Besluit van 16 maart 2026 tot wijziging van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart in verband met de invoering van het Maritime National Single Window [KetenID WGK027254]
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 4 december 2025, IENW/BSK-2025/299154, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem en tot intrekking van Richtlijn 2010/65/EU en Richtlijn (EU) 2024/3099 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG betreffende havenstaatcontrole;
Gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onderdelen a en e, en derde lid, en 4a, eerste en derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet en artikel 6b, vierde lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 4 februari 2026, nr. W17.25.00359/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 6 maart 2026, nr. IenW/BSK-2026/29443, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
B
In artikel 2, eerste lid, wordt na «in de Nederlandse territoriale zee gelegen» ingevoegd «ankerplaats of».
C
Artikel 3a wordt als volgt gewijzigd:
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:- de gevallen waarin een melding als bedoeld in het eerste lid moet plaatsvinden;
- de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder vrijstelling of ontheffing van deze meldplicht mogelijk is, en
- de wijze waarop en het moment waarop de melding plaatsvindt.
D
Artikel 4 vervalt.
E
Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4a. Melding afvalontvangstbewijs
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de door een kapitein, exploitant of agent van een zeeschip aan de bevoegde autoriteit te verschaffen gegevens omtrent het afvalontvangstbewijs als bedoeld in artikel 6b van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.F
In artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt «artikelen 2 tot en met 3a of 4» vervangen door «artikelen 2 tot en met 3a of 4a».
G
Aan artikel 8 wordt een lid toegevoegd, luidende:
6.
Een verstrekker van gegevens kan aan dienstaanbieders in de bestemmingshaven een vooraf gedefinieerde subset van gegevens verstrekken. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden over de vooraf gedefinieerde subset van gegevens.H
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
I
Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 10a. Taken NCA-EMSWe
1.
De NCA-EMSWe is belast met de taken, bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, en 18 van de EMSWe-verordening.2.
Bij ministeriële regeling worden de taken van de NCA-EMSWe nader bepaald.J
In artikel 11, eerste lid, wordt «de artikelen 2 tot en met 3a en 4» vervangen door «de artikelen 2 tot en met 3a en 4a».
K
Artikel 12 vervalt.
L
In artikel 21, eerste lid, vervalt «door de Conférence Européenne des Ministres de Transport».
M
In artikel 25 vervalt «,van de richtlijn meldingsformaliteiten,».
N
In artikel 31 wordt «de artikelen 2 tot en met 3a, 4, 23, eerste, tweede en derde lid, of 24, eerste lid,» vervangen door «de artikelen 2 tot en met 3a, 23, eerste, tweede en derde lid, of 24, eerste lid,».
Artikel 4a. Melding afvalontvangstbewijs
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de door een kapitein, exploitant of agent van een zeeschip aan de bevoegde autoriteit te verschaffen gegevens omtrent het afvalontvangstbewijs als bedoeld in artikel 6b van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
Artikel 10a. Taken NCA-EMSWe
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdelen A, E tot en met K en M, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.