Part of Smart Yellow Suite

WGK027129
Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2026

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Infrastructuur en Waterstaat
Datum uitgave 7 februari 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Opschrift

Besluit van […] tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Omgevingsbesluit en het Besluit bodemkwaliteit (Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem 2026)

Samenvatting

Dit verzamelbesluit bevat wijzigingen van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Omgevingsbesluit (Ob) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De wijzigingen in dit verzamelbesluit zijn te onderscheiden in een aantal typen. Het grootste deel van de wijzigingen betreft puur technische punten zoals het oplossen van verschrijvingen, inconsistenties en herstel van onjuiste verwijzingen. Een kleiner deel betreft het corrigeren van inhoudelijke omissies en het aanscherpen en versoepelen van een aantal bestaande verplichtingen. Deze punten zijn voornamelijk via het Informatiepunt Leefomgeving, gemeenten, waterschappen, provincies, uitvoeringsdiensten van het Rijk en omgevingsdiensten naar voren gebracht.

Documenten

stb-2026-164 (PDF)

Besluit van 26 juni 2026 tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit, het Invoeringsbesluit Omgevingswet, het Besluit bodemkwaliteit en het Drinkwaterbesluit (Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2026)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 17 september 2025, nr. IenW/BSK-2025/153489, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelet op de artikelen 4.3., eerste lid, 18.2., zesde lid, en 2.24., eerste lid, van de Omgevingswet, artikel 4.14, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet, de artikelen 9.2.2.1, eerste lid, en 9.5.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer en artikel 21, derde lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Drinkwaterwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 juni 2026, nr. W17.26.00081/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 23 juni 2026, nr. IENW/BSK-2026/104774, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I (WIJZIGING BESLUIT ACTIVITEITEN LEEFOMGEVING)

Het Besluit activiteiten leefomgeving wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van paragraaf 3.2.21 komt te luiden:

B

In artikel 3.48d, eerste lid, vervalt «met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA,».

C

In artikel 3.48e vervalt «met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit».

D

Paragraaf 3.2.22 vervalt.

E

Artikel 3.48l komt te luiden:

Artikel 3.48l. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.48j, wordt voldaan aan de regels over het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 4.122.
F

In de artikelen 3.48m, eerste lid, en 3.48r, eerste lid, wordt na «op of in de bodem» ingevoegd «, anders dan in een oppervlaktewaterlichaam,».

G

Artikel 3.48o wordt als volgt gewijzigd:

H

Artikel 3.178, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 3.230, eerste lid, wordt onder verlettering van de onderdelen l tot en met p tot m tot en met q, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  1. de wasstraat of wasplaats, bedoeld in paragraaf 4.44;.
J

In artikel 4.360 wordt «olie en koelvloeistof» vervangen door «motorolie, remolie, koelvloeistof, remvloeistof, accuzuur en vloeibare brandstoffen».

K

In artikel 4.576, eerste lid, aanhef, wordt na «remvloeistof» ingevoegd «, accuzuur».

L

In artikel 4.791b, eerste lid, wordt «of spoelwater» vervangen door «, spoelwater of ander water gebruikt voor het telen van gewassen op substraat, dat verontreinigd is,».

M

In artikel 4.791c, derde lid, wordt «toegediende totaal stikstof» vervangen door «geloosde totaal stikstof».

N

Aan artikel 4.791d wordt een lid toegevoegd, luidende:

4.
Als via een mobiele zuiveringsvoorziening wordt gezuiverd, worden de registratie van de gezuiverde volumes en de facturen van het zuiveren ten minste vijf jaar bewaard.
O

Na artikel 4.791d wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.791da. (informeren: wijze van zuiveren)
1.
Jaarlijks wordt uiterlijk op 30 april het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, geïnformeerd over de wijze waarop in het voorafgaande kalenderjaar is voldaan aan artikel 4.791d:
  1. door een zuiveringsvoorziening of zuiveringtechnisch werk dat alleen het drainwater of spoelwater van de eigen kas zuivert;
  2. door een zuiveringsvoorziening of zuiveringtechnisch werk dat afvalwater van meer activiteiten zuivert;
  3. door een mobiele zuiveringsvoorziening;
  4. door geen gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken; of
  5. door gedurende het hele jaar geen drainwater of spoelwater te lozen dat gewasbeschermingsmiddelen bevat.
2.
Ten minste vier weken voordat de wijze van voldoen, bedoeld in het eerste lid, wijzigt, wordt het bevoegd gezag hierover geïnformeerd.
P

Artikel 4.791e wordt als volgt gewijzigd:

Q

De artikelen 4.791f en 4.791fa komen te luiden:

Artikel 4.791f. (water: meten)
1.
Voor het vaststellen van de hoeveelheid totaal stikstof en natrium in drainwater worden aan de hand van de gewassen die worden geteeld, de teeltoppervlakte en de teeltperiode per gewas gemeten:
  1. de hoeveelheid drainwater die wordt geloosd in kubieke meters, waarbij de afwijking van het instrument dat voor de meting wordt gebruikt ten hoogste 5% is; en
  2. het gehalte aan nitraatstikstof, ammoniumstikstof en natrium in het drainwater.
2.
De hoeveelheid en het gehalte worden gemeten per periode van vier weken, beginnend op de eerste dag van de eerste week.
3.
De resultaten van de metingen worden ten minste vijf jaar bewaard.
4.
Het instrument, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt ten minste eenmaal per drie jaar op de goede werking gecontroleerd en onderhouden door een deskundige op het gebied van dat instrument. Een bewijs van de controle en het onderhoud is beschikbaar.
5.
Als er onderbemaling aanwezig is, wordt ieder kwartaal het gehalte aan nitraatstikstof gemeten in het onderbemalingswater, ter signalering van lekkages. Als het nitraatgehalte meer is dan 5 mmol/l, worden maatregelen genomen om lekstromen te verhelpen.
Artikel 4.791fa. (informeren en gegevens en bescheiden: meetresultaten)
1.
Jaarlijks wordt uiterlijk op 30 april aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, een rapportage verstrekt met de volgende gegevens over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar:
  1. welke gewassen er zijn geteeld;
  2. de teeltoppervlakte per gewas; en
  3. de teeltperiode per gewas.
2.
Als de totale teeltoppervlakte voor het telen van gewassen ten minste 2.500 m2 is, worden bij de rapportage ook de volgende gegevens verstrekt:
  1. de hoeveelheid geloosd drainwater in kubieke meters, bedoeld in artikel 4.791, eerste lid, onderdeel a; en
  2. de gehalten aan nitraatstikstof, ammoniumstikstof en natrium in het drainwater, bedoeld in artikel 4.791, eerste lid, onderdeel b.
R

Artikel 4.791g wordt als volgt gewijzigd:

2.
Er is een schematische tekening van de locatie, bedoeld in artikel 3.207, eerste lid, beschikbaar, waarop, als die aanwezig is, is aangegeven:
  1. de werken en leidingen die zijn bedoeld voor het transport of de opslag van water dat is gerelateerd aan de teelt;
  2. de gietwatervoorziening, waaronder de voorziening van regenwater met vermelding van de inhoud ervan in kubieke meters en de voorziening van aanvullend gietwater;
  3. de route van de verschillende waterstromen waaronder gietwater, condenswater, drainwater, drainagewater, en filterspoelwater;
  4. drainwater- en drainagewaterputten;
  5. de watermeters;
  6. de drainwatersilo’s en drainagewatersilo’s met vermelding van de inhoud ervan in kubieke meters;
  7. de afvalwaterbuffer en de rioolbuffer met vermelding van de inhoud van deze buffers in kubieke meters;
  8. de calamiteitenoverloop met watermeter en afdichting; en
  9. het signaleringssysteem voor onbedoeld hoogwater in pompputten en opslagsilos voor drainwater en drainagewater.
S

Aan artikel 4.791ga wordt een lid toegevoegd, luidende:

4.
Tot 1 januari 2030 kan in afwijking van artikel 4.791f, eerste lid, onder a, een afwijking van de nauwkeurigheid van ten hoogste 10% worden aangehouden voor instrumenten die op 1 januari 2026 al aanwezig waren.
T

In artikel 4.791h, onder c, wordt «spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen» vervangen door «bemest spoelwater».

U

Aan artikel 4.791k wordt een lid toegevoegd, luidende:

4.
Als via een mobiele zuiveringsvoorziening wordt gezuiverd, worden de registratie van de gezuiverde volumes en de facturen van het zuiveren ten minste vijf jaar bewaard.
V

Na artikel 4.791k wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.791ka. (informeren: wijze van zuiveren)
1.
Jaarlijks wordt uiterlijk op 30 april het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, geïnformeerd over de wijze waarop in het voorafgaande kalenderjaar is voldaan aan artikel 4.791k:
  1. door een zuiveringsvoorziening of zuiveringtechnisch werk dat alleen het drainwater of spoelwater van de eigen kas zuivert;
  2. door een zuiveringsvoorziening of zuiveringtechnisch werk dat afvalwater van meer activiteiten zuivert;
  3. door een mobiele zuiveringsvoorziening;
  4. door geen gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken; of
  5. door gedurende het hele jaar geen drainwater of spoelwater te lozen dat gewasbeschermingsmiddelen bevat.
2.
Ten minste vier weken voordat de wijze van voldoen, bedoeld in het eerste lid, wijzigt, wordt het bevoegd gezag hierover geïnformeerd.
W

Artikel 4.791m wordt als volgt gewijzigd:

4.
De instrumenten, bedoeld in het derde lid, worden ten minste eenmaal per drie jaar op de goede werking gecontroleerd en onderhouden door een deskundige op het gebied van die instrumenten. Een bewijs van de controle en het onderhoud is beschikbaar.
X

Artikel 4.791o komt te luiden:

Artikel 4.791o. (gegevens en bescheiden: rapportage)
1.
Jaarlijks wordt uiterlijk op 30 april aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, een rapportage verstrekt met de volgende gegevens over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar:
  1. welke gewassen er zijn geteeld;
  2. de teeltoppervlakte per gewas; en
  3. de teeltperiode per gewas.
2.
Als de totale teeltoppervlakte voor het telen van gewassen 2.500 m2 of meer is, worden bij de rapportage ook de volgende gegevens verstrekt:
  1. de hoeveelheid voedingswater en drainagewater, bedoeld in artikel 4.791m, eerste lid, onder a, b en c;
  2. de toegediende hoeveelheden totaal stikstof en totaal fosfor, op basis van de gegevens, bedoeld in artikel 4.791m, eerste lid, onder f en g; en
  3. de hoeveelheden totaal stikstof en totaal fosfor in het geloosde drainagewater, berekend aan de hand van de gegevens, bedoeld in artikel 4.791m, eerste lid, onder c en d.
Y

Artikel 4.791p wordt als volgt gewijzigd:

2.
Er is een schematische tekening van de locatie bedoeld in artikel 3.207, eerste lid, beschikbaar, waarop, als van toepassing, in ieder geval is aangegeven:
  1. de werken en leidingen die zijn bedoeld voor het transport of de opslag van water dat is gerelateerd aan de teelt;
  2. de gietwatervoorziening, waaronder de voorziening van regenwater met vermelding van de inhoud ervan in kubieke meters en de voorziening van aanvullend gietwater;
  3. de route van de verschillende waterstromen waaronder gietwater, condenswater, drainwater, drainagewater, en filterspoelwater;
  4. drainwater- en drainagewaterputten;
  5. de watermeters;
  6. de drainwatersilo’s en drainagewatersilo’s met vermelding van de inhoud ervan in kubieke meters;
  7. de afvalwaterbuffer en de rioolbuffer met vermelding van de inhoud van deze buffers in kubieke meters;
  8. de calamiteitenoverloop met watermeter en afdichting; en
  9. het signaleringssysteem voor onbedoeld hoogwater in pompputten en opslagsilos voor drainwater en drainagewater.
Z

Aan artikel 4.791pa wordt een lid toegevoegd, luidende:

4.
Tot 1 januari 2030 kan in afwijking van artikel 4.791m, derde lid, een afwijking van de nauwkeurigheid van ten hoogste 10% worden aangehouden voor instrumenten die op 1 januari 2026 al aanwezig waren.
AA

Artikel 4.791u wordt als volgt gewijzigd:

2.
Er is een schematische tekening van de locatie bedoeld in artikel 3.207, eerste lid, beschikbaar, waarop, als van toepassing, in ieder geval is aangegeven:
  1. de werken en leidingen die zijn bedoeld voor het transport of de opslag van water dat is gerelateerd aan de teelt;
  2. de gietwatervoorziening, waaronder de voorziening van regenwater met vermelding van de inhoud ervan in kubieke meters en de voorziening van aanvullend gietwater;
  3. de route van de verschillende waterstromen waaronder gietwater, condenswater, drainwater, drainagewater, en filterspoelwater;
  4. drainwater- en drainagewaterputten;
  5. de watermeters;
  6. de drainwatersilo’s en drainagewatersilo’s met vermelding van de inhoud ervan in kubieke meters;
  7. de afvalwaterbuffer en de rioolbuffer met vermelding van de inhoud van deze buffers in kubieke meters;
  8. de calamiteitenoverloop met watermeter en afdichting; en
  9. het signaleringssysteem voor onbedoeld hoogwater in pompputten en opslagsilos voor drainwater en drainagewater.
AB

Artikel 4.852 komt te luiden:

Artikel 4.852. (water: lozingsroute)
1.
Met het oog op een doelmatig beheer van afvalwater afkomstig van het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, worden vrijkomende vloeistoffen:
  1. gelijkmatig verspreid over landbouwgronden; of
  2. door een zuiveringsvoorziening geleid die ten minste 95% van de werkzame stoffen die bestaan uit organische verbindingen afkomstig van de gewasbeschermingsmiddelen uit de vloeistoffen verwijdert. In dit geval is lozing via het riool toegestaan.
2.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, door een zuiveringsvoorziening geleid of geloosd via die andere route.
AC

Artikel 4.918 komt te luiden:

Artikel 4.918. (bodem: uitvoering opslagtank)
1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt de bovengrondse opslagtank zich boven of in een lekbak.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als de bovengrondse opslagtank:
  1. gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt; of
  2. dubbelwandig is uitgevoerd met een elektronisch lekdetectiesysteem of lekdetectiepotsysteem dat is aangelegd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL.
3.
Een bovengrondse opslagtank die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt is:
  1. dubbelwandig uitgevoerd met een systeem voor lekdetectie in de wand dat is aangelegd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL; of
  2. enkelwandig uitgevoerd en geplaatst in een ondergrondse bak die:
    1. zich onder de opslagtank bevindt;
    2. een systeem voor lekdetectie heeft;
    3. vloeistofdicht is; en
    4. een hoogte heeft van ten minste het hoogste vloeistofniveau of een inhoud heeft van ten minste 125% van de inhoud van de opslagtank.
4.
Een elektronisch lekdetectiesysteem, als bedoeld in het tweede lid onder b en derde lid onder a, wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL.
5.
Een lekdetectiepotsysteem, als bedoeld in het tweede lid onder b, wordt ten minste eenmaal per maand gecontroleerd. Bij het constateren van een gebrek wordt het systeem binnen vier weken hersteld. Van de verrichte controles wordt ten minste eenmaal per jaar een aantekening gemaakt.
6.
Een systeem voor lekdetectie als bedoeld in het derde lid onder b onder 2°:
  1. is aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800; en
  2. wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming als bedoeld onder a.
7.
De resultaten van de beoordelingen en de aantekeningen van controles worden ten minste drie jaar bewaard.
8.
Op een bovengrondse opslagtank van staal die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt en op een ondergrondse leiding van staal is kathodische bescherming aangebracht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800.
AD

Artikel 4.919 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider, als in de bovengrondse opslagtank vloeibare brandstoffen worden opgeslagen.
3.
Het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarde voor olie, bedoeld in artikel 4.923.
AE

In artikel 4.919a wordt «artikel 4.919, onder a,» vervangen door «artikel 4.919, eerste lid, onder a,» en wordt na «niet aangesloten op het vuilwaterriool» ingevoegd «, als in de bovengrondse opslagtank vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 worden opgeslagen die geen vloeibare brandstoffen zijn».

AF

Artikel 4.920 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt de kathodische bescherming op een bovengrondse opslagtank van staal die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt en op een ondergrondse leiding van staal ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.
AG

Na artikel 4.920 worden vijf artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 4.921. (bodem: stroomopdrukproef als geen kathodische bescherming is aangebracht)
1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt ten minste eenmaal per jaar een stroomopdrukproef verricht als op een bovengrondse opslagtank van staal die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt of op een ondergrondse leiding van staal geen kathodische bescherming is aangebracht.
2.
De stroomopdrukproef wordt verricht en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.
3.
De resultaten van stroomopdrukproeven worden ten minste drie jaar bewaard.
Artikel 4.922. (water: lozingsroute)
1.
Met het oog op een doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van de vloeistofdichte bodemvoorziening die zich bevindt onder het aansluitpunt van een bovengrondse opslagtank waarin vloeibare brandstoffen worden opgeslagen, geloosd in een vuilwaterriool.
2.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd ineen vuilwaterriool of via die andere route.
Artikel 4.923. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)
Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:
  1. volgens NEN-EN 858-1 en NEN-EN 858-2; of
  2. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.
Artikel 4.924. (water: meetmethoden)
1.
Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.
2.
Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.
3.
Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.
Artikel 4.924a. (overgangsrecht: kathodische bescherming)
Artikel 4.918, achtste lid, is niet van toepassing op een opslagtank of leiding die is geïnstalleerd voor 1 januari 2026.
AH

Artikel 4.930 komt te luiden:

Artikel 4.930. (bodem: uitvoering opslagtank)
1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt de bovengrondse opslagtank zich boven of in een lekbak.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als de bovengrondse opslagtank:
  1. gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt; of
  2. dubbelwandig is uitgevoerd met een elektronisch lekdetectiesysteem of lekdetectiepotsysteem dat is aangelegd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL.
3.
Een bovengrondse opslagtank die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt is:
  1. dubbelwandig uitgevoerd met een systeem voor lekdetectie in de wand dat is aangelegd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL; of
  2. enkelwandig uitgevoerd en geplaatst in een ondergrondse bak die:
    1. zich onder de opslagtank bevindt;
    2. een systeem voor lekdetectie heeft;
    3. vloeistofdicht is; en
    4. een hoogte heeft van ten minste het hoogste vloeistofniveau of een inhoud heeft van ten minste 125% van de inhoud van de opslagtank.
4.
Een elektronisch lekdetectiesysteem, als bedoeld in het tweede lid onder b en derde lid onder a, wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL.
5.
Een lekdetectiepotsysteem, als bedoeld in het tweede lid onder b, wordt ten minste eenmaal per maand gecontroleerd. Bij het constateren van een gebrek wordt het systeem binnen vier weken hersteld. Van de verrichte controles wordt ten minste eenmaal per jaar een aantekening gemaakt.
6.
Een systeem voor lekdetectie, als bedoeld in het derde lid onder b onder 2°:
  1. is aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800; en
  2. wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming als bedoeld onder a.
7.
De resultaten van de beoordelingen en de aantekeningen van controles worden ten minste drie jaar bewaard.
8.
Op een bovengrondse opslagtank van staal die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt en op een ondergrondse leiding van staal is kathodische bescherming aangebracht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800.
AI

Artikel 4.934 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt de kathodische bescherming op een bovengrondse opslagtank van staal die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt en op een ondergrondse leiding van staal ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.
AJ

Na artikel 4.934 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.934a. (bodem: stroomopdrukproef als geen kathodische bescherming is aangebracht)
1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt ten minste eenmaal per jaar een stroomopdrukproef verricht als op een bovengrondse opslagtank van staal die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt of op een ondergrondse leiding van staal geen kathodische bescherming is aangebracht.
2.
De stroomopdrukproef wordt verricht en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.
3.
De resultaten van stroomopdrukproeven worden ten minste drie jaar bewaard.
AK

Tabel 4.938 komt te luiden:

AL

Aan paragraaf 4.94 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 4.941c. (overgangsrecht: kathodische bescherming)
Artikel 4.930, achtste lid, is niet van toepassing op een opslagtank of leiding die is geïnstalleerd voor 1 januari 2026.
Artikel 4.941d. (overgangsrecht: keuring)
Artikel 4.938, vierde lid, is tot en met 31 december 2028 niet van toepassing op de termijnen, bedoeld in tabel 4.938, van 10 en 8 jaar, als het gaat om een bovengrondse opslagtank die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt en die:
  1. voor 1 januari 2026 is geïnstalleerd of gekeurd; en
  2. waarvan de termijn voor de volgende keuring, die voor 1 januari 2026 van toepassing was op die opslagtank, nog niet is verstreken.
AM

Artikel 4.972 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider, als in de ondergrondse opslagtank vloeibare brandstoffen worden opgeslagen.
3.
Het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarde voor olie, bedoeld in artikel 4.980.
AN

In artikel 4.972a wordt «artikel 4.972, onder a» vervangen door «artikel 4.972, eerste lid, onder a» en wordt na «niet aangesloten op het vuilwaterriool» ingevoegd «, als in de ondergrondse opslagtank vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 worden opgeslagen die geen vloeibare brandstoffen zijn».

AO

In artikel 4.972b, eerste lid, wordt «worden de kathodische bescherming op een ondergrondse opslagtank van staal en de daarop aangesloten leidingen van staal» vervangen door «wordt de kathodische bescherming op een ondergrondse opslagtank van staal en op een ondergrondse leiding van staal».

AP

Na artikel 4.976 worden vier artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 4.976a. (bodem: keuring ondergrondse opslagtank)
1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden een ondergrondse opslagtank met de daarop aangesloten leidingen beoordeeld en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.
2.
De keuringen vinden plaats volgens de termijnen, bedoeld in tabel 4.976a.
3.
Een ondergrondse opslagtank is voor de keuring leeg gemaakt en inwendig gereinigd en wordt bij de keuring inwendig beoordeeld.
4.
Het inwendig reinigen en het inwendig beoordelen als bedoeld in het derde lid is niet vereist als de ondergrondse opslagtank dubbelwandig is uitgevoerd met een systeem voor lekdetectie in de wand en dat systeem:
  1. is aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800; en
  2. ten minste eenmaal per jaar wordt beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming als bedoeld onder a.
Artikel 4.976b. (bodem: verwijderen of onklaar maken van afgekeurde opslagtank)
1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt de vloeistof direct verwijderd als een ondergrondse opslagtank is afgekeurd.
2.
Een afgekeurde ondergrondse opslagtank met de daarop aangesloten leidingen wordt binnen acht weken na de afkeuring verwijderd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL-K902 of BRL-K904.
3.
Als verwijdering van de ondergrondse opslagtank door de ligging redelijkerwijs niet mogelijk is, wordt de opslagtank met de daarop aangesloten leidingen binnen acht weken na de afkeuring onklaar gemaakt door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL-K902 of BRL-K904.
Artikel 4.976c. (informeren: afkeuring opslagtank)
Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt onverwijld geïnformeerd over het afkeuren van een ondergrondse opslagtank.
Artikel 4.976d. (informeren en gegevens en bescheiden: verwijderen of onklaar maken opslagtank)
1.
Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt ten minste tien dagen voor het verwijderen of het onklaar maken van een ondergrondse opslagtank daarover geïnformeerd.
2.
Ten hoogste drie maanden na het verwijderen of het onklaar maken van de ondergrondse opslagtank wordt een rapportage daarover verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2.
AQ

Na artikel worden 4.978 drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 4.979. (water: lozingsroute)
1.
Met het oog op een doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van de vloeistofdichte bodemvoorziening die zich bevindt onder het aansluitpunt van een ondergrondse opslagtank waarin vloeibare brandstoffen worden opgeslagen, geloosd in een vuilwaterriool.
2.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.
Artikel 4.980. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)
Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:
  1. volgens NEN-EN 858-1 en NEN-EN 858-2; of
  2. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die
wordt geloosd.
Artikel 4.980a. (water: meetmethoden)
1.
Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.
2.
Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.
3.
Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.
AR

In artikel 4.991, eerste lid, wordt «worden de kathodische bescherming» vervangen door «wordt de kathodische bescherming».

AS

Aan artikel 4.997 worden twee leden toegevoegd, luidende:

4.
Een ondergrondse opslagtank is voor de keuring leeggemaakt en inwendig gereinigd en wordt bij de keuring inwendig beoordeeld.
5.
Het inwendig reinigen en het inwendig beoordelen als bedoeld in het vierde lid is niet vereist als de ondergrondse opslagtank dubbelwandig is uitgevoerd met een systeem voor lekdetectie in de wand en dat systeem:
  1. is aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800; en
  2. ten minste eenmaal per jaar wordt beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming als bedoeld onder a.
AT

Artikel 4.1136, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

  1. het berekende temperatuureffect in graden Celsius van het bodemenergiesysteem op bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend; en
  2. het bodemzijdig vermogen van het bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem volgens het ontwerp zal voorzien.
AU

Artikel 4.1137, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

AV

In artikel 4.1138, tweede lid, wordt na «gesloten bodemenergiesysteem» ingevoegd «met een bodemzijdig vermogen van minder dan 70 kW».

AW

In de artikelen 4.1142, onder b, en 4.1153, onder b, wordt «BRL KvINL 6000-21/00» vervangen door «BRL InstallQ 6000-21/00».

AX

Artikel 4.1143, vierde lid, komt te luiden:

4.
Dit artikel is niet van toepassing op een gesloten bodemenergiesysteem met een bodemzijdig vermogen van minder dan 70 kW dat alleen wordt gebruikt voor een afzonderlijke woning.
AY

Paragraaf 4.119 komt te luiden:

AZ

Paragraaf 4.120 vervalt.

BA

In artikel 4.1247, eerste lid, onder b, wordt «baggerspecie van de kwaliteitsklasse niet verontreinigd» vervangen door «baggerspecie van de kwaliteitsklasse algemeen toepasbaar».

BB

In artikel 4.1248, tweede lid, wordt onder verlettering van de onderdelen f en g tot g en h, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  1. een aanduiding of de activiteit het eenmalig opslaan van één partij grond of één partij baggerspecie of het opslaan van meerdere partijen grond of baggerspecie betreft;.
BC

Na artikel 4.1248 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.1248a. (gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit)
1.
Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1247, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
2.
Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al zijn verstrekt op grond van artikel 3.181 voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.178.
BD

In artikel 4.1257, derde lid, wordt onder vervanging van «; en» aan het slot van onderdeel e door een puntkomma en onder vernummering van onderdeel f tot g, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  1. vormgegeven bouwstof: vormgegeven bouwstof als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; en
BE

Artikel 4.1258 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Dit artikel is van toepassing op het toepassen van:
  1. niet-vormgegeven bouwstoffen met daarin meer dan 20 massaprocent staalslak;
  2. bouwstoffen bestaande uit pure staalslak zonder vaste maatvoering die op grond van deeltjesgrootte en massaverlies worden aangemerkt als vormgegeven bouwstof;
  3. AVI-bodemassen; of
  4. immobilisaten.
3.
Het tweede lid, onder c, j, k, m n en o, is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden al eerder voor het werk zijn verstrekt en zich geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan.
BF

Na artikel 4.1258 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.1258a. (melding toepassen van staalslak)
1.
Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 4.1257, in geval van toepassen van de in artikel 4.1258, eerste lid, onder a en b, genoemde bouwstoffen, te verrichten zonder dit ten minste een week voor het begin ervan te melden.
2.
Een melding bevat de datum van het begin van de activiteit.
BG

In artikel 4.1259, tweede lid, onder d, wordt «; en» vervangen door «; of».

BH

Artikel 4.1266 wordt als volgt gewijzigd:

  1. de aanduiding of in het kader van de functionele toepassing alleen grond of baggerspecie van een kwaliteit die voldoet aan de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklasse landbouw/natuur of algemeen toepasbaar, bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, wordt toegepast.
BI

Artikel 4.1267 wordt als volgt gewijzigd:

BJ

In artikel 4.1283, eerste lid, onder a, vervalt «voor zover het gaat om het in opdracht toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen op of in de landbodem».

BK

Artikel 5.2 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Ten hoogste vier weken na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
BL

Artikel 5.7b, eerste lid, komt te luiden:

1.
Als uit het vooronderzoek bodem blijkt dat een verkennend bodemonderzoek nodig is, wordt een verkennend bodemonderzoek verricht.
BM

Artikel 5.7c, eerste lid, komt te luiden:

1.
Als uit het vooronderzoek bodem of het verkennend bodemonderzoek blijkt dat een verkennend bodemonderzoek asbest nodig is, wordt een verkennend bodemonderzoek asbest verricht.
BN

Artikel 5.19 wordt als volgt gewijzigd:

BO

In de artikelen 6.56ha, eerste lid, onder a, 6.56hd, 7.61i, eerste lid, onder a, en 7.61l vervalt «met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit of boven de interventiewaarde bodemkwaliteit».

BP

In de artikelen 6.56ha, derde lid, 6.56hb, tweede lid, 7.61i, derde lid, en 7.61j, tweede lid vervalt «met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit of boven de interventiewaarde bodemkwaliteit,».

BQ

Bijlage I, onder A, wordt als volgt gewijzigd:

BR

Het opschrift van Bijlage IIa komt te luiden:

Artikel 3.48l. (algemene regels)

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.48j, wordt voldaan aan de regels over het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 4.122.

Artikel 4.791da. (informeren: wijze van zuiveren)

Artikel 4.791f. (water: meten)

Artikel 4.791fa. (informeren en gegevens en bescheiden: meetresultaten)

Artikel 4.791ka. (informeren: wijze van zuiveren)

Artikel 4.791o. (gegevens en bescheiden: rapportage)

Artikel 4.852. (water: lozingsroute)

Artikel 4.918. (bodem: uitvoering opslagtank)

Artikel 4.921. (bodem: stroomopdrukproef als geen kathodische bescherming is aangebracht)

Artikel 4.922. (water: lozingsroute)

Artikel 4.923. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)

Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:

Artikel 4.924. (water: meetmethoden)

Artikel 4.924a. (overgangsrecht: kathodische bescherming)

Artikel 4.918, achtste lid, is niet van toepassing op een opslagtank of leiding die is geïnstalleerd voor 1 januari 2026.

Artikel 4.930. (bodem: uitvoering opslagtank)

Artikel 4.934a. (bodem: stroomopdrukproef als geen kathodische bescherming is aangebracht)

Artikel 4.941c. (overgangsrecht: kathodische bescherming)

Artikel 4.930, achtste lid, is niet van toepassing op een opslagtank of leiding die is geïnstalleerd voor 1 januari 2026.

Artikel 4.941d. (overgangsrecht: keuring)

Artikel 4.938, vierde lid, is tot en met 31 december 2028 niet van toepassing op de termijnen, bedoeld in tabel 4.938, van 10 en 8 jaar, als het gaat om een bovengrondse opslagtank die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt en die:

Artikel 4.976a. (bodem: keuring ondergrondse opslagtank)

Artikel 4.976b. (bodem: verwijderen of onklaar maken van afgekeurde opslagtank)

Artikel 4.976c. (informeren: afkeuring opslagtank)

Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt onverwijld geïnformeerd over het afkeuren van een ondergrondse opslagtank.

Artikel 4.976d. (informeren en gegevens en bescheiden: verwijderen of onklaar maken opslagtank)

Artikel 4.979. (water: lozingsroute)

Artikel 4.980. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)

Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:

wordt geloosd.

Artikel 4.980a. (water: meetmethoden)

Artikel 4.1219. (toepassingsbereik)

Artikel 4.1220. (melding)

Artikel 4.1221. (gegevens en bescheiden: vier weken voor het begin van de activiteit)

Artikel 4.1222. (gegevens en bescheiden: een week voor het begin van de activiteit)

Artikel 4.1223. (gegevens en bescheiden: na de activiteit bij spoedreparatie)

Artikel 4.1224. (aanwijzing modules: voorafgaand bodemonderzoek)

Artikel 4.1225. (bodem en afval: gescheiden houden grond)

Artikel 4.1226. (bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond)

Artikel 4.1227. (bodem: tijdelijke opslag van vrijkomende grond)

Artikel 4.1228. (bodem en afval: kwaliteitsborging)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en een doelmatig beheer van afvalstoffen wordt het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

Artikel 4.1229. (bodem en afval: milieukundige begeleiding graafwerkzaamheden)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en een doelmatig beheer van afvalstoffen wordt het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit begeleid door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 6000 als:

Artikel 4.1230. (gegevens en bescheiden: bij beëindigen activiteit)

Na het beëindigen van het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

Artikel 4.1248a. (gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit)

Artikel 4.1258a. (melding toepassen van staalslak)

ARTIKEL II (WIJZIGING BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING)

Het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt als volgt gewijzigd:

A

In het opschrift en de aanhef van artikel 4.6, en in bijlage I, onderdeel A. wordt «stroomgebiedsbeheerplan» vervangen door «stroomgebiedbeheerplan».

B

In artikelen 6.2, tweede lid, 7.12, tweede lid, 8.22, tweede lid, 8.84, tweede lid, 11.35, opschrift en de artikeltekst wordt «stroomgebiedsbeheerplannen» vervangen door «stroomgebiedbeheerplannen».

C

De tabel in bijlage XIIIb bij het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt als volgt gewijzigd:

ARTIKEL III (WIJZIGING OMGEVINGSBESLUIT)

Het Omgevingsbesluit wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikelen 10.9, onder b, en 10.11, tweede lid, wordt «stroomgebiedsbeheerplan» vervangen door «stroomgebiedbeheerplan».

B

In artikel 10.11, opschrift en eerste lid, 10.33, opschrift en de artikeltekst, wordt «stroomgebiedsbeheerplannen» vervangen door «stroomgebiedbeheerplannen».

C

Artikel 13.1, eerste lid, onder e, wordt als volgt gewijzigd:

D

Artikel 13.3a0 wordt als volgt gewijzigd:

2.
De bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij een milieubelastende activiteit of een lozingsactiviteit als bedoeld in artikel 3.48m, 3.48o of 3.48r van het Besluit activiteiten leefomgeving ook bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor zover het bij die activiteit gaat om het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 4.1258, tweede lid, onder a, 4.1267, eerste lid, onder a, en 4.1283, eerste lid, onder a, van dat besluit.
E

In de artikelen 14.5b en 14.7b, eerste lid, wordt «bedoeld in artikel 13.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 6°» vervangen door «bedoeld in artikel 13.3a0, tweede lid».

ARTIKEL IV (WIJZIGING INVOERINGSBESLUIT OMGEVINGSWET)

Aan Afdeling 8.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 8.1.12 (verlengde termijn omgevingsvergunning van rechtswege activiteiten door of namens de waterbeheerder)
De omgevingsvergunning van rechtswege, bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet, geldt voor een termijn van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de volgende activiteiten die door of namens de waterbeheerder worden verricht:
  1. het bouwen of in stand houden van een instroomvoorziening in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.35 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  2. het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk of het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.36 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  3. het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  4. het lozen van water door een uitstroomvoorziening op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  5. het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
  6. het lozen van water door een uitstroomvoorziening in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 8.1.13 (geldigheid omgevingsvergunning van rechtswege beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk)
De omgevingsvergunning van rechtswege, bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet, geldt voor een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 8.16 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 8.1.12 (verlengde termijn omgevingsvergunning van rechtswege activiteiten door of namens de waterbeheerder)

De omgevingsvergunning van rechtswege, bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet, geldt voor een termijn van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de volgende activiteiten die door of namens de waterbeheerder worden verricht:

Artikel 8.1.13 (geldigheid omgevingsvergunning van rechtswege beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk)

De omgevingsvergunning van rechtswege, bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet, geldt voor een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 8.16 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

ARTIKEL V (WIJZIGING BESLUIT BODEMKWALITEIT)

A

In artikel 1 wordt na «vermengde mijnsteen: bouwstof, bestaande uit mijnsteen die met ten hoogste 80 gewichtsprocent grond of baggerspecie is vermengd;» ingevoegd «vormgegeven bouwstof: bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft;».

B

Aan artikel 25h van het Besluit bodemkwaliteit wordt een lid toegevoegd, luidende:

3.
Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om:
  1. metselmortel of een natuursteenproduct, met uitzondering van breuksteen en steenslag;
  2. vormgegeven bouwstoffen die zonder verandering van de eigenschappen of samenstelling in ongewijzigde vorm en onder dezelfde omstandigheden opnieuw worden toegepast;
  3. asfalt of asfaltbeton, waarvan volgens de bij of krachtens dit besluit gestelde regels is vastgesteld dat het niet teerhoudend is, en opnieuw in dezelfde wegverharding wordt toegepast;
  4. bouwstoffen die tijdelijk uit een werk zijn weggenomen en die in dat werk op of nabij dezelfde locatie in ongewijzigde vorm en onder dezelfde omstandigheden opnieuw worden toegepast zonder dat het eigendom daarvan wordt overgedragen; en
  5. bouwstoffen die worden toegepast door een natuurlijke persoon, anders dan in het uitoefenen van zijn beroep of bedrijf, en de in het werk toegepaste hoeveelheid bouwstoffen in totaal ten hoogste 25 m3 bedraagt.

ARTIKEL VI (WIJZIGING DRINKWATERBESLUIT)

Het Drinkwaterbesluit wordt als volgt gewijzigd:

«Algemene opmerking: Het water mag niet agressief of corrosief zijn. Dit geldt in elk geval voor water dat een behandeling ondergaat, zoals demineralisatie, ontharding, membraanbehandeling of omgekeerde osmose.»

ARTIKEL VII (INWERKINGTREDING)

ARTIKEL VIII (CITEERTITEL)

Dit besluit wordt aangehaald als: Verzamelbesluit Omgevingswet IENW Bodem en Water 2026.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.