Part of Smart Yellow Suite

WGK027244
Verzamelbesluit pensioenen

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Datum uitgave 3 juni 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Documenten

stb-2025-439 (PDF)

Besluit van 16 december 2025 tot wijziging van met name het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen in verband met de uitvoering van de pensioentransitie [KetenID WGK027244]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 oktober 2025, nr. 2025-0000228334;

Gelet op artikel 15c, achtste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen, de artikelen 10a, zevende lid, 10d, vijfde lid, 10e, zesde lid, 51, elfde lid, 52a, zesde lid, 71, zevende lid, 76, zevende lid, 131, tweede lid, 150e, zesde lid, 150h, vierde lid, 150l, achtste lid, 150n, tiende lid, 151, zevende lid, 179, eerste en tweede lid, van de Pensioenwet, de artikelen 28a, zevende lid, 28d, vijfde lid, 28e, zesde lid, 62, elfde lid, 63a, zesde lid, 82, zevende lid, 126, tweede lid, 145d, zesde lid, 145g, vierde lid, 145k, achtste lid, 145m, tiende lid, 146, zevende lid, 174, eerste en tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 13, achtste lid, van de Algemene kinderbijslagwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 november 2025, nr. W12.25.00286/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 december 2025, nr. 2025-0000288080;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. BESLUIT UITVOERING PENSIOENWET EN WET VERPLICHTE BEROEPSPENSIOENREGELING

Het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1c wordt onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot het zesde en zevende lid, een lid ingevoegd, luidende:

5.
De uitvoerder kan bij zowel de koppeling aan de rentetermijnstructuur als de koppeling aan een directe beschermingsportefeuille de kosten van vermogensbeheer voor de bescherming tegen renterisico per leeftijdscohort aftrekken van het bijgeschreven beschermingsrendement. Hierbij onderbouwt de uitvoerder op basis van objectieve gegevens hoe de kosten per leeftijdscohort worden berekend.
B

In artikel 1h wordt onder vernummering van het negende lid tot tiende lid een lid ingevoegd, luidende:

9.
Ter voorkoming van het verminderen van verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten, bedoeld in artikel 134, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 129, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, kan een fonds het eigen vermogen aanvullen door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve te verminderen tot het bedrag waarop het fonds beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. Een fonds kan dit in ieder geval doen voor zover het niet beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen als gevolg van de hoogte van de operationele kosten. Het eigen vermogen kan enkel worden aangevuld door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1. het fonds is overeenkomstig artikel 11a, derde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen gehouden om maatregelen te nemen; of
  2. het fonds is overeenkomstig artikel 140, eerste lid, eerste zin, van de Pensioenwet of artikel 135, eerste lid, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gehouden om maatregelen te nemen.
C

In artikel 9e, zesde lid, vervalt onderdeel a, onder vernummering van de onderdelen b tot en met d tot a tot en met c.

D

Aan artikel 14d worden twee leden toegevoegd, luidende:

6.
Indien een fonds overgaat tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is het, in afwijking van het eerste lid en artikel 14b, eerste lid, toegestaan dat het fonds het beleggingsbeleid in de periode van 12 maanden na het moment van deze collectieve waardeoverdracht geleidelijk passend maakt bij de vastgestelde risicohouding per leeftijdscohort, mits het fonds vooraf onderbouwt dat deze tijdelijke afwijking in het belang is van de aanspraak- en pensioengerechtigden en noodzakelijk is om het beleggingsbeleid in overeenstemming te brengen met het strategisch beleggingsbeleid. Deze afwijking duurt niet langer dan noodzakelijk.
7.
Bij toepassing van het zesde lid kan een fonds gedurende deze periode de vastgestelde toedelingsregels voor het beschermingsrendement voor het renterisico als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, eerste zin, van de Pensioenwet dan wel artikel 28a, vijfde lid, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling zodanig aanpassen dat deze niet op voorhand leiden tot herverdelingseffecten. Het fonds onderbouwt dat de wijze waarop het beschermingsrendement voor het renterisico wordt toebedeeld gedurende deze periode in het belang is van de aanspraak- en pensioengerechtigden en niet op voorhand leidt tot herverdelingseffecten.
E

In de tekst onder het opschrift van paragraaf 6.2 wordt «76 negende lid, van de Pensioenwet» vervangen door «76, zevende lid, van de Pensioenwet».

F

In artikel 23, derde lid, wordt «tien werkdagen» vervangen door «vijftien werkdagen».

G

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Indien bij een premie-uitkeringsovereenkomst, waarbij de premie geheel of gedeeltelijk is aangewend voor een vastgestelde uitkering, de overdrachtswaarde niet gelijk is aan de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken, komt het verschil ten gunste, respectievelijk ten laste, van de oude werkgever.
H

Artikel 36 komt te luiden:

Artikel 36. Toedeling van taken
1.
De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen van de:
2.
De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling, met uitzondering van de regels genoemd in het eerste lid en de regels gesteld bij of krachtens de artikelen 48c van de Pensioenwet en 59c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
I

In artikel 45e, tweede lid, wordt na «1 juli 2024» ingevoegd « dan wel in de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 maart 2026».

J

In het opschrift van paragraaf 9b.5. wordt «waardenoverdracht» vervangen door «waardeoverdracht».

K

In artikel 46c, eerste lid, wordt «bedoeld in 150e van de Pensioenwet dan wel 145d van de Wet verplichte beroepspensioenregeling» vervangen door «bedoeld in 150e, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel 145d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling».

L

Artikel 46e wordt als volgt gewijzigd:

10.
De uitvoerder verstrekt deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden een uitleg over en redenen voor verschillen in bedragen voor en na de peildatum, waaronder indien van toepassing het effect van het vervallen van de maximering van de toeslagverlening op de scenario’s, bedoeld in artikel 7e, eerste lid, voor en na de peildatum.
M

Na artikel 46f wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 46g. Informatie over beoordeling verzoek tot collectieve waardeoverdracht
1.
Het fonds maakt uiterlijk voorafgaand aan de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in artikel 150l, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145k, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, inzichtelijk waarom het fonds het verzoek tot collectieve waardeoverdracht van de werkgever of de beroepspensioenvereniging niet afwijst door middel van een kwalitatieve duiding van het niet overgaan op een dergelijke collectieve waardeoverdracht.
2.
Het fonds stelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op zijn website voor een ieder beschikbaar.
N

In het opschrift van paragraaf 9b.7. wordt na «maatregelen» ingevoegd «rondom».

O

Na artikel 47a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 47aa. Eenmalige individuele waardeoverdracht van pensioenrechten na invaren
1.
De artikelen 23, eerste en derde lid, 24, 25, 27 en 28 zijn van overeenkomstige toepassing op de individuele waardeoverdracht bij het shoprecht, bedoeld in artikel 150l, zesde lid, en artikel 80, van de Pensioenwet, dan wel artikel 145k, zesde lid, en artikel 88, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, met dien verstande dat:
  1. als overdrachtsdatum wordt aangemerkt de datum waarop de overdragende uitvoerder de overdrachtswaarde, bedoeld in artikel 25, aan de ontvangende uitvoerder betaalt; en
  2. de overdragende uitvoerder de overdrachtswaarde kan vermeerderen met de vulling van de risicodelingsreserve uit het kapitaal van de gepensioneerde bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme, bedoeld in artikel 10e, tweede lid, van de Pensioenwet, dan wel artikel 28e, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepast aan de procentuele waardeverandering van de risicodelingsreserve in de periode tussen de toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme en de overdrachtsdatum, voor zover deze waardeverandering is opgetreden als gevolg van deling van de financiële mee- of tegenvallers.
2.
De overdragende uitvoerder keert de pensioenuitkeringen voortvloeiend uit de pensioenregeling van de overdragende uitvoerder tot de overdrachtsdatum aan de gepensioneerde uit. Het risico dat betrekking heeft op de over te dragen pensioenrechten, komt met ingang van de overdrachtsdatum, bedoeld in het eerste lid, voor rekening van de ontvangende uitvoerder.
P

In artikel 51a, vierde lid, vervallen de artikelen 14o, met boetecategorie 2, 14r, met boetecategorie 1, en 14s, met boetecategorie 1 en wordt in de numerieke volgorde artikel 9e, met boetecategorie 2, ingevoegd.

Artikel 36. Toedeling van taken

Artikel 46g. Informatie over beoordeling verzoek tot collectieve waardeoverdracht

Artikel 47aa. Eenmalige individuele waardeoverdracht van pensioenrechten na invaren

ARTIKEL II. BESLUIT FINANCIEEL TOETSINGSKADER PENSIOENFONDSEN

Artikel 11a van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen wordt als volgt gewijzigd:

2.
Indien het fonds, bedoeld in het eerste lid, op 31 december van het lopende boekjaar niet voldoet aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen, beoordeelt het fonds of het op 31 december van het voorafgaande boekjaar voldeed aan deze vereisten.
3.
Indien het fonds, bedoeld in het eerste lid, zowel op 31 december van het lopende boekjaar als op 31 december van het voorafgaande boekjaar niet voldeed aan de in artikel 11 gestelde vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen, neemt het fonds direct maatregelen zodat het op 31 december van het lopende boekjaar voldoet aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen.

ARTIKEL III. VRIJSTELLINGS- EN BOETEBESLUIT WET BPF 2000

Artikel 9b van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000 wordt als volgt gewijzigd:

ARTIKEL IV. VERVALLEN ARTIKEL 15C BESLUIT FINANCIEEL TOETSINGSKADER PENSIOENFONDSEN

Het in artikel 15c, achtste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen bedoelde tijdstip is het tijdstip waarop de Wet van 4 december 2025 tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet op de loonbelasting 1964 en enige andere wetten in verband met de verlenging van de transitieperiode naar het nieuwe pensioenstelsel in werking treedt.

ARTIKEL V. BESLUIT CONSUMENTENPRIJSINDEX VOOR KINDERBIJSLAGBEDRAGEN

Artikel 1 van het Besluit consumentenprijsindex voor kinderbijslagbedragen komt te luiden:

Artikel 1
Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in artikel 13, derde en vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt verstaan de consumentenprijsindex alle huishoudens afgeleid, zoals die voor elke kalendermaand wordt berekend en door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd.

Artikel 1

Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in artikel 13, derde en vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt verstaan de consumentenprijsindex alle huishoudens afgeleid, zoals die voor elke kalendermaand wordt berekend en door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd.

ARTIKEL VI. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel I, onderdeel M, van toepassing is met ingang van 1 januari 2026 en artikel I, onderdeel I terugwerkt tot en met 1 juli 2025 en met uitzondering van de tweede wijziging van artikel III, die in werking treedt op het moment dat de Wet van 4 december 2025 tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet op de loonbelasting 1964 en enige andere wetten in verband met de verlenging van de transitieperiode naar het nieuwe pensioenstelsel in werking treedt.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.