Besluit van 19 mei 2026 tot wijziging van het Besluit energie vervoer en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad [WGK026978]
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 30 oktober 2025, IENW/BSK-2025/259897, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 9.2.2.1, 9.7.1.2, 9.7.2.1, eerste, derde een vierde lid, 9.7.2.4, derde lid, 9.7.2.5, tweede lid, 9.7.2.6, derde lid, 9.7.3.8, 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e en derde lid, 9.7.4.2, eerste lid, onderdelen a en c, 9.7.4.3, onderdelen a en b, 9.7.4.4, 9.7.4.6, tweede lid, 9.7.4.7, tweede lid, 9.7.4.11, tweede lid, 9.7.4.12, 9.7.4.14, tweede lid, 9.7.5.6, tweede en derde lid, 9.8.3.1, tweede lid, 9.8.3.3, derde lid, 9.8.3.4, tweede lid, 9.8.3.6, vierde lid, 9.8.3.7, vierde lid, 9.8.4.4, tweede lid, en 9.8.4.5, tweede lid, van de Wet milieubeheer;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 18 februari 2026, nr. W17.25.00328/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 7 mei 2026, IENW/BSK-2026/75952, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Besluit energie vervoer wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
belastingentrepot; dubbeltellingverificateur; dubbeltellingverificatie; dubbeltellingverklaring; hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B; hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel; hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd; hernieuwbare brandstofeenheid overig; massabalans van hernieuwbare brandstoffen; opslaglocatie; vrijwillig systeem;.B
Na artikel 1 wordt de paragraafaanduiding «§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer» ingevoegd.
C
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
- de leverancier tot eindverbruik over het kalenderjaar waarin zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart, of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart opgeteld minder is dan 500.000 liter;
- brandstoffen die ingezet worden in bilaterale of multilaterale militaire operaties en samenwerking of in nationale militaire operaties.
2.
Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd:- de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector land overeenkomstig artikel 5;
- de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector binnenvaart overeenkomstig artikel 5c;
- de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector zeevaart overeenkomstig artikel 5f.
D
Na artikel 2 wordt de paragraafaanduiding «§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare energie» vervangen door de subparagraaf aanduiding «§ 2.1 Jaarverplichting sector land».
E
Artikel 3 komt te luiden:
Artikel 3
1.
Het percentage CO2-equivalent-ketenemissiereductie van de levering tot eindverbruik sector land, bedoeld in artikel 9.7.2.1, eerste en tweede lid, van de wet, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden naar boven wordt afgerond, is voor het kalenderjaar:- 2026: 14,4 procent;
- 2027: 16,5 procent;
- 2028: 23,1 procent;
- 2029: 25,6 procent;
- 2030: 28,4 procent.
2.
Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden anders dan met emissiereductie-eenheden van de sector land, is niet toegestaan.3.
Het percentage is ingevuld met emissiereductie-eenhedenconventioneel voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2030 tot ten hoogste 1,2 procent, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel naar beneden wordt afgerond.4.
Het percentage ingevuld met emissiereductie-eenheden geavanceerd, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd naar boven wordt afgerond, is voor het kalenderjaar:- 2026: ten minste 3,1 procent;
- 2027: ten minste 4,5 procent;
- 2028: ten minste 5,9 procent;
- 2029: ten minste 7,3 procent;
- 2030: ten minste 8,8 procent.
5.
Het percentage is ingevuld met emissiereductie-eenheden bijlage IX-B voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2030 tot ten hoogste 4,3 procent, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B naar beneden wordt afgerond.6.
Het percentage, ingevuld met emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong naar boven wordt afgerond, is voor het kalenderjaar:- 2026: ten minste 0,05 procent;
- 2027: ten minste 0,10 procent;
- 2028: ten minste 0,46 procent;
- 2029: ten minste 0,96 procent;
- 2030: ten minste 1,45 procent.
7.
Bij het voldoen aan het zesde lid, is de invulling van het percentage met raffinagereductie-eenheden toegestaan tot een bij ministeriële regeling bepaald percentage.F
Artikel 5 komt te luiden:
Artikel 5
1.
Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd:- het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, vierde lid, genoemde percentage;
- het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, zesde en zevende lid, genoemde percentage;
- het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3, derde lid, genoemde percentage;
- het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3, vijfde lid, genoemde percentage;
- het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden elektriciteit wordt afgeschreven;
- het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden overig wordt afgeschreven;
- het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven;
- het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong wordt afgeschreven.
2.
Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid, niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort verschuldigde emissiereductie-eenheden als volgt vastgesteld:- het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel is even groot als het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet gebruikt heeft;
- het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B is even groot als het percentage, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel d, niet gebruikt heeft;
- het aantal emissiereductie-eenheden overig is even groot als de resterende jaarverplichting na toepassing van onderdelen a en b.
G
Na artikel 5 worden de volgende subparagrafen en de bijbehorende artikelen ingevoegd:
H
§ 3. Hernieuwbare brandstofeenheden en het bijbehorende artikel 6 komen te luiden:
I
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
2.
De onderneming, bedoeld in het eerste lid, die ingevoerd LPG vervaardigd uit biomassa aan de Nederlandse markt voor vervoer niet levert vanaf zijn opslaglocatie of een opslaglocatie waarover zijn certificering zich uitstrekt, voert in afwijking van artikel 9.7.4.2, eerste lid, onderdeel b, van de wet, alleen een massabalans van biobrandstoffen.5.
Leveringen van vloeibare biobrandstoffen aan de sector binnenvaart die leiden tot de bijschrijving van een emissiereductie-eenheid conventioneel, alsmede leveringen van vloeibare biobrandstoffen aan de sector zeevaart die leiden tot de bijschrijving van een emissiereductie-eenheid conventioneel of bijlage IX-B, zijn van de toepassing van paragraaf 9.7.4 van de wet uitgesloten.J
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1.
Gasvormige biobrandstof die aan vervoer in Nederland wordt geleverd met behulp van het transmissiesysteem voor gas, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die aangeslotene is en die:- een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die uitsluitend bestemd is voor de levering van gas aan vervoer in Nederland en gekoppeld is aan een bemeterd leverpunt; of
- over een bemeterd leverpunt beschikt, voorzien van een geregeld meetinstrument als bedoeld in artikel 1 van de Metrologiewet, met een geldige conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet en voorzien van de voor dat meetinstrument voorgeschreven merktekens als bedoeld in artikel 8 van die wet.
2.
Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan gasvormige biobrandstof die aan vervoer in Nederland geleverd wordt, slechts worden ingeboekt in het register door de onderneming die met behulp van een directe lijn aan het adres van de onderneming geleverde gasvormige biobrandstof levert met een bemeterd leverpunt.K
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
2.
Vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels, bedoeld in artikel 29 bis, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.3.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het aantonen, bedoeld in artikel 9.7.1.1, onderdeel «leveren aan de Nederlandse markt» en de soort brandstof waarin de vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong is bijgemengd.L
Artikel 9a wordt als volgt gewijzigd:
M
Artikel 10 komt te luiden:
Artikel 10
1.
Elektriciteit die geleverd wordt aan de bestemmingen, bedoeld in artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die aangeslotene is en die:- een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan die bestemmingen en gekoppeld is aan een bemeterd leverpunt;
- beschikt over een bemeterd leverpunt, voorzien van een geregeld meetinstrument als bedoeld in artikel 1 van de Metrologiewet, met een geldige conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet en van de voor dat meetinstrument voorgeschreven merktekens als bedoeld in artikel 8 van die wet en gekoppeld is aan een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt; of
- als onderneming openbaar vervoersdiensten aanbiedt en een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan openbaar vervoersbestemmingen.
2.
Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan elektriciteit worden ingeboekt in het register door een onderneming die:- elektriciteit aan wegvoertuigen of mobiele machines levert met behulp van verwisselbare accu’s, of
- elektriciteit aan binnenschepen of zeeschepen levert met behulp van een accupakket of elektrolyt.
3.
Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare bronnen, met uitzondering van energie uit biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogas, die geleverd wordt aan de bestemmingen als bedoeld in artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, worden ingeboekt in het register door een onderneming die:- met behulp van een directe lijn aan het adres van de onderneming geleverde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen levert met een bemeterd leverpunt; of
- elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op hetzelfde adres van de onderneming opwekt en levert met behulp van een bemeterd leverpunt.
4.
Het eerste tot en met derde lid:- is van toepassing op de ondernemingen die de inboekdienstverlener hebben gemachtigd;
- is van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke personen die de inboekdienstverlener hebben gemachtigd;
- is niet van toepassing op een inboekdienstverlener.
5.
Met ingang van 1 januari 2030 is elektriciteit die wordt geleverd met een walstroomvoorziening van inboeking als bedoeld in artikel 9.7.4.1 van de wet uitgesloten.6.
Elektriciteit die wordt geleverd aan spoorvoertuigen is van inboeking als bedoeld in artikel 9.7.4.1 van de wet uitgesloten.7.
Voor de elektriciteit als bedoeld in het derde lid die wordt ingeboekt in het register is geen exploitatiesubsidie betaald.8.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:- elektriciteit die geleverd wordt met behulp van een directe lijn als bedoeld in het derde lid, onderdeel a of op dezelfde locatie opgewekte en geleverde elektriciteit zoals bedoeld in het derde lid, onderdeel b;
- het aantonen van geleverde elektriciteit met behulp van verwisselbare accu’s als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of een accupakket of elektrolyt als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;
- de inboekdienstverlener;
- de minimale hoeveelheid in te boeken elektriciteit door een inboeker of een inboekdienstverlener;
- de minimale hoeveelheid machtigingen van ondernemingen of natuurlijke personen waarover een inboekdienstverlener moet beschikken; en
- het aantonen van het voldoen aan de vereisten voor inboeken van geleverde elektriciteit door de inboekdienstverlener.
N
Artikel 11 komt te luiden:
Artikel 11
De CO2-equivalent-ketenemissiereductie wordt berekend met inachtneming van artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.O
Artikel 12 vervalt.
P
In artikel 13 wordt «hernieuwbare brandstofeenheden» steeds vervangen door «emissiereductie-eenheden».
Q
Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:
2. Artikel 5, artikel 5c, onderscheidenlijk artikel 5f is van overeenkomstige toepassing.R
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
S
Artikel 16 komt te luiden:
Artikel 16
1.
De verificateur levering tot eindverbruik voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in artikel 15 en is voor het onderdeel levering tot eindverbruik van het werkveld hernieuwbare energie vervoer:- geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door de Raad voor Accreditatie;
- geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG) 339/93 (PbEU 2008, L 218).
2.
Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat lid, op in het register.T
Artikel 17 komt te luiden:
Artikel 17
1.
De verificateur levering tot eindverbruik verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat de hoeveelheid in de verificatieverklaring levering tot eindverbruik verantwoorde levering tot eindverbruik van de sector binnenvaart of de levering eindverbruik sector zeevaart geen materiële afwijkingen bevat. De verificateur levering tot eindverbruik verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar laag controlerisico.2.
De verificateur levering tot eindverbruik toetst met een materialiteitsgrens van twee procent de volledigheid van de in het register ingevoerde levering tot eindverbruik sector binnenvaart en de levering tot eindverbruik sector zeevaart.3.
Indien de verificateur levering tot eindverbruik geen verificatieverklaring afgeeft, stelt hij een rapport van bevindingen op.U
Artikel 18 komt te luiden:
Artikel 18
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verificatie levering tot eindverbruik.V
Artikel 19 komt te luiden:
Artikel 19
1.
De verificateur biomassa voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in artikel 15 en is voor het onderdeel verificatie biomassa van het werkveld hernieuwbare energie vervoer:- geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door de Raad voor Accreditatie;
- geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG) 339/93 (PbEU 2008, L 218).
2.
Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat lid, op in het register.W
Artikel 20 komt te luiden:
Artikel 20
1.
De verificateur biomassa verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat de hoeveelheid in de verificatieverklaring biomassa verantwoord LPG uit biomassa geen materiële afwijkingen bevat. De verificateur biomassa verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar laag controlerisico.2.
De verificateur biomassa toetst met een materialiteitsgrens van twee procent de vervaardiging uit biomassa van de hoeveelheid LPG.X
Artikel 21 komt te luiden:
Artikel 21
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verificatie biomassa.Y
Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
2.
Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat lid, op in het register.Z
In artikel 23, tweede lid, wordt:
AA
Artikel 25 komt te luiden:
Artikel 25
Als categorie, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, van de wet, wordt aangewezen ondernemingen die als hoofdactiviteit bedrijfsmatig handelen in energiederivaten, broeikasgasemissierechten of emissiereductie-eenheden.AB
In artikel 28, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een puntkomma, een nieuw onderdeel d toegevoegd, luidende:
- een rekening met een inboekfaciliteit enkel voor het inboeken van elektriciteit niet langer voldoet aan de minimale hoeveelheden in te boeken elektriciteit of de minimale hoeveelheid gemachtigde eindafnemers van een inboekdienstverlener.
AC
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
4.
Voor de toepassing van het eerste lid, wordt het aantal emissiereductie-eenheden gespaard in de volgende volgorde:- emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong;
- emissiereductie-eenheden geavanceerd;
- emissiereductie-eenheden overig;
- emissiereductie-eenheden bijlage IX-B;
- emissiereductie-eenheden conventioneel;
- emissiereductie-eenheden elektriciteit.
AD
Artikel 30 komt te luiden:
Artikel 30
Het bestuur van de emissieautoriteit rapporteert over het laatst verstreken kalenderjaar jaarlijks aan Onze Minister:- de totale hoeveelheid CO2-equivalent-ketenemissiereductie per ingeboekte soort hernieuwbare energie;
- de aard en herkomst van de grondstof van de totale hoeveelheid ingeboekte vloeibare en gasvormige biobrandstof, alsmede het gehanteerde duurzaamheidsysteem;
- de totale hoeveelheid ingeboekte vloeibare en gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, alsmede het gehanteerde vrijwillige systeem.
AE
In artikel 31 wordt na «per soort» telkens ingevoegd «en sector», wordt «hernieuwbare brandstofeenheden» telkens vervangen door «emissiereductie-eenheden» en «1 mei» vervangen door «1 april».
AF
In artikel 32, onderdeel c, wordt «en de gehanteerde duurzaamheidsystemen» vervangen door «, het land van de productie van de grondstof en het gehanteerde duurzaamheidsysteem».
AG
Hoofdstuk 2. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies, vervalt.
AH
Na artikel 32 wordt een nieuw hoofdstuk met bijbehorende artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 3
Artikel 5
Artikel 5a
Artikel 5b
Artikel 5c
Artikel 5d
Artikel 5e
Artikel 5f
Artikel 6
Artikel 10
Artikel 11
De CO2-equivalent-ketenemissiereductie wordt berekend met inachtneming van artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verificatie levering tot eindverbruik.
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verificatie biomassa.
Artikel 25
Als categorie, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, van de wet, wordt aangewezen ondernemingen die als hoofdactiviteit bedrijfsmatig handelen in energiederivaten, broeikasgasemissierechten of emissiereductie-eenheden.
Artikel 30
Het bestuur van de emissieautoriteit rapporteert over het laatst verstreken kalenderjaar jaarlijks aan Onze Minister:
Artikel 33
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 34
De hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels, bedoeld in artikel 29 bis, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
Artikel 35
Artikel 36
Artikel 37
Artikel 38
De gevolgen van een ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel 9.8.3.7, eerste lid, van de wet, worden verrekend met het saldo van het lopende kalenderjaar.
Artikel 39
De CO2-equivalent-ketenemissiereductie wordt berekend met inachtneming van bijlage V van de richtlijn hernieuwbare energie.
Artikel 40
Aan de eisen, bedoeld in artikel 9.8.4.4, eerste lid, van de wet is in elk geval niet voldaan indien de aanvrager niet:
Artikel 41
Een vermoeden van fraude of misbruik van een rekening als bedoeld in artikel 9.8.4.4 van de wet bestaat in elk geval, indien:
Artikel 42
Artikel 43
Het gedeelte, bedoeld in artikel 9.8.4.5, eerste lid, van de wet, bedraagt:
Artikel 44
Het overzicht, bedoeld in artikel 9.8.3.4, eerste lid, van de wet, vermeldt met betrekking tot het gedeelte van het kalenderjaar of het kalenderjaar waarop het overzicht betrekking heeft:
ARTIKEL II
Het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
biobrandstoffen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);B
Onder het plaatsen van de aanduiding « 1.» voor de tekst van artikel 2.1, wordt aan artikel 2.1 een nieuw lid toegevoegd, luidende:
2.
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:C
Artikel 2.5 wordt als volgt gewijzigd:
2.
Leveranciers brengen in ieder geval diesel met een methylvetzuurgehalte (FAME) tot 7% in de handel.D
Artikel 2.9, derde lid, onderdeel b, komt te luiden:
- het maximale percentage methylvetzuur (FAME), in het geval de diesel meer dan 7% methylvetzuur (FAME) bevat, en
E
Artikel 3.3 wordt als volgt gewijzigd:
3.
De leverancier, bedoeld in het eerste lid:- registreert zich bij Onze Minister;
- stuurt elke drie maanden een afschrift van zijn brandstofleveringsnota’s, aangevuld overeenkomstig bijlage I van Verordening (EU) 2023/1805, aan Onze Minister.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het derde lid.ARTIKEL III
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In dat besluit kan worden bepaald dat de artikelen van dit besluit terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.