Wet van 1 april 2026, houdende wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Algemene wet inzake rijksbelastingen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PbEU L 2023/2226) (Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan te passen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PbEU L 2023/2226);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 2, eerste lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel s door een puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:
- bewaarrekening: een bewaarrekening als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU;
- inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming: dividenden of andere inkomsten die in de lidstaat van de betaler als dividenden worden behandeld en die worden betaald of bijgeschreven op een andere rekening dan een bewaarrekening;
- levensverzekeringsproducten die niet onder andere rechtsinstrumenten van de Europese Unie inzake inlichtingenuitwisseling en andere soortgelijke maatregelen vallen: verzekeringscontracten, met uitzondering van kapitaalverzekeringen die op grond van bijlage I, deel I, van Richtlijn 2011/16/EU moeten worden gerapporteerd, waarbij uitkeringen uit hoofde van de overeenkomsten verschuldigd zijn bij overlijden van een polishouder.
B
Artikel 2a wordt als volgt gewijzigd:
C
In artikel 2b, eerste lid, onderdeel c, wordt «of op de» vervangen door «, op de» en aan dat onderdeel wordt toegevoegd «of op een natuurlijk persoon die op grond van een door de inspecteur dan wel Onze Minister afgegeven ruling al dan niet fiscaal ingezetene van Nederland is».
D
Aan artikel 2d, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
E
Aan artikel 2e wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel y door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
F
Na artikel 2e wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2f
Voor de toepassing van dit artikel, artikel 6h, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4aca, en de daarop berustende bepalingen, artikel 10r en artikel 11 wordt verstaan onder:G
Aan artikel 6b, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
- inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming, met uitzondering van inkomsten uit dividenden die zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 4, 5 of 6 van Richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten (PbEU 2011, L 345).
H
Artikel 6d wordt als volgt gewijzigd:
- het bedrag van de transactie of reeks van transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling groter is dan € 1.500.000 of het equivalent daarvan in een andere valuta, indien dat bedrag wordt vermeld in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling; of
- de voorafgaande grensoverschrijdende ruling bepaalt of een persoon al dan niet fiscaal ingezetene van Nederland is.
6.
Het derde lid, onderdeel b, is niet van toepassing op voorafgaande grensoverschrijdende rulings inzake bronbelasting op door niet-ingezetenen genoten inkomsten als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onderdelen a, b en d.I
In artikel 6g, eerste lid, wordt «tweede, derde en vijfde lid» vervangen door «tweede, derde, vijfde en negende lid».
J
Aan hoofdstuk II, afdeling 2, wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 6h
1.
Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU met betrekking tot een persoon van een lidstaat aan de bevoegde autoriteit van de betreffende lidstaat automatisch de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 10ob, derde, vierde en vijfde lid, en 10od, vierde en vijfde lid.2.
Onze Minister verstrekt de gegevens en inlichtingen jaarlijks binnen negen maanden na het einde van het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben.K
In artikel 8, eerste lid, wordt na «6g» ingevoegd «, 6h».
L
Artikel 10b wordt als volgt gewijzigd:
- de rol of rollen op grond waarvan elke te rapporteren persoon een uiteindelijk belanghebbende van die entiteit is;
- of voor elke te rapporteren persoon een geldige eigen verklaring is verstrekt;
- of de te rapporteren rekening een gezamenlijke rekening is en, indien dat het geval is, het aantal gezamenlijke rekeninghouders;
M
Artikel 10c wordt als volgt gewijzigd:
- indien het een aandelenbelang betreft als bedoeld in bijlage I, deel VIII, onderdeel C, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU in een beleggingsentiteit als bedoeld in bijlage I, deel VIII, onderdeel A, onder 6 bis, van Richtlijn 2011/16/EU die een juridische constructie is: de rol of rollen op grond waarvan de te rapporteren persoon een houder van een aandelenbelang is.
3.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, hoeft een rapporterende financiële instelling de bruto-opbrengsten niet te rapporteren voor zover zij die opbrengsten met toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling 4aca, rapporteert, tenzij zij voor een bepaalde groep te rapporteren rekeningen anders besluit.N
In artikel 10d, tweede lid, wordt na «aangemerkt» ingevoegd «en telkens wanneer de informatie betreffende die rekening op grond van het bij of krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme gestelde moet worden bijgewerkt».
O
Artikel 10h wordt als volgt gewijzigd:
P
Aan artikel 10j wordt een lid toegevoegd, luidende:
9.
In afwijking van het derde lid, onderdeel a, en het vijfde lid, onderdeel a, rapporteert de rapporterende platformexploitant de naam van de te rapporteren verkoper, de identificatiecode of identificatiecodes van de identificatiedienst voor rapporterende platformexploitanten en de lidstaat of lidstaten van afgifte indien de rapporterende platformexploitant gebruik heeft gemaakt van een identificatiedienst voor rapporterende platformexploitanten om de identiteit en alle fiscale woonplaatsen van de te rapporteren verkoper vast te stellen.Q
Artikel 10l wordt als volgt gewijzigd:
R
Artikel 10m wordt als volgt gewijzigd:
1.
Onze Minister verwijdert een rapporterende platformexploitant uit het centraal register indien:- de platformexploitant Onze Minister ervan in kennis stelt dat hij niet langer als platformexploitant actief is;
- er bij gebreke van een kennisgeving op grond van onderdeel a redenen zijn om te veronderstellen dat de platformexploitant zijn activiteiten heeft beëindigd;
- de platformexploitant niet langer beantwoordt aan de voorwaarden van bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;
- Onze Minister de registratie, bedoeld in artikel 10l, tweede lid, op grond van het tweede lid heeft ingetrokken.
S
Na hoofdstuk II, afdeling 4ac, wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
T
Artikel 10p wordt als volgt gewijzigd:
U
Na artikel 10q wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 10r
Met betrekking tot de gegevens en inlichtingen die andere lidstaten ingevolge artikel 8 bis quinquies van Richtlijn 2011/16/EU hebben verstrekt, heeft Onze Minister slechts recht op gebruik van de in het gegevensbestand, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van Richtlijn 2011/16/EU opgeslagen informatie met betrekking tot te rapporteren gebruikers en te rapporteren personen die in Nederland verblijven.V
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
4.
Indien het aan opzet of grove schuld van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, bedoeld in de artikelen 10ob, eerste en tweede lid, en 10od, vierde lid, is te wijten dat de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 4aca, en de daarop berustende bepalingen, niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig zijn of worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan Onze Minister hem een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kan opleggen.W
In artikel 14, vijfde lid, wordt «6f en 6g» vervangen door «6f, 6g en 6h».
X
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
- voor de op grond van artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie getroffen beperkende maatregelen.
Y
In artikel 19, derde lid, wordt «6f en 6g» vervangen door «6f, 6g en 6h».
Z
In artikel 28 wordt «10j en 10l» vervangen door «10j, 10l, 10ob en 10od».
AA
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
- voor de op grond van artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie getroffen beperkende maatregelen.
Artikel 2f
Voor de toepassing van dit artikel, artikel 6h, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4aca, en de daarop berustende bepalingen, artikel 10r en artikel 11 wordt verstaan onder:
Artikel 6h
Artikel 10oa
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden verzamel- en verificatievereisten gesteld aan rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten als bedoeld in de artikelen 10ob, eerste en tweede lid, en 10od, vierde lid, met het oog op het door die aanbieders van cryptoactivadiensten rapporteren van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10ob en 10od. Ook worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop die gegevens en inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt.
Artikel 10ob
Artikel 10oc
Artikel 10od
Artikel 10oe
Artikel 10of
Artikel 10r
Met betrekking tot de gegevens en inlichtingen die andere lidstaten ingevolge artikel 8 bis quinquies van Richtlijn 2011/16/EU hebben verstrekt, heeft Onze Minister slechts recht op gebruik van de in het gegevensbestand, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van Richtlijn 2011/16/EU opgeslagen informatie met betrekking tot te rapporteren gebruikers en te rapporteren personen die in Nederland verblijven.
ARTIKEL II
De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 53bis wordt als volgt gewijzigd:
4.
Met betrekking tot de verplichtingen die volgen uit het eerste, tweede en derde lid:- wordt bij toepassing van de artikelen 68, eerste lid, en 69, eerste lid, voor de derde, onderscheidenlijk vierde, categorie gelezen de zesde categorie;
- vervalt bij toepassing van artikel 69 het vereiste dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.
B
Na artikel 53bis een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 53ter
1.
Rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 10ob, eerste en tweede lid, en 10od, vierde lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, zijn verplicht om gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 10ob, derde en vierde lid, en artikel 10od, vijfde lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen te rapporteren aan de inspecteur, voor zover de te rapporteren gebruiker, bedoeld in artikel 2f van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, een ingezetene als bedoeld in bijlage VI, deel III, onderdelen A en B, van Richtlijn 2011/16/EU is van Nederland. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verstrekt de gegevens en inlichtingen uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben en voor het eerst uiterlijk op 31 januari 2027 met betrekking tot de gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op het kalenderjaar 2026.2.
Artikel 10oa van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de rapportage ziet op gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste lid.3.
De artikelen 10oc, 10oe en 10p van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen zijn van overeenkomstige toepassing op de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, bedoeld in het eerste lid, met het oog op het door die aanbieder van cryptoactivadiensten rapporteren van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid.4.
Artikel 53bis, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.C
Aan hoofdstuk VIIIA, afdeling 1, wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 67fa
1.
Indien het aan opzet of grove schuld van de rapporterende platformexploitant of de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, bedoeld in artikel 53bis, onderscheidenlijk artikel 53ter, is te wijten dat de verplichtingen die volgen uit artikel 53bis onderscheidenlijk artikel 53ter, niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig zijn of worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur aan hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.2.
De bevoegdheid tot het opleggen van de boete, bedoeld in het eerste lid, vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting, bedoeld in het eerste lid, is ontstaan.D
In artikel 67o, vierde lid, wordt «67e en 67f» vervangen door «67e, 67f en 67fa».
E
In artikel 67ob wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
3.
De bevoegdheid om aan anderen dan de rapporterende platformexploitant of de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 67fa, eerste lid, op te leggen, vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting, bedoeld in artikel 67fa, eerste lid, is ontstaan.Artikel 53ter
Artikel 67fa
ARTIKEL III
In artikel 8.133a van de Belastingwet BES wordt «afdeling 4A» telkens vervangen door «hoofdstuk II, afdeling 4a,».
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2026.
ARTIKEL VI
Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva.