Part of Smart Yellow Suite

WGK026826
Besluit preventieve maatregelen van zorgkantoren

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Datum uitgave 10 november 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Ja

Opschrift

Besluit van......houdende regels voor zorgkantoren voor de bekostiging van preventieve maatregelen (Besluit preventieve maatregelen van zorgkantoren)

Samenvatting

De amvb bevat nadere regels waaraan zorgkantoren zich moeten houden indien ze preventieve maatregelen willen treffen. Preventieve maatregelen hebben tot doel de behoefte aan Wlz-zorg te voorkomen, uit te stellen of te verminderen. Zorgkantoren kunnen preventieve maatregelen treffen maar hoeven dat niet te doen.

Documenten

stb-2026-24 (PDF)

Besluit van 4 februari 2026 tot wijziging van het Besluit langdurige zorg in verband met regels inzake maatregelen van zorgkantoren gericht op voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte aan zorg op grond van de Wet langdurige zorg en tot wijziging van het Besluit Wfsv [KetenID WGK026826]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 3 november 2025, kenmerk 4249694-1090214-WJZ;

Gelet op artikel 4.2.4, zevende lid, van de Wet langdurige zorg en artikel 91, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 26 november 2025, no. W13.25.00324/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 februari 2026, kenmerk 4275155-1090214-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:

B

Aan hoofdstuk 7 worden drie artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 7.1.2
Een zorgkantoor zorgt voorafgaand aan het deelnemen aan een project voor preventieve maatregelen voor een projectplan waarin worden opgenomen:
  1. de wijze waarop het project naar verwachting bijdraagt aan de voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte van zorg op grond van de wet en daarbij de kwaliteit van leven van verzekerden verbetert;
  2. de bij het opstellen van dat plan betrokken vertegenwoordigers of mantelzorgers van verzekerden en de wijze waarop die betrokkenheid heeft plaatsgevonden;
  3. de geraamde kosten van het project die niet het op grond van de wet verzekerde pakket betreffen;
  4. de op aannemelijke en navolgbare wijze onderbouwde verwachte besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket, en voor zover die aanwezig is, de verwachte besparing van kosten voor prestaties als bedoeld in artikel 11 van de Zorgverzekeringswet en voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet forensische zorg;
  5. de financiële bijdrage van het zorgkantoor en van elk van de andere betrokken partijen bij het project;
  6. een aannemelijke en navolgbare onderbouwing dat het bedrag van de verwachte besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket ten minste overeenkomt met de financiële bijdrage van het zorgkantoor.
Artikel 7.1.3
De financiële bijdrage van het zorgkantoor aan het project voor preventieve maatregelen bedraagt niet meer dan de in het projectplan aannemelijk en navolgbaar onderbouwde verwachte besparing van kosten van het op grond van de wet verzekerde pakket.
Artikel 7.1.4
1.
Het zorgkantoor zorgt jaarlijks voor 1 juli voor de monitoring van het project over het voorafgaande kalenderjaar.
2.
In de monitoring worden opgenomen:
  1. de gerealiseerde bijdrage van het project aan de voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte van zorg op grond van de wet en aan de verbetering van de kwaliteit van leven van verzekerden;
  2. de wijze waarop vertegenwoordigers of mantelzorgers van de deelnemende verzekerden zijn betrokken;
  3. de gerealiseerde financiële bijdrage van het zorgkantoor en van elk van de andere betrokken andere partijen bij het project;
  4. het aantal verzekerden dat heeft deelgenomen aan dat project;
  5. de op aannemelijke en navolgbare wijze onderbouwde gerealiseerde besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket, en voor zover die aanwezig is, de gerealiseerde besparing van kosten voor prestaties als bedoeld in artikel 11 van de Zorgverzekeringswet en voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet forensische zorg;
  6. een aannemelijke en navolgbare onderbouwing van eventuele negatieve verschillen tussen de gerealiseerde bijdrage van het zorgkantoor en gerealiseerde besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket;
  7. het uitvoering geven aan de conclusies van de monitoring door het zorgkantoor.
3.
Het zorgkantoor verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens en inlichtingen uit de jaarlijkse monitoring.
C

Na artikel 10.9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10.10
Een zorgkantoor zorgt in afwijking van artikel 7.1.2 voor een project voor preventieve maatregelen waaraan het deelneemt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 4 februari 2026 tot wijziging van het Besluit langdurige zorg in verband met regels inzake maatregelen van zorgkantoren gericht op voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte aan zorg op grond van de Wet langdurige zorg en tot wijziging van het Besluit Wfsv (Stb. 2026, 24), binnen drie maanden na dat tijdstip, voor een projectplan dat voldoet aan artikel 7.1.2.

Artikel 7.1.2

Een zorgkantoor zorgt voorafgaand aan het deelnemen aan een project voor preventieve maatregelen voor een projectplan waarin worden opgenomen:

Artikel 7.1.3

De financiële bijdrage van het zorgkantoor aan het project voor preventieve maatregelen bedraagt niet meer dan de in het projectplan aannemelijk en navolgbaar onderbouwde verwachte besparing van kosten van het op grond van de wet verzekerde pakket.

Artikel 7.1.4

Artikel 10.10

Een zorgkantoor zorgt in afwijking van artikel 7.1.2 voor een project voor preventieve maatregelen waaraan het deelneemt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 4 februari 2026 tot wijziging van het Besluit langdurige zorg in verband met regels inzake maatregelen van zorgkantoren gericht op voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte aan zorg op grond van de Wet langdurige zorg en tot wijziging van het Besluit Wfsv (Stb. 2026, 24), binnen drie maanden na dat tijdstip, voor een projectplan dat voldoet aan artikel 7.1.2.

ARTIKEL II

Het Besluit Wfsv wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4.1. wordt als volgt gewijzigd:

B

Artikel 4.6. wordt als volgt gewijzigd:

8.
Het tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de SVB.
9.
Het achtste lid vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot het uitvoeringsjaar 2025.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.