twee lagen vanaf de laadruimbodem is geladen.
6.
Een schip dat is bestemd voor het vervoer van passagiers mag niet meer passagiers aan boord hebben dan door de bevoegde autoriteit is toegestaan. Onverminderd de eerste volzin mogen zich aan boord van een snel schip niet meer personen bevinden dan er zitplaatsen beschikbaar zijn.C
Artikel 1.10 komt te luiden:
Artikel 1.10. Scheepsbescheiden en andere documenten aan boord
1.
Aan boord van een schip moeten de in bijlage 13 bedoelde scheepsbescheiden en andere documenten, voor zover deze door de daartoe gestelde bijzondere bepalingen voorgeschreven worden, aanwezig zijn. Zij moeten op verzoek aan de ambtenaren belast met toezicht of opsporing van de bevoegde autoriteit worden overhandigd.2.
Sommige van de in bijlage 13 bedoelde scheepsbescheiden en andere documenten kunnen, overeenkomstig de in bijlage 13 vastgestelde voorwaarden, ter beschikking worden gesteld in de vorm van een exemplaar dat in elektronisch formaat op ieder moment geraadpleegd kan worden.D
Na artikel 1.10 wordt een artikel ingevoegd luidende:
Artikel 1.10a. Scheepsbescheiden
1.
In afwijking van artikel 1.10 hoeven de scheepsbescheiden conform bijlage 13, nummers 1.1, 1.2 en 1.3 niet aanwezig te zijn aan boord van duwbakken waarop een metalen plaat overeenkomstig het volgende model is aangebracht:UNIEK EUROPEES SCHEEPSIDENTIFICATIENUMMER: .......................UNIEBINNENVAART CERTIFICAAT:– NUMMER:– COMMISSIE VAN DESKUNDIGEN:– GELDIG TOT:Indien de duwbak over een officieel scheepsnummer beschikt, moet dat begrip en het officieel scheepsnummer op de metalen plaat worden aangebracht.De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.De overeenstemming tussen de gegevens op de plaat met die in het uniebinnenvaart certificaat van de duwbak moet worden bevestigd door een Commissie van Deskundigen door middel van het aanbrengen op de plaat van een stempel. De in bijlage 13, lid 1.1, 1.2 en 1.3 genoemde bescheiden moeten dan worden bewaard door de eigenaar van de duwbak.De aanwezigheid van de in bijlage 13, lid 5.4 bedoelde bescheiden is evenwel niet vereist, wanneer op de metalen plaat tevens het nummer van de typegoedkeuring van de motoren wordt vermeld.2.
De in het eerste lid bedoelde bescheiden moeten op eerste vordering van de bevoegde autoriteit aan deze worden overgelegd ter controle van het bepaalde bij of krachtens dit reglement.3.
Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.01, lid 1.24 van ES-TRIN, waar een stuurhut of een woning ontbreekt, is de aanwezigheid van de in bijlage 13, lid 1.1, 1.2 en 1.3 bedoelde bescheiden niet vereist. Deze bescheiden moeten echter in ieder geval steeds in de nabijheid van de bouwwerkzaamheden voorhanden zijn. Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden moet een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar het schip mag worden gebruikt, aanwezig zijn.4.
De verplichting een vaartijdenboek aan boord te hebben zoals bedoeld in bijlage 13, lid 2.2, geldt niet voor sleep- en duwboten die uitsluitend in havens verkeren, noch voor duwbakken, overheidsvaartuigen en pleziervaartuigen zonder bemanning.E
In artikel 1.26, eerste lid, wordt «1.07, tweede lid,» vervangen door «1.07, tweede en derde lid,».
F
Artikel 4.07 wordt als volgt gewijzigd:
- schepen die van een Certificaat van Onderzoek of een overeenkomstig het Reglement onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkend certificaat zijn voorzien;
G
Bijlage 13 komt als volgt te luiden:
Artikel 1.07. Eisen met betrekking tot de belading, het uitzicht en het ten hoogste toegelaten aantal passagiers
Artikel 1.10. Scheepsbescheiden en andere documenten aan boord
Artikel 1.10a. Scheepsbescheiden
ARTIKEL III
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.