Part of Smart Yellow Suite

WGK026837
Implementatiebesluit kapitaalvereisten 2026

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Financiën
Datum uitgave 11 september 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Samenvatting

Ter implementatie van de mondiale Bazel-standaarden voor banken worden de verordening kapitaalvereisten (CRR) en richtlijn kapitaalvereisten (CRD) gewijzigd door Verordening 2024/1623 en Richtlijn 2024/1619. In de CRD worden onder meer bepalingen ingevoerd omtrent institutionele vereisten voor de toezichthouder ter voorkoming van belangenverstrengeling, inzake het verwerven van deelnemingen door banken of financiële holdings, ten aanzien van het toezicht op derdeland bijkantoren, met betrekking tot ESG-plannen die banken moeten opstellen en worden de bepalingen over geschiktheid van beleidsbepalers herzien. Dit implementatiebesluit voorziet, tezamen met de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 en de Implementatieregeling kapitaalvereisten 2026 in de implementatie van de wijzigingen aan de CRD. Het besluit bevat onder meer de uitwerking van a) de informatie die bijkantoren moeten aanleveren om een vergunning te verkrijgen, b) de prudentiële vereisten die aan derdeland bijkantoren worden gesteld, en c) de informatie die aangeleverd moet worden bij de prudentieel relevante transacties die banken en holdings kunnen aangaan.

Documenten

stb-2026-268 (PDF)

Besluit van 3 september 2026 tot wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft en enkele andere besluiten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1619 betreffende kapitaalvereisten voor banken (Implementatiebesluit kapitaalvereisten 2026) [KetenID WGK026837]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 1 september 2026, 2026-0000309315, directie Financiële Markten;

Gelet op Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren van derde landen, en ecologische, sociale en governancerisico's, en tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU, en de artikelen 1:80, aanhef en onderdeel a, 1:81, eerste lid, 2:12, vierde lid, 2:17, tweede lid, 2:21, tweede lid, 3:9, derde lid, 3:9b, derde lid, 3:17, tweede lid, 3:18, derde lid, 3:29, derde lid, 3:43a, eerste lid, 3:53, derde lid, 3:57, tweede lid, 3:63, tweede lid, 3:72, vijfde lid, 3:88, vierde lid, 3:96a, tweede lid, 3:96b, tweede lid, 3:96c, tweede lid, 3:96d, tweede lid, en 3:280b, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht, en artikel 15, derde tot en met vijfde lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 1 juli 2026, nr. W06.26.00166/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 31 augustus 2026, 2026-0000309315, directie Financiële Markten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit prudentiële regels Wft wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1 wordt in de alfabetische volgorde een definitie ingevoegd, luidende:

B

In artikel 5 wordt in het eerste lid «3:9, eerste lid» vervangen door «3:9, eerste lid, 3:9b, tweede lid, ».

C

In artikel 7, eerste lid, wordt onder verlettering van onderdeel k tot l een onderdeel ingevoegd, luidende:

  1. gegevens verkregen uit de centrale AML/CFT-databank, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2024/1620 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 1093/210, (EU) 1094/2010 en (EU) 1095/2010, bij de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering;
D

In artikel 11, eerste lid, wordt «3:23» vervangen door «3:11, 3:23».

E

Aan artikel 15 wordt een lid toegevoegd, luidende:

4.
Een klasse 1-bijkantoor of klasse 2-bijkantoor beschikt over voldoende middelen om zijn tegenpartijkredietrisico te onderkennen en te beheren, wanneer materiële risico’s in verband met door het bijkantoor geboekte activa aan de tegenpartij worden overgedragen bij back-to-back- of intragroepstransacties.
F

In artikel 17, eerste lid, wordt «3:23» vervangen door «3:23, 3:23a».

G

In de aanhef van artikel 17a wordt «bank» vervangen door «bank of bijkantoor» en wordt «3:23, tweede lid» vervangen door «3:23a, eerste lid».

H

In artikel 17c, eerste lid, wordt «artikel 17, eerste lid» vervangen door «artikel 17, eerste lid, of een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:23a, eerste lid, van de wet» en wordt «artikel 88, eerste lid» vervangen door «artikel 88, eerste en derde lid».

I

In artikel 21, tweede lid, wordt «3:23, tweede lid» vervangen door «een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:23a, eerste lid».

J

Artikel 23 wordt gewijzigd als volgt:

K

In artikel 23a, onderdeel a, wordt «of een clearinginstelling» vervangen door «clearinginstelling, of een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:23a, eerste lid, van de wet» en wordt «79 tot en met 87» vervangen door «79 tot en met 87 bis, eerste tot en met derde lid,».

L

In artikel 23aa, eerste lid, wordt «bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten verplichten» vervangen door «bank, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:23a, eerste lid, van de wet, verplichten».

M

Artikel 23b wordt gewijzigd als volgt:

2.
Een bank, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, clearinginstelling als bedoeld in het eerste lid of een klasse 1-bijkantoor als bedoeld in artikel 3:23a, eerste lid van de wet, beschikt over internecontrolefuncties ingericht overeenkomstig artikel 76, vijfde en zesde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. Een klasse 2-bijkantoor als bedoeld in artikel 3:23a, eerste lid van de wet, beschikt over internecontrolefuncties ingericht overeenkomstig artikel 76, vijfde lid, en artikel 76, zesde lid, eerste, tweede en vierde alinea, van die richtlijn.
6.
Het bestuur van een bank, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten of clearinginstelling ontwikkelt en monitort de uitvoering van ESG-plannen als bedoeld in artikel 76, tweede lid, tweede en derde alinea, van de richtlijn kapitaalvereisten.
7.
Een kleine en niet-complexe bank als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 145, van de verordening kapitaalvereisten kan op vereenvoudigde wijze voldoen aan het opstellen van ESG-plannen als bedoeld in het zesde lid.
N

Aan artikel 24a, eerste lid, wordt na «onderdeel a,» de zinsnede «of een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:23a, eerste lid, van de wet,» ingevoegd en wordt een zin toegevoegd, luidende:

Zij houdt bij de dekking van ESG-risico’s uitdrukkelijk rekening met de korte, middellange en lange termijn.
O

Artikel 24b, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

P

Aan Hoofdstuk 5 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 32a.1
1.
Een klasse 1-bijkantoor of klasse 2-bijkantoor monitort en beheert haar uitbestedingsregelingen.
2.
Een bijkantoor stelt interne regelingen of intragroepsovereenkomsten op voor het laten uitvoeren van kritieke of belangrijke taken door de moederonderneming.
3.
Een bijkantoor zorgt ervoor dat de Nederlandsche Bank toegang heeft tot alle informatie met betrekking tot uitbesteding teneinde haar toezichtstaak te kunnen uitoefenen.
Q

Het opschrift van hoofdstuk 6 komt te luiden:

R

Artikel 33 wordt gewijzigd als volgt:

  1. indien van toepassing, de hoofden van de internecontrolefuncties en de financieel directeur werkzaam bij een onderneming als bedoeld in artikel 91 bis, vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
S

In artikel 34, eerste lid, wordt «artikel 3:9» vervangen door «de artikelen 3:9 of 3:9b van de wet» en wordt «in dat artikel» vervangen door «in die artikelen».

T

Artikel 36 wordt gewijzigd als volgt:

2.
Artikel 33, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing, tenzij de kennisgeving bedoeld in het eerste lid een kennisgeving op grond van artikel 2:106.0a, tweede lid, artikel 2:107, tweede lid, 2:108, derde lid, 2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, betreft.
U

Na artikel 36a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 36b
De artikelen 33 tot en met 35 zijn van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:43a, eerste lid, van de wet.
V

Artikel 48, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

  1. € 10 miljoen voor een klasse 1-bijkantoor als bedoeld in artikel 3:54a van de wet;
  2. € 5 miljoen voor een klasse 2-bijkantoor als bedoeld in artikel 3:54a van de wet.
W

Aan paragraaf 9.2 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 52a
1.
Het minimumvermogen van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:54a van de wet is samengesteld overeenkomstig artikel 48 sexies, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
2.
De activa van het bijkantoor bedoeld in het eerste lid worden aangehouden op een rekening die uitsluitend daarvoor bestemd is, bij een bank die geen onderdeel is van de groep waartoe het bijkantoor behoort.
3.
De activa zijn beschikbaar voor gebruik indien de Nederlandsche Bank artikel 3A:19 van de wet toepast of voor de liquidatie van het bijkantoor.
X

Artikel 59 wordt gewijzigd als volgt:

7.
De solvabiliteit van een klasse 1-bijkantoor als bedoeld in artikel 3:58a van de wet, is voldoende, indien het voldoet aan artikel 48 sexies, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de richtlijn kapitaalvereisten en het bepaalde in artikel 52a.
8.
De solvabiliteit van een klasse 2-bijkantoor als bedoeld in artikel 3:58a van de wet, is voldoende, indien het voldoet aan artikel 48 sexies, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de richtlijn kapitaalvereisten en het bepaalde in artikel 52a.
Y

Artikel 69, derde lid, komt te luiden:

3.
Indien uit de resultaten van de back-testing of winst- en verliesattributietest blijkt dat een intern model dat gebruikt wordt door een tradingafdeling niet of niet langer voldoende nauwkeurig is, toetst de Nederlandsche Bank de voorwaarden voor de toestemming voor het gebruik van het betreffende model, of legt zij passende maatregelen op die ertoe leiden dat het model snel wordt verbeterd.
Z

Artikel 105g wordt gewijzigd als volgt:

3.
De Nederlandsche Bank kan verzoeken dat de bank of beleggingsonderneming de nauwkeurigheid van de berekening, bedoeld in het eerste lid, aantoont.
AA

In artikel 106a wordt «, 3:64 of 3:65» vervangen door «of 3:64» en vervalt de zinsnede «, dat van overeenkomstige toepassing is op de activiteiten vanuit een bijkantoor in Nederland van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is».

BB

Na artikel 106a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 106aa
1.
De liquiditeit van een klasse 1-bijkantoor als bedoeld in artikel 3:65a is voldoende, indien wordt voldaan aan de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 6, titel I, van de verordening kapitaalvereisten en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen.
2.
De liquiditeit van een klasse 2-bijkantoor als bedoeld in artikel 3:65a is voldoende, indien te allen tijde een volume onbezwaarde en liquide activa wordt aangehouden dat toereikend is om de liquiditeitsuitstromen over een periode van ten minste 30 dagen te dekken.
3.
Een klasse 1-bijkantoor of klasse 2-bijkantoor houdt de activa voor liquiditeit aan op een rekening die uitsluitend daarvoor bestemd is. Deze rekening wordt aangehouden bij een bank die geen onderdeel is van de groep waartoe het bijkantoor behoort.
4.
De activa op de rekening, bedoeld in het derde lid, zijn na gebruik ter dekking van liquiditeitsuitstromen beschikbaar voor gebruik indien de Nederlandsche Bank artikel 3A:19 van de wet toepast en voor de liquidatie van het bijkantoor.
5.
De Nederlandsche Bank kan een in aanmerking komend bijkantoor ontheffen van de verplichting bedoeld in het tweede lid.
CC

Aan artikel 130 wordt een lid toegevoegd, luidende:

14.
De door een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:82b van de wet te verstrekken informatie omvat de gegevens bedoeld in artikel 48 duodecies, eerste en tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, met inachtneming van de ingevolge artikel 48 terdecies, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten gestelde regels.
DD

Artikel 131, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:

  1. tweemaal per jaar voor de in artikel 130, veertiende lid, genoemde staten indien het een klasse 1-bijkantoor betreft en eenmaal per jaar indien het een klasse 2-bijkantoor betreft.
EE

Artikel 134b, derde lid, vervalt.

FF

In het opschrift van hoofdstuk 15 komt de zinsnede «Bepalingen ter uitvoering van de wet» te luiden:

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 3:95, tweede lid, 3:96a, tweede lid, 3:96b, tweede lid, 3:96c, tweede lid en 3:96d, tweede lid, van de wet
GG

In artikel 138, eerste lid, aanhef, vervalt «en 3:96, tweede lid,»

HH

Artikel 139 komt te luiden:

Artikel 139
1.
De gegevens, bedoeld in de artikelen 3:96a, tweede lid, 3:96b, tweede lid, 3:96b, eerste lid, onderdeel b, 3:96c, tweede lid, en 3:96d, tweede lid, artikel 3:96d, eerste lid, onderdeel b, van de wet, zijn de gegevens genoemd in de ingevolge artikel 27 ter, zevende lid, onderdeel a, van de richtlijn kapitaalvereisten gestelde regels.
2.
De gegevens, bedoeld in artikel 3:96b, tweede lid, en 3:96d, tweede lid, met betrekking tot een rechtstreekse of middellijke afstoting als bedoeld in artikel 3:96b, eerste lid, onderdeel a, en artikel 3:96d, eerste lid, onderdeel a, van de wet zijn:
  1. de datum waarop de afstoting voltooid zal worden;
  2. de omvang van de deelneming van betekenis die wordt afgestoten.

Artikel 32a.1

Artikel 36b

De artikelen 33 tot en met 35 zijn van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:43a, eerste lid, van de wet.

Artikel 52a

Artikel 106aa

Artikel 139

ARTIKEL II

Het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

  1. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9b van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
B

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:

  1. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9b van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
C

Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:21, tweede lid, zijn:
  1. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de moederonderneming van het bijkantoor;
  2. een opgave van de rechtsvorm van de moederonderneming van het bijkantoor;
  3. indien de moederonderneming een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
  4. indien de moederonderneming in het land van herkomst is ingeschreven in een equivalent van het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
  5. het adres van het bijkantoor;
  6. indien het bijkantoor een rechtspersoon is, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
  7. een opgave van een programma van werkzaamheden met de beoogde bedrijfsactiviteiten die het bijkantoor voornemens is te verrichten, en de organisatiestructuur;
  8. gegevens waaruit blijkt dat de moederonderneming van het bijkantoor voldoet aan de vereisten uit artikel 48 quater, vierde lid, onderdelen b en c, van de richtlijn kapitaalvereisten;
  9. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
  10. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
  11. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
  12. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
  13. een beschrijving van de uitbesteding, bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
  14. gegevens waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 3:21 van de wet, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten;
  15. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van het bijkantoor, de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, van het bijkantoor en de liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet, van het bijkantoor blijken; en
  16. gegevens waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de boekingsvereisten, bedoeld in artikel 3:80a, eerste lid, van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
  1. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
  2. een curriculum vitae;
  3. een opgave van de relevante diploma’s;
  4. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
  5. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
  1. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
  2. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
  3. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
  4. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel j, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5.
De Nederlandsche Bank kan, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, andere gegevens van de aanvrager verlangen, indien die gegevens nodig zijn voor de beoordeling of er geen redelijke grond is om te vermoeden dat het bijkantoor wordt gebruikt voor het plegen of faciliteren van witwassen of terrorismefinanciering als bedoeld in artikel 1 van de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering.

Artikel 10a

ARTIKEL III

Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 14, eerste lid, wordt onder verlettering van onderdeel k tot l een onderdeel ingevoegd, luidende:

  1. gegevens verkregen uit de centrale AML/CFT-databank, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2024/1620 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 1093/210, (EU) 1094/2010 en (EU) 1095/2010, bij de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering..
B

Aan artikel 94, eerste lid, wordt, onder vervanging van «; of» aan het slot van onderdeel a door een puntkomma en de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  1. indien van toepassing, de hoofden van de internecontrolefuncties en de financieel directeur van een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten.
C

Artikel 95 wordt gewijzigd als volgt:

  1. indien van toepassing, de hoofden van de internecontrolefuncties en de financieel directeur bij een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten.
6.
Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, legt de beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten gegevens over op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 13 tot en met 16, redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 4:10a, van de wet wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de betrokkene.

ARTIKEL IV

Het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1b, eerste lid, wordt onder verlettering van onderdeel h tot i, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  1. eerder voor dezelfde overtreding opgelegde strafrechtelijke sancties;
B

Aan paragraaf 1 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 4a
Indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd aan een bank of een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten ter handhaving van bepalingen uit de verordening kapitaalvereisten, de artikelen 1:117, 2:11, 3:5, 3:8, 3:9, 3:17, 3:57, 3:62b, 3:63, 3:72, 3:95, 3:96a tot en met 3:96d, 3:103, 3:111a, 3:280a, of een ernstige inbreuk op bepalingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, wordt de netto-omzet, bedoeld in artikel 1:82 van de wet, berekend met inachtneming van de artikelen 66, derde lid, en 67, derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
C

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:

Artikel 4a

Indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd aan een bank of een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten ter handhaving van bepalingen uit de verordening kapitaalvereisten, de artikelen 1:117, 2:11, 3:5, 3:8, 3:9, 3:17, 3:57, 3:62b, 3:63, 3:72, 3:95, 3:96a tot en met 3:96d, 3:103, 3:111a, 3:280a, of een ernstige inbreuk op bepalingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, wordt de netto-omzet, bedoeld in artikel 1:82 van de wet, berekend met inachtneming van de artikelen 66, derde lid, en 67, derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.

ARTIKEL V

Artikel 4.01 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft wordt gewijzigd als volgt:

ARTIKEL VI

Het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 wordt als volgt gewijzigd:

A

In bijlage 1, onderdeel B, onder 5, kolom Personen, komt subonderdeel d te luiden:

  1. bijkantoren waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 Wft.
B

Bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:

  1. bijkantoren waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 Wft.
  1. bijkantoren waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 Wft.

ARTIKEL VII

Het Besluit implementatie kapitaalakkoord Bazel 2 wordt ingetrokken.

ARTIKEL VIII

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel BB van de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 in werking treedt, met uitzondering van artikel I, onderdelen D tot en met I, L, O tot en met Q, V tot en met X, BB tot en met DD, artikel II, onderdeel C, en artikel VI, die in werking treden op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel S, van de Implementatiewet kapitaalvereisten 2026 in werking treedt.

ARTIKEL IX

Dit besluit wordt aangehaald als: Implementatiebesluit kapitaalvereisten 2026.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.