Part of Smart Yellow Suite

WGK026743
Wijziging Besluit vrachtwagenheffing i.v.m. herziene Europese tolheffingsregels

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Infrastructuur en Waterstaat
Datum uitgave 21 oktober 2024
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Opschrift

Besluit tot wijziging van het Besluit vrachtwagenheffing in verband met de implementatie van de herziene Europese tolheffingsregels

Samenvatting

Op 1 januari 2023 is de Wet vrachtwagenheffing (gedeeltelijk) in werking getreden en op 1 januari 2024 is het Besluit vrachtwagenheffing in werking getreden, zodat gestart kan worden met de realisatie van het heffingssysteem. Naar verwachting kan in 2026 worden gestart met de vrachtwagenheffing. De wet moet worden gewijzigd als gevolg van richtlijn (EU) 2022/362 (herziening van de richtlijn voor het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen). De herziene richtlijn maakt ook een wijziging van het Besluit vrachtwagenheffing nodig, in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het overleggen van voertuigdocumenten voor het sluiten van een dienstverleningsovereenkomst. Daartoe strekt dit besluit.

Documenten

stb-2025-6 (PDF)

Besluit van 14 november 2024 tot vaststelling van een eenmalige uitkering in juli 2022 en een bijzondere beloning in maart 2023 en tot wijziging van enige besluiten in het kader van hoofdstuk 1 van het arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie over de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023 en een aantal andere wijzigingen (Wijzigingsbesluit arbeidsvoorwaardenakkoord 21–23)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 10 september 2024, nr. BS/2024030422;

Gelet op de artikelen 12 en 12o, tweede lid, van de Wet ambtenaren defensie;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 2 oktober 2024, no. W07.24.00247/II;

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 11 november 2024, BS2024034981;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 Eenmalige uitkering 2022

Artikel 2 Bijzondere beloning 2023

Artikel 3

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

A

In tabel 1 van artikel 23a wordt onderdeel o verwijderd en wordt na onderdeel n de puntkomma vervangen door een punt.

B

In tabel 3 van artikel 23a wordt, onder verlettering van onderdeel f tot onderdeel g, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  1. eenmalige uitkeringen aan het defensiepersoneel;

Artikel 4.1

In artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie wordt «€ 165,59» vervangen door «€ 168,41».

Artikel 4.2

Het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 43, tweede lid, wordt «€ 174,93» vervangen door «€ 177,90».

B

In artikel 44a wordt «€ 145,65» vervangen door «€ 148,13».

C

De bijlagen A, B en C worden vervangen door de bijlagen A, B en C, opgenomen als bijlagen 1, 2 en 3 bij dit besluit.

Artikel 4.3

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

A

De tabel in artikel 11b, derde lid, komt te luiden:

B

Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:

2.
het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:
  1. met salarisnummer 0: € 123,58;
  2. met salarisnummer 1: € 141,23;
  3. met salarisnummer 2: € 158,89;
  4. met salarisnummer 3 of hoger: € 176,54.
C

Artikel 15c komt te luiden:

Artikel 15c. Tijdelijke toelage loongebouw
De militair heeft in afwachting van de invoering van het nieuwe loongebouw aanspraak op een tijdelijke toelage loongebouw, bedoeld in bijlage C.
D

De bijlagen A en C worden vervangen door de bijlagen A en C, opgenomen als bijlagen 4 en 5 bij dit besluit.

E

Bijlage D vervalt.

Artikel 15c. Tijdelijke toelage loongebouw

De militair heeft in afwachting van de invoering van het nieuwe loongebouw aanspraak op een tijdelijke toelage loongebouw, bedoeld in bijlage C.

Artikel 4.4

De Voorziening Tijdelijke Toelage Loongebouw wordt ingetrokken.

Artikel 5.1

In artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie wordt «€ 168,41» vervangen door «€ 173,38».

Artikel 5.2

Het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 43, tweede lid, wordt «€ 177,90» vervangen door «€ 183,15».

B

In artikel 44a wordt «€ 148,13» vervangen door «€ 152,50».

C

De bijlagen A, B en C worden vervangen door de bijlagen A, B en C, opgenomen als bijlagen 6, 7 en 8 bij dit besluit.

Artikel 5.3

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

A

De tabel in artikel 11b, derde lid, komt te luiden:

B

Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:

2.
het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:
  1. met salarisnummer 0: € 127,23;
  2. met salarisnummer 1: € 145,40;
  3. met salarisnummer 2: € 163,58;
  4. met salarisnummer 3 of hoger: € 181,75.
C

De bijlagen A en C worden vervangen door de bijlagen A en C, opgenomen als bijlagen 9 en 10 bij dit besluit.

Artikel 6.1

In artikel 16bis van het Algemeen militair ambtenarenreglement worden, onder vernummering van het zesde tot het achtste lid, twee leden ingevoegd, luidende:

6.
De militair aan wie ingevolge artikel 39 ontslag wordt verleend en direct daarop volgend in dienst treedt als burgerlijk ambtenaar bij het ministerie van Defensie, behoudt de op dat moment beschikbare individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in het eerste lid. Deze resterende aanspraak wordt overgeheveld naar de individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
7.
De aanspraak bedoeld in het zesde lid bouwt verder door tot de maximum bedragen, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, tenzij de aanspraak bij aanvang van de aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij het ministerie van Defensie reeds meer is dan het maximum bedrag, bedoeld in artikel 20, tweede lid van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

Artikel 6.2

In artikel 20 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie worden, onder vernummering van het zesde tot het achtste lid, twee leden ingevoegd, luidende:

6.
De burgerlijk ambtenaar aan wie ingevolge artikel 113, eerste lid, ontslag wordt verleend en direct daarop volgend in dienst treedt als militair ambtenaar bij het ministerie van Defensie, behoudt de op dat moment beschikbare individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in het eerste lid. Deze resterende aanspraak wordt overgeheveld naar de individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in artikel 16bis, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
7.
De aanspraak bedoeld in het zesde lid bouwt verder door tot de maximum bedragen bedoeld in artikel 16bis, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, tenzij de aanspraak bij aanvang van de aanstelling als militair ambtenaar bij het ministerie van Defensie reeds meer is dan het maximum bedrag, bedoeld in artikel 16bis, tweede lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel 6.3

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 15c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15d. Toelage overbrugging salaristabel
1.
De militair heeft met ingang van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022 aanspraak op een toelage overbrugging salaristabel, opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage E.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de militair die de eerste initiële opleiding, bedoeld in artikel 13 van het Algemeen militair ambtenarenreglement, nog niet heeft afgerond.
B

In tabel 2 van artikel 23a wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  1. de toelage overbrugging salaristabel.
C

Er wordt een nieuwe bijlage E toegevoegd, opgenomen als bijlage 11 bij dit besluit.

Artikel 15d. Toelage overbrugging salaristabel

Artikel 7.1

In artikel 87e van het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt «hij» vervangen door «diegene» en wordt «75% van zijn bezoldiging» vervangen door «100% van diens verhoogde bezoldiging als bedoeld in artikel 1 van het Inkomstenbesluit militairen».

Artikel 7.2

In artikel 46f van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt «hij» vervangen door «diegene» en wordt «75% van zijn bezoldiging» vervangen door «100% van diens bezoldiging».

Artikel 8.1

In artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie wordt «€ 173,38» vervangen door «€ 179,71».

Artikel 8.2

Het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4c, vierde lid, komt te luiden:

4.
Ingeval naast de in artikel 4 genoemde uitkering inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf als bedoeld in artikel 5 worden genoten, wordt op de uitkering een vermindering toegepast. In voorkomend geval wordt een vermindering toegepast boven de vermindering die reeds krachtens het tweede lid plaatsvindt. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de onverminderde uitkering krachtens artikel 4 vermeerderd met het totaal bedrag van de inkomsten, bedoeld in artikel 5, tezamen de grens van 150% van de bezoldiging overschrijdt.
B

Artikel 5, eerste lid, komt te luiden:

1.
De inkomsten, die de betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag van het ontslag, ter zake waarvan de uitkering is toegekend, worden met de uitkering verrekend over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. Deze verrekening geschiedt aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmede de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de grens van 150% van de bezoldiging overschrijdt.

Artikel 8.3

Artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt als volgt gewijzigd:

4.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft het recht om na het bereiken van de in het eerste respectievelijk tweede lid genoemde leeftijdsgrens langer door te werken op zijn functie voor een periode van maximaal vier respectievelijk twee jaar. Na afloop van deze periode kan dit op aanvraag van de ambtenaar jaarlijks worden verlengd, indien dit door het bevoegde gezag in het belang van de dienst wordt geacht en de ambtenaar blijkens de uitslag van een onderzoek door de deskundige persoon of de arbodienst, bedoeld in artikel 54a, onderdeel b, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht diens functie te blijven uitoefenen. Indien tussentijds uit de uitslag van een bedrijfsgeneeskundig onderzoek blijkt dat de ambtenaar ongeschikt is geworden voor de verdere uitoefening van diens functie, zal alsnog ontslag worden verleend als bedoeld in het derde lid.
6.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, die de leeftijd van vijfenvijftig respectievelijk zestig jaar bereikt in het jaar 2023 of later, wordt vóór het bereiken van de leeftijd van zestig respectievelijk tweeënzestig jaar een passende functie opgedragen als bedoeld in artikel 105 niet zijnde een functie als bedoeld in het eerste of tweede lid.
7.
Indien het tijdig opdragen van een passende functie als bedoeld in het zesde lid niet mogelijk is, kan de ambtenaar:
  1. op aanvraag ontslag worden verleend als bedoeld in het derde lid dan wel
  2. op aanvraag ervoor kiezen om door te werken op diens functie tot het bereiken van de in het vierde lid genoemde momenten, waarna de ambtenaar een andere functie kan worden opgedragen.

Artikel 8.4

Het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel h, komt te luiden:

B

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11. Jaarlijkse verhoging salarisnummer
1.
Het salarisnummer van de ambtenaar wordt voor zover het maximale salarisnummer van de voor de ambtenaar van toepassing zijnde salarisschaal nog niet is bereikt, jaarlijks met één salarisnummer verhoogd, indien de ambtenaar naar het oordeel van de commandant de functie naar behoren vervult.
2.
De in het eerste lid bedoelde verhoging van het salarisnummer vindt voor de eerste maal plaats:
  1. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds de aanstelling van de ambtenaar een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
  2. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarop de verjaardag van de ambtenaar valt.
3.
Indien de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, reeds voor diens 22e verjaardag was aangesteld, vindt, onverminderd het vijfde lid, de verhoging van het salarisnummer plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verjaardag van de ambtenaar valt.
4.
De commandant kan, in aanvulling op het eerste lid, een verhoging van één of meer salarisnummers toekennen binnen de op de ambtenaar van toepassing zijnde salarisschaal, indien de ambtenaar naar het oordeel van de commandant de functie zeer goed of uitstekend vervult.
5.
De commandant kan het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vervroegen indien daartoe naar het oordeel van de commandant aanleiding bestaat.
6.
De commandant kan verhoging van het salarisnummer, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten, indien de militair naar het oordeel van de commandant de functie niet naar behoren vervult.
C

Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a. Overgangsbepaling salaristabel 1 januari 2023
Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 3, 4, 5, 6 of 7 van toepassing is, wordt met ingang van 1 januari 2023 met één salarisnummer verhoogd.
D

Artikel 41 komt te luiden:

Artikel 41. Samenloop met militaire inkomsten
1.
De ambtenaar heeft over de uren dat hij als militair in werkelijke dienst is, geen aanspraak op inkomsten.
2.
De ambtenaar die geen aanspraak heeft op inkomsten, heeft, naast de aanspraak op de militaire inkomsten, aanspraak op een inkomensaanvulling over de uren waarvoor de ambtenaar buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend.
3.
Voor het bepalen van de hoogte van de inkomensaanvulling wordt het salaris als militair, bedoeld in artikel 1 jo 5 van het Inkomstenbesluit militairen, vermeerderd met de toelage, bedoeld in artikel 11 b van het Inkomstenbesluit militairen, vergeleken met het salaris als ambtenaar.
4.
Indien uit de vergelijking blijkt dat het salaris als militair lager is dan het salaris als ambtenaar, wordt een inkomensaanvulling toegekend ter hoogte van het verschil.
E

In artikel 42, tweede lid, wordt telkenmale «bezoldiging» vervangen door «inkomsten».

F

In artikel 43, tweede lid, wordt «€ 183,15» vervangen door «€ 189,83».

G

In artikel 44a wordt «€ 152,50» vervangen door «€ 183,07».

H

De bijlagen A, B en C worden vervangen door de bijlagen A, B en C, opgenomen als bijlagen 12, 13 en 14 bij dit besluit.

Artikel 11. Jaarlijkse verhoging salarisnummer

Artikel 11a. Overgangsbepaling salaristabel 1 januari 2023

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 3, 4, 5, 6 of 7 van toepassing is, wordt met ingang van 1 januari 2023 met één salarisnummer verhoogd.

Artikel 41. Samenloop met militaire inkomsten

Artikel 8.5

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, wordt «salarisnummer: het getal dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld» vervangen door «salaristrede: het getal dat in een salarisschaal na een salaris is vermeld».

B

Na de titel van hoofdstuk 2 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

C

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4. Toepasselijkheid opleidingstabel of salaristabel
1.
De opleidingstabel, bedoeld in bijlage A, is van toepassing op militairen die het algemene deel van hun eerste initiële opleiding nog niet hebben afgerond.
2.
De salaristabel, bedoeld in bijlage B, is van toepassing op militairen op wie de opleidingstabel, bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing is.
3.
Bij ministeriële regeling wordt per initiële opleiding vastgesteld wat onder het algemene deel van de initiële opleiding, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan.
D

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

  1. diens salaristrede.
E

De titels van de artikelen 5a en 8a vervallen.

F

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7. Toekennen salaris of salaristrede
1.
Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair op wie de opleidingstabel van toepassing is met gebruikmaking van deze opleidingstabel een salaris toe op basis van de alsdan geldende rang en leeftijd.
2.
Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair op wie de salaristabel van toepassing is met gebruikmaking van deze salaristabel een salaristrede toe binnen de bij diens rang behorende salarisschaal op basis van de kennis en ervaring van de militair.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van het tweede lid van dit artikel.
G

Na artikel 7 worden de volgende artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 7a. Doorlopen opleidingstabel
De militair op wie de opleidingstabel van toepassing is, wordt met gebruikmaking van deze opleidingstabel met ingang van de eerste dag van de maand waarin deze jarig is dan wel wordt bevorderd, opnieuw ingeschaald op basis van de alsdan geldende leeftijd of rang.
Artikel 7b. Inschaling bij overgang opleidingstabel naar salaristabel
1.
Het hoofd defensieonderdeel kent de militair op wie de opleidingstabel niet langer van toepassing is, vanaf dat moment met gebruikmaking van de salaristabel salaristrede 0 toe behorend bij diens rang.
2.
Indien bij de overgang van de opleidingstabel naar de salaristabel, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een opleidingsvertraging die niet aan de militair is toe te rekenen, vindt inschaling in de salaristabel plaats met ingang van de dag waarop de opleidingstabel zonder de eerdergenoemde vertraging niet langer op de militair van toepassing zou zijn geweest.
3.
In aanvulling op het eerste en tweede lid, kan aan specifieke categorieën personeel een verhoging van de salaristrede binnen de salarisschaal behorend bij de van toepassing zijnde rang worden toegekend.
4.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de uitvoering van het derde lid.
Artikel 7c. Jaarlijkse verhoging salaristrede
1.
De salaristrede van de militair op wie de salaristabel van toepassing is, wordt met gebruikmaking van deze salaristabel en voor zover de maximale salaristrede van de voor de militair van toepassing zijnde salarisschaal nog niet is bereikt, jaarlijks met één salaristrede verhoogd, indien de militair naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel de functie naar behoren vervult.
2.
De verhoging van de salaristrede, bedoeld in het eerste lid, vindt voor de eerste maal plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin een jaar is verstreken sinds de overgang van de opleidingstabel naar de salaristabel, bedoeld in artikel 7b, eerste of tweede lid, en nadien telkens na één jaar.
3.
Het hoofd defensieonderdeel kan, in aanvulling op het eerste lid, een verhoging van één of meer salaristredes toekennen binnen de salarisschaal behorend bij diens rang toekennen aan de militair, indien de militair naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel de functie zeer goed of uitstekend vervult.
4.
De verhoging, bedoeld in het derde lid, kan op elk gewenst moment plaatsvinden zonder dat dit van invloed is op de maand, bedoeld in het tweede lid.
5.
Het hoofd defensieonderdeel kan de verhoging van de salaristrede, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten, indien de militair niet naar behoren functioneert.
H

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8. Toekenning salaristrede bij bevordering
1.
Aan de militair op wie de salaristabel van toepassing is, wordt bij een bevordering als bedoeld in de artikelen 24 en 24a van het Algemeen militair ambtenarenreglement met gebruikmaking van deze salaristabel met ingang van de eerste dag van de maand waarin de bevordering plaatsvindt, de salaristrede toegekend van het naast hogere bedrag in de salarisschaal van diens rang na de bevordering.
2.
Bij samenloop in dezelfde maand van de toekenning van een salaristrede, bedoeld in het eerste lid, en de verhoging van de salaristrede, bedoeld in artikel 7c, eerste lid, wordt eerst uitvoering gegeven aan de toekenning van een salaristrede op grond het eerste lid en daarna wordt uitvoering gegeven aan de verhoging van de salaristrede op grond van artikel 7c, eerste lid.
3.
Bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en Koninklijke marechaussee wordt de salaristrede binnen de salarisschaal met één verhoogd bij de bevordering van:
  1. korporaal naar korporaal der eerste klasse;
  2. marechaussee der tweede klasse naar marechaussee der eerste klasse;
  3. sergeant naar sergeant der eerste klasse;
  4. wachtmeester naar wachtmeester der eerste klasse en
  5. tweede luitenant naar eerste luitenant.
4.
Bij de Koninklijke marine wordt, na dezelfde periode waarop vergelijkbare rangen van de andere krijgsmachtdelen als bedoeld in het derde lid worden bevorderd, aan de matroos der eerste klasse, de korporaal dan wel de luitenant ter zee der 2e klasse de salaristrede binnen de salarisschaal met één verhoogd.
5.
De verhoging van de salaristrede, bedoeld in het derde of het vierde lid, vindt onverkort plaats naast de verhoging van de salaristrede, bedoeld in artikel 7c, eerste en derde lid.
I

Na artikel 9 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

J

De artikelen 10, 11a, 15c en 15d vervallen.

K

De tabel in artikel 11b, derde lid, komt te luiden:

L

In artikel 12a vervalt het zesde lid.

M

Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:

  1. het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:
    1. van 19 jaar of jonger: € 131,87;
    2. van 20 jaar: € 150,70;
    3. van 21 jaar: € 169,54;
    4. van 22 jaar of ouder: € 188,38.
N

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

  1. overgangs- en aanvullende maatregelen ter zake van de invoering van het loongebouw met ingang van 1 januari 2023;
  1. een maatregel in verband met reeds opgedane kennis en ervaring, met dien verstande dat deze maatregel uitsluitend geldt voor de militair die op 1 januari 2023 nog niet was aangesteld.
O

In tabel 2 van artikel 23a vervallen de onderdelen e en f en wordt na onderdeel d de puntkomma vervangen door een punt.

P

De bijlage A wordt vervangen door de bijlage A, opgenomen als bijlage 15 bij dit besluit.

Q

Na bijlage A wordt bijlage B ingevoegd, opgenomen als bijlage 16 bij dit besluit.

R

De bijlage C wordt vervangen door de bijlage C, opgenomen als bijlage 17 bij dit besluit

S

Na bijlage C wordt bijlage D ingevoegd, opgenomen als bijlage 18 bij dit besluit.

T

Bijlage E vervalt.

Artikel 4. Toepasselijkheid opleidingstabel of salaristabel

Artikel 7. Toekennen salaris of salaristrede

Artikel 7a. Doorlopen opleidingstabel

De militair op wie de opleidingstabel van toepassing is, wordt met gebruikmaking van deze opleidingstabel met ingang van de eerste dag van de maand waarin deze jarig is dan wel wordt bevorderd, opnieuw ingeschaald op basis van de alsdan geldende leeftijd of rang.

Artikel 7b. Inschaling bij overgang opleidingstabel naar salaristabel

Artikel 7c. Jaarlijkse verhoging salaristrede

Artikel 8. Toekenning salaristrede bij bevordering

Artikel 10a. Inschaling opleidingstabel bij transitie

Artikel 10b. Inschaling salarisschaal na doorlopen opleidingstabel

Het hoofd defensieonderdeel kent de militair, bedoeld in artikel 10a, op het moment dat de opleidingstabel niet langer van toepassing is, met gebruikmaking van de salaristabel, een salaristrede toe behorende bij diens rang, onder toepassing van de aanvullende maatregelen, bedoeld in artikel 16, onderdeel j.

Artikel 10c. Inschaling salaristabel bij transitie

Artikel 10d. Samenloop transitie, bevordering en salarisverhoging

Artikel 10e. Toekenning extra salaristreden bij bevordering voor specifieke groepen militairen

Artikel 9.1

In artikel 1, onder 1e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie wordt «flexibel pensioen en uittreden» vervangen door «vervroegd uittreden».

Artikel 9.2

Het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 114 wordt als volgt gewijzigd:

  1. Op aanvraag van de ambtenaar wordt ontslag verleend met het oog op een uitkering op grond van:
    1. de Regeling vervroegd uittreden, bedoeld in hoofdstuk 11;
    2. het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
  2. In het tweede lid vervalt «het in het eerste lid bedoelde».
B

De titel van hoofdstuk 11 komt te luiden:

C

Artikel 131 komt te luiden:

Artikel 131. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
D

Artikel 132 komt te luiden:

Artikel 132. Voorwaarden RVU-ontslag
1.
Aan de ambtenaar die vóór 1 januari 2029 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt op diens aanvraag RVU-ontslag verleend indien de ambtenaar:
  1. op de datum van diens RVU-ontslag ten hoogste 36 maanden is verwijderd van de datum van de pensioengerechtigde leeftijd die voor de ambtenaar geldt, en;
  2. op de datum van diens RVU-ontslag een diensttijd bij de overheid heeft doorgebracht van tenminste 35 jaar, en;
  3. tot de datum van diens RVU-ontslag aanspraak heeft op de toelage, bedoeld in:
    1. artikel 20 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, of;
    2. artikel 24 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, of;
    3. artikel 5 van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie, of;
    4. artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie, alsmede over de afgelopen twintig jaar gecumuleerd een periode van ten minste tien jaar aanspraak heeft gehad op één of meerdere van deze toelagen.
2.
De ambtenaar:
  1. op wie de overgangsbepaling functioneel leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 171a, van toepassing is, alsmede
  2. die een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen komt niet in aanmerking voor RVU-ontslag.
E

Artikel 133 komt te luiden:

Artikel 133. Aanvraag RVU-ontslag
1.
Op aanvraag van de ambtenaar wordt RVU-ontslag verleend op grond van artikel 114, eerste lid.
2.
De aanvraag wordt uiterlijk vier maanden voor de beoogde ontslagdatum of voor 31 december 2025 ingediend bij het bevoegd gezag, waarbij geldt dat de ambtenaar uiterlijk 31 december 2025 van de beslissing tot ontslagverlening schriftelijk in kennis wordt gesteld.
F

Artikel 134 komt te luiden:

Artikel 134. RVU-uitkering
1.
De ambtenaar aan wie RVU-ontslag is verleend, heeft vanaf de datum van ontslag aanspraak op de RVU-uitkering.
2.
De ambtenaar heeft recht op de RVU-uitkering ter hoogte van het bedrag per maand, bedoeld in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
3.
Bij een deeltijdaanstelling wordt de RVU-uitkering vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige aanstelling.
4.
De RVU-uitkering wordt gedurende de looptijd van de uitkering aangepast overeenkomstig wijzigingen van het in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag.
5.
De RVU-uitkering eindigt met ingang van de dag:
  1. waarop de ambtenaar weer in dienst treedt bij het ministerie van Defensie, of;
  2. waarop de ambtenaar diens geldende pensioengerechtigde leeftijd bereikt, of;
  3. volgende op de dag waarop de ambtenaar overlijdt.
G

De titels van de artikelen 135 tot en met 160 vervallen.

Artikel 131. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 132. Voorwaarden RVU-ontslag

Artikel 133. Aanvraag RVU-ontslag

Artikel 134. RVU-uitkering

Artikel 10.1 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt ten aanzien van:

Artikel 10.2 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsbesluit arbeidsvoorwaardenakkoord 21–23.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.