Part of Smart Yellow Suite

WGK026747
Wijziging Bbl, Bkl en Omgevingsbesluit in verband met de implementatie van de EU-richtlijn 2024/1275 betreffende de energieprestatie van gebouwen

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Datum uitgave 2 oktober 2024
Datum inwerkingtreding -
Per KB Ja

Opschrift

Besluit van [datum] tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de implementatie van de artikelen 3, 10, 13, 14, 19, 20, 21, 23 en 24 van (EU) richtlijn 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking) (PbEU 2024, L …)

Samenvatting

Op 24 april 2024 is de richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de energieprestatie van gebouwen vastgesteld (EPBD IV). De richtlijn is op 8 mei 2024 gepubliceerd en de verplichtingen uit de richtlijn moeten uiterlijk op 29 mei 2026 in nationale regelgeving zijn omgezet. Deze wijziging van het Bbl strekt tot implementatie van de bepalingen uit de richtlijn die zien op duurzame mobiliteit, zonne-energie in gebouwen, technische bouwsystemen, energielabels en keuringen van gebouwinstallaties.

Documenten

stb-2026-103 (PDF)

Besluit van 21 april 2026 tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de eerste tranche van de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU 2024, L 1275) [KetenID WGK026747]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 9 januari 2026, nr. 2025-0000689076;

Gelet op Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking) (PbEU 2024, L 8.5.2024) en de artikelen 2.24, 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, 16.139 en 23.1 van de Omgevingswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 1 april 2026, nr. W04.26.00004/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 16 april 2026, nr. 2026-0000163374;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.7, derde lid, wordt na «artikelen 3.86» ingevoegd «3.87c».

B

Het opschrift van § 3.4.1 komt te luiden:

C

Artikel 3.83, eerste lid, komt te luiden:

1.
Een bouwwerk heeft een voldoende energieprestatie.
D

Tabel 3.83 komt te luiden:

E

Tabel 3.83 komt te luiden:

F

In artikel 3.84, tweede lid, onder b, wordt na «maatregelen voor het jaarlijks produceren van hernieuwbare energie» ingevoegd «, met uitzondering van de opwekking van zonne-energie, bedoeld in artikel 3.86a,».

G

Artikel 3.85 vervalt.

H

Na artikel 3.86 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.86a (opwekking zonne-energie)
1.
Een gebouw met een gebruiksoppervlakte van meer dan 2.000 m2, dat eigendom is van een overheidsinstantie, voldoet aan een minimumwaarde voor zonne-energie, opgewekt op het gebouw, van 10 x (bruto dakoppervlakte/gebruiksoppervlakte) kWh/m2.jr, waarbij (bruto dakoppervlakte/gebruiksoppervlakte) ten hoogste 1,0 is.
2.
Aan het eerste lid wordt ook voldaan als:
  1. de zonne-energie op een bijbehorend bouwwerk wordt opgewekt; of
  2. in plaats van zonne-energie een andere hernieuwbare energiebron wordt gebruikt.
3.
Het eerste is niet van toepassing op:
  1. een gebouw dat is aangesloten of aantoonbaar binnen drie jaar na het van toepassing worden van de eis, bedoeld in het eerste lid, wordt aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;
  2. een gebouw, voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden of bouwtechnische belemmeringen niet mogelijk is om aan de minimumwaarde voor zonne-energie te voldoen;
  3. een gebouw waarbij de maatregelen die nodig zijn om aan de minimumwaarde voor zonne-energie te voldoen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, mits de maximale hoeveelheid zonne-energie wordt gerealiseerd die mogelijk is met maatregelen die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar;
  4. een gebouw dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen;
  5. een gebouw met een of meer woonfuncties; en
  6. een gebouw met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw.
I

In artikel 3.86a, eerste lid, wordt «2.000 m2» vervangen door «750 m2».

J

In artikel 3.86a, eerste lid, wordt «750 m2» vervangen door «250 m2».

K

Artikel 3.87, vierde lid, komt te luiden:

4.
Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw:
  1. dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen;
  2. dat een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is;
  3. dat wordt gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten;
  4. dat ten hoogste twee jaar wordt gebruikt;
  5. dat een alleenstaand gebouw is met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2; en
  6. dat bij minnelijke verwerving als bedoeld in 11.7, eerste lid, onder a, van de wet, wordt verkregen en voor de uitvoering van het werk waarmee die verkrijging verband houdt zal worden gesloopt.
L

Artikel 3.87b komt te luiden:

Artikel 3.87b (laadpunt voor elektrische voertuigen)
1.
Een gebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan 20 parkeervakken, heeft ten minste één laadpunt.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
  1. een gebouw dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen;
  2. een gebouw met een of meer woonfuncties; en
  3. een gebouw met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw.
3.
Een laadpunt is geschikt voor slim laden.
M

Artikel 3.87b, eerste lid, komt te luiden:

1.
Een gebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan 20 parkeervakken, heeft:
  1. ten minste één laadpunt voor elke tien parkeervakken; of
  2. leidingdoorvoeren voor laadpunten voor elektrische voertuigen voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken.
N

Artikel 3.87b wordt als volgt gewijzigd:

2.
Een gebouw als bedoeld in het eerste lid dat eigendom is van of in gebruik is door een overheidsinstantie, heeft in aanvulling op het eerste lid, onder a of b, voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken.
O

Artikel 3.87c komt te luiden:

Artikel 3.87c (afbakening maatwerkvoorschriften laadpunt voor elektrische voertuigen)
Een maatwerkvoorschrift over artikel 3.87b kan alleen inhouden dat een laadpunt geschikt moet zijn voor bi-directioneel laden.
P

Na artikel 3.87c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.87d (overgangsrecht)
Artikel 3.87b, eerste lid, is tot 1 januari 2029 niet van toepassing op een gebouw dat tussen 28 mei 2022 en 28 mei 2024 is gerenoveerd om te voldoen aan het eerste lid zoals dat luidde tot 1 januari 2027.
Q

Het opschrift van paragraaf 3.7.12 komt te luiden:

R

Artikel 3.145, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

S

In artikel 3.145, eerste lid, wordt «290 kW» telkens vervangen door «70 kW».

T

Artikel 3.146 wordt als volgt gewijzigd:

  1. de binnenluchtkwaliteit te monitoren.
U

Artikel 3.147 komt te luiden:

Artikel 3.147 (systeem voor automatische lichtregeling)
Het systeem voor automatische lichtregeling, bedoeld in artikel 3.145, eerste lid, is op passende wijze per zone zijn ingedeeld en kan bezetting detecteren.
V

In artikel 4.5, derde lid, wordt na «4.149a» ingevoegd «4.160ba».

W

Het opschrift van paragraaf 4.4.1 komt te luiden:

X

Artikel 4.160b komt te luiden:

Artikel 4.160b (laadpunten voor elektrische voertuigen, voorbekabeling en leidingdoorvoeren)
1.
Een gebouw, anders dan een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan vijf parkeervakken, heeft:
  1. ten minste één laadpunt voor elke vijf parkeervakken;
  2. voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken; en
  3. leidingdoorvoeren voor het resterende aantal parkeervakken voor laadpunten voor elektrische voertuigen, elektrische fietsen en andere voertuigen van categorie L als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 168/2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60).
2.
Een gebouw als bedoeld in het eerste lid met een kantoorfunctie heeft, in afwijking van onderdeel a van dat lid, ten minste één laadpunt voor elke twee parkeervakken.
3.
Een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan drie parkeervakken, heeft:
  1. ten minste één laadpunt;
  2. voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken; en
  3. leidingdoorvoeren voor het resterende aantal parkeervakken voor laadpunten voor elektrische voertuigen, elektrische fietsen en andere voertuigen van categorie L als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 168/2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60).
4.
Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op een gebouw dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen.
5.
De voorbekabeling en leidingdoorvoeren, bedoeld in het eerste en tweede lid, onder b en c, zijn zodanig gedimensioneerd dat gelijktijdig en efficiënt gebruik van de laadpunten mogelijk is.
6.
Een laadpunt is geschikt voor slim laden.
Y

Na artikel 4.160b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.160ba (afbakening maatwerkvoorschriften voorbekabeling en leidingdoorvoeren)
1.
Een maatwerkvoorschrift over artikel 4.160b, vijfde lid, kan alleen inhouden dat de voorbekabeling en leidingdoorvoeren van een gebouw als bedoeld in het eerste en tweede lid, de installatie van een belasting- of laadbeheersysteem ondersteunen.
2.
Een maatwerkvoorschrift over artikel 4.160b, zesde lid, kan alleen inhouden dat een laadpunt geschikt moet zijn voor bi-directioneel laden.
Z

Het opschrift van paragraaf 4.4.4 komt te luiden:

AA

Artikel 4.160c wordt als volgt gewijzigd:

AB

In artikel 4.160c, eerste lid, wordt «290 kW» telkens vervangen door «70 kW».

AC

Artikel 4.160d wordt als volgt gewijzigd:

  1. de binnenluchtkwaliteit te monitoren.
AD

Artikel 4.160e komt te luiden:

Artikel 4.160e (systeem voor automatische lichtregeling)
Het systeem voor automatische lichtregeling, bedoeld in artikel 4.160c, eerste lid, is op passende wijze per zone zijn ingedeeld en kan bezetting detecteren.
AE

Aan afdeling 4.4 wordt paragraaf toegevoegd, luidende:

AF

In artikel 4.199, tweede lid, wordt «oplaadpunten» vervangen door «laadpunten».

AG

In artikel 4.230a worden in het opschrift en het eerste en tweede lid «oplaadpunten» telkens vervangen door «laadpunten».

AH

Artikel 4.248, vierde lid, vervalt.

AI

In tabel 4.225 wordt «oplaadpunten» vervangen door «laadpunten».

AJ

Tabel 5.8B komt te luiden:

AK

Tabel 5.8B komt te luiden:

AL

Artikel 5.20 wordt als volgt gewijzigd:

AM

Artikel 5.20 wordt als volgt gewijzigd:

5.
Bij het verbouwen van een gebouw met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 waarvoor op grond van paragraaf 2.3.2 een omgevingsvergunning vereist is voor een bouwactiviteit aan het dak of aan een technisch bouwsysteem waarbij de energieprestatie wordt beïnvloed, voldoet een gebouw aan een minimumwaarde voor hernieuwbare energie van 30 x (bruto dakoppervlakte/gebruiksoppervlakte) kWh/m2.jr, waarbij (bruto dakoppervlakte/gebruiksoppervlakte) ten hoogste 1,0 is.
AN

Artikel 5.21 wordt als volgt gewijzigd:

AO

Artikel 5.21c wordt als volgt gewijzigd:

AP

In artikel 5.21d wordt «oplaadpunten» telkens vervangen door «laadpunten».

AQ

Aan afdeling 5.3 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 5.21g (systeem voor gebouwautomatisering en -controle)
Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van artikel 5.4, het in artikel 4.160d aangegeven prestatieniveau.
Artikel 5.21h (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen)
Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van artikel 5.4, het in artikel 4.160g aangegeven prestatieniveau.
AR

Artikel 6.27 wordt als volgt gewijzigd:

3.
Na de oplevering van een ingrijpende renovatie zorgt de eigenaar van een gebouw of gedeelte daarvan voor de aanwezigheid van een geldig energielabel.
6.
De overheidsinstantie die een gebouw of gedeelte daarvan in eigendom heeft of in gebruik heeft, zorgt voor de aanwezigheid van een geldig energielabel voor dat gebouw of gedeelte daarvan.
AS

Artikel 6.28 wordt als volgt gewijzigd:

  1. een gebouw of gedeelte daarvan, dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen.
AT

Artikel 6.29, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

  1. aanbevelingen voor de kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie, de vermindering van de operationele broeikasgasemissies en de verbetering van de binnenluchtkwaliteit, tenzij het gebouw of gedeelte daarvan al emissievrij is.
AU

Artikel 6.30 wordt als volgt gewijzigd:

2.
De eigenaar van een gebouw of gedeelte daarvan brengt het energielabel aan op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats in dat gebouw of gedeelte, als het gebouw of gedeelte daarvan in gebruik is door een overheidsinstantie en dat gebouw of gedeelte veelvuldig door het publiek wordt bezocht.
3.
De eigenaar van een gebouw of gedeelte daarvan dat geen woonfunctie heeft en waarvoor een geldig energielabel is afgegeven, brengt het energielabel aan op een duidelijk zichtbare plaats.
AV

Paragraaf 6.5.2 en paragraaf 6.5.4 vervallen.

AW

In Bijlage I, onder A, worden in de alfabetische volgorde de volgende begrippen ingevoegd:

AX

In Bijlage I, onder A, worden in de alfabetische volgorde de volgende begrippen als volgt gewijzigd:

Artikel 3.86a (opwekking zonne-energie)

Artikel 3.87b (laadpunt voor elektrische voertuigen)

Artikel 3.87c (afbakening maatwerkvoorschriften laadpunt voor elektrische voertuigen)

Een maatwerkvoorschrift over artikel 3.87b kan alleen inhouden dat een laadpunt geschikt moet zijn voor bi-directioneel laden.

Artikel 3.87d (overgangsrecht)

Artikel 3.87b, eerste lid, is tot 1 januari 2029 niet van toepassing op een gebouw dat tussen 28 mei 2022 en 28 mei 2024 is gerenoveerd om te voldoen aan het eerste lid zoals dat luidde tot 1 januari 2027.

Artikel 3.147 (systeem voor automatische lichtregeling)

Het systeem voor automatische lichtregeling, bedoeld in artikel 3.145, eerste lid, is op passende wijze per zone zijn ingedeeld en kan bezetting detecteren.

Artikel 4.160b (laadpunten voor elektrische voertuigen, voorbekabeling en leidingdoorvoeren)

Artikel 4.160ba (afbakening maatwerkvoorschriften voorbekabeling en leidingdoorvoeren)

Artikel 4.160e (systeem voor automatische lichtregeling)

Het systeem voor automatische lichtregeling, bedoeld in artikel 4.160c, eerste lid, is op passende wijze per zone zijn ingedeeld en kan bezetting detecteren.

Artikel 4.160f (aansturingsartikel)

Een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw heeft een systeem dat het energie-efficiënt, zuinig en veilig functioneren van technische bouwsystemen kan ondersteunen.

Artikel 4.160g (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen)

Het systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen heeft:

Artikel 5.21g (systeem voor gebouwautomatisering en -controle)

Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van artikel 5.4, het in artikel 4.160d aangegeven prestatieniveau.

Artikel 5.21h (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen)

Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van artikel 5.4, het in artikel 4.160g aangegeven prestatieniveau.

ARTIKEL II

Het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan hoofdstuk 4 wordt een afdeling toegevoegd, luidende:

B

Na paragraaf 5.1.5 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

C

In artikel 9.1, tweede lid, wordt na «5.1.5.5,» ingevoegd «5.1.5a,».

D

In bijlage I, onder A, wordt in de alfabetische volgorde toegevoegd:

Artikel 4.31a (nationaal renovatieplan gebouwen)

Het nationaal renovatieplan gebouwen, bedoeld in artikel 3.9, vijfde lid, van de wet, bevat de gegevens en maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, en bijlage II bij de richtlijn energieprestatie gebouwen.

Artikel 5.131a (opwekking zonne-energie)

Bij het toelaten van nieuw te bouwen gebouwen wordt rekening gehouden met het potentieel voor de opwekking van zonne-energie op basis van de zonnestraling ter plaatse, zodat zonne-energietechnologieën kosteneffectief kunnen worden geïnstalleerd.

Artikel 5.131b (fietsparkeerplaatsen bij gebouwen)

ARTIKEL III

Na artikel 10.17 van het Omgevingsbesluit wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Artikel 10.17a (actualisatie en eerste vaststelling nationaal renovatieplan gebouwen)

ARTIKEL IV (INWERKINGTREDING)

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.