Besluit van 4 mei 2026 tot wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, het Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/927 tot wijziging van de richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG (Besluit implementatie gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 17 maart 2026, 2026-0000079651, directie Financiële Markten;
Gelet op Richtlijn (EU) 2024/927 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van de richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen, alsmede de artikelen 1:81, eerste lid, 2:66, eerste lid, 2:69d, vierde lid, 4:16, derde lid, 4:59a, derde lid, 4:61, eerste lid, 4:62o, vijfde lid;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 april 2026, nr. W06.26.00075/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 28 april 2026, 2026-136461, directie Financiële Markten;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
De artikelen 26.1 en 135a van het Besluit prudentiële regels Wft vervallen.
ARTIKEL II
Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 33a wordt als volgt gewijzigd:
2.
De beheerder beschikt over passende procedures en maatregelen die waarborgen dat wordt voldaan aan de ingevolge artikel 15, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde voorwaarden.3.
De beheerder bepaalt voor elke door hem beheerde beleggingsinstelling de maximale hefboomfinanciering en de omvang van het recht op hergebruik van zekerheden of garanties die in het kader van de hefboomfinancieringsregeling kunnen worden verleend, rekening houdend met artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.B
Na artikel 33a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 33b
1.
De beheerder van een beleggingsinstelling maakt gebruik van een passend liquiditeitsbeheersysteem en beschikt over procedures om het liquiditeitsrisico te monitoren en te waarborgen dat het liquiditeitsprofiel van de beleggingen van de beleggingsinstelling in overeenstemming is met de onderliggende verplichtingen.2.
De beheerder van een beleggingsinstelling waarborgt dat de beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en het terugbetalingsbeleid van elke door hem beheerde beleggingsinstelling coherent zijn.3.
De beheerder voert periodiek onder zowel normale als uitzonderlijke liquiditeitsomstandigheden stresstests uit die hem in staat stellen het liquiditeitsrisico van de beleggingsinstelling te beoordelen en te monitoren.4.
Dit artikel is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen die geen gebruik maken van hefboomfinanciering en waarbij de deelnemers niet regelmatig het recht tot inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in de beleggingsinstellingen kunnen uitoefenen.C
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
- is de derde, gelet op de aard van de werkzaamheden die worden uitbesteed gekwalificeerd en in staat om de werkzaamheden te vervullen; en
- is de uitbestedingsstructuur door de beheerder met objectieve argumenten te onderbouwen.
D
Artikel 38a, eerste lid, eerste zin, komt te luiden:
Indien een beheerder van een icbe voornemens is de werkzaamheden, bedoeld in bijlage II van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten of artikel 2:69c, eerste en tweede lid, van de wet uit te besteden, stelt hij de Autoriteit Financiële Markten daarvan in kennis.E
Na artikel 115c wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 115d
Een Nederlandse beheerder van een niet-Europese beleggingsinstelling kan een bewaarder aanstellen die is gevestigd in een staat die geen lidstaat is, indien wordt voldaan aan de ingevolge artikel 21, zesde en zeventiende lid, onderdeel b, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde voorwaarden.F
Artikel 115l vervalt.
G
Na artikel 125 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 126
1.
Een beheerder die een icbe beheert of voornemens is te beheren op initiatief van een derde, inclusief het geval waarin de icbe de naam van de initiërende derde gebruikt, of wanneer een beheerder op grond van artikel 38a werkzaamheden uitbesteedt aan een initiërende derde, verstrekt in het kader van eventuele belangenconflicten uitleg en bewijs dat wordt voldaan aan artikel 4:59a, tweede lid, aan de Autoriteit Financiële Markten.2.
De beheerder specificeert de maatregelen die hij heeft genomen om belangenconflicten als gevolg van de relatie met de derde te voorkomen of, indien belangenconflicten niet kunnen worden voorkomen, hoe hij deze belangenconflicten identificeert, beheert, monitort en, in voorkomend geval, openbaar maakt, om te voorkomen dat de belangen van de icbe en de beleggers worden geschaad.H
Artikel 128 wordt als volgt gewijzigd:
- de instrumenten voor liquiditeitsbeheer, bedoeld in artikel 4:45a van de wet, voor eventueel gebruik in het belang van de deelnemers in de icbe.
I
Aan artikel 143 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3.
Indien een beheerder van een icbe sidepockets als bedoeld in punt 9 van bijlage IIbis van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten activeert door scheiding van activa, mogen deze activa worden uitgesloten van de berekening van de in deze paragraaf gestelde begrenzingen.J
Na artikel 147gg wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 147hh
1.
Een beheerder van een niet-Europese beleggingsinstelling voldoet aan artikel 21, zesde lid, eerste alinea, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen indien hij een bewaarder aanstelt die is gevestigd in de staat waarin de niet-Europese beleggingsinstelling is gevestigd.2.
Een beheer stelt, rekening houdend met de belangen van beleggers, binnen een gepaste termijn die niet langer is dan twee jaar een andere bewaarder aan indien na de aanstelling van de bewaarder de staat waar de bewaarder is gevestigd:- op grond van artikel 9, tweede lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn is aangemerkt als een staat met een hoog risico; of
- wordt genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet coöperatief zijn op belastinggebied als bedoeld in artikel 2:67b, eerste lid, onderdeel f.
Artikel 33b
Artikel 115d
Een Nederlandse beheerder van een niet-Europese beleggingsinstelling kan een bewaarder aanstellen die is gevestigd in een staat die geen lidstaat is, indien wordt voldaan aan de ingevolge artikel 21, zesde en zeventiende lid, onderdeel b, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde voorwaarden.
Artikel 126
Artikel 147hh
ARTIKEL III
Het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 34, eerste lid, onderdelen b en c, komt te luiden:
- de staat waar de beheerder zijn zetel heeft of de niet-Europese beleggingsinstelling is gevestigd niet is geïdentificeerd als een staat met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn;
- de staat waar de beheerder zijn zetel heeft of de niet-Europese beleggingsinstelling is gevestigd met Nederland en met de lidstaten waar rechten van deelneming in de niet-Europese beleggingsinstelling zullen worden aangeboden een overeenkomst heeft gesloten die informatie-uitwisseling waarborgt overeenkomstig de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en de desbetreffende staat niet wordt genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.
B
Artikel 34a wordt als volgt gewijzigd:
C
Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
- de gegevens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen c en e, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten;
ARTIKEL IV
Artikel 10 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector wordt als volgt gewijzigd:
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit implementatie gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn.