Part of Smart Yellow Suite

WGK026430
Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Wet
Fase Bekendmaking
Ministerie Justitie en Veiligheid
Datum uitgave 8 januari 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Ja

Opschrift

Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)

Documenten

stb-2026-127 (PDF)

Wet van 27 mei 2026 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten te wijzigen ter implementatie van de herschikte Opvangrichtlijn (EU) 2024/1346 en de uitvoering van de Kwalificatieverordening (EU) 2024/1347, de Procedureverordening (EU) 2024/1348, de Terugkeergrensprocedureverordening (EU) 2024/1349, de Hervestigingsverordening (EU) 2024/1350, de Asiel- en migratiebeheerverordening (EU) 2024/1351, de Screeningsverordening (EU) 2024/1356, de Verordening consistentiewijzigingen met betrekking tot screening (EU) 2024/1352 en de Eurodac III-verordening (EU) 2024/1358;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I VREEMDELINGENWET 2000

De Vreemdelingenwet 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A [artikel 1 begripsbepalingen]

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

  1. Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende de instelling van «Eurodac» voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad;.
B [artikel 2u technische wijziging i.v.m. verblijfsvergunning asiel]

In artikel 2u, vierde lid wordt «verblijfsvergunning voor bepaalde tijd» vervangen door «verblijfsvergunning asiel».

C [nieuw hoofdstuk 1c. Screening]

Na artikel 2ee van de Vreemdelingenwet 2000 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

D [artikel 2w technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

In artikel 2w, derde lid wordt de zinsnede «verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 en 33» vervangen door «verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28».

E [artikel 3 asielgrensprocedure Procedureverordening]

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

6.
Op de aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt binnen vijf weken na de registratie daarvan een beschikking gegeven. Indien na het verstrijken van deze termijn nog niet is beslist over het in behandeling nemen, de ontvankelijkheid of de kennelijke ongegrondheid van de aanvraag, verkrijgt de vreemdeling van rechtswege toegang tot Nederland, onder opheffing van de maatregel, bedoeld in artikel 6, derde lid. De termijn kan met vier weken worden verlengd wanneer de vreemdeling wordt herplaatst overeenkomstig artikel 67, elfde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
F [artikel 6 grensdetentie]

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

3.
De vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 te willen indienen, met inbegrip van de vreemdeling op wie artikel 5, tweede lid, van de Screeningsverordening van toepassing is, kan, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder 2, van de Opvangrichtlijn, eveneens worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met grensbewaking aangewezen ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, onderscheidenlijk in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 8, eerste en derde lid, van de Screeningsverordening. Artikel 59b, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
G [artikel 6a technische wijziging grensdetentie Asiel- en migratiebeheerverordening]

In artikel 6a wordt «artikel 28 van de Dublinverordening» vervangen door «artikel 44 van de Asiel- en migratiebeheerverordening».

H [artikel 8 rechtmatig verblijf]

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

  1. op grond van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28;.
  1. in afwachting van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in:
    1. artikel 14, terwijl bij of krachtens deze wet dan wel op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is beslist, of
    2. artikel 28, terwijl de vreemdeling overeenkomstig artikel 10, eerste lid, van de Procedureverordening het recht heeft om op het grondgebied van Nederland te verblijven totdat op de aanvraag is beslist, tenzij artikel 10, derde of vierde lid, van de Procedureverordening van toepassing is;
  1. in afwachting van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 20 en 45a, of tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14, of een wijziging ervan, terwijl bij of krachtens deze wet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is beslist;.
  1. in afwachting van:
    1. de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift dat geen betrekking heeft op de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, terwijl bij of krachtens deze wet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of het beroepschrift is beslist; of
    2. de beslissing op een bezwaarschrift of beroepschrift, terwijl overeenkomstig artikel 68, tweede of vierde lid, van de Procedureverordening sprake is van een recht om op het grondgebied van Nederland te blijven dan wel op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting of overdracht van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of het beroepschrift is beslist;
I [artikel 9 verblijfsdocument / verblijfstitel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt]

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Onze Minister verschaft aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder c, de verblijfstitel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, bedoeld in:
  1. artikel 24 van de Kwalificatieverordening, indien de vreemdeling de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus heeft;
  2. artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening, indien de vreemdeling verblijf heeft als gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus heeft, als bedoeld in artikel 29b;
  3. artikel 13, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn, indien de vreemdeling verblijf heeft als bedoeld in artikel 29c, als gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft; of
  4. het eerste lid, indien de vreemdeling verblijf heeft als bedoeld in artikel 29d, als gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft.
3.
De geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vangt aan op de datum van verlening van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 44, tweede lid, en heeft een initiële geldigheidsduur van drie jaar. Wanneer de geldigheidsduur verstrijkt, kan deze met drie jaar worden verlengd.
4.
De geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d, vangt aan op de datum van de verlening van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 44, tweede lid, en verstrijkt op dezelfde datum als waarop de verblijfstitel van de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus heeft, verstrijkt, en kan worden verlengd zolang de geldigheidsduur van de verblijfstitel die is afgegeven aan de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus heeft, niet is verstreken.
8.
Onze Minister kan regels stellen over:
  1. de bescheiden, bedoeld in het eerste, zesde en zevende lid, en kan daarbij modellen vaststellen voor de documenten en de schriftelijke verklaring;
  2. de geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid;
  3. de gevallen waarin de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, in afwijking van het derde en vierde lid, een kortere geldigheidsduur dan drie jaren heeft;
  4. de administratieve formaliteiten voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, ter uitvoering van:
    1. artikel 24, vierde lid, van de Kwalificatieverordening met betrekking tot onderdeel a;
    2. artikel 23, tweede lid, van de Kwalificatieverordening met betrekking tot onderdeel b;
    3. artikel 13, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn met betrekking tot onderdeel c;
  5. de administratieve formaliteiten voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d; of
  6. de vergoeding, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de Kwalificatieverordening.
9.
Het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfstitel heeft niet tot gevolg dat de verblijfsvergunning asiel vervalt indien deze op dat moment niet is ingetrokken.
Ia [artikel 11 verplichtingen deelname aan cursussen]

Aan artikel 11 worden drie leden toegevoegd, luidende:

4.
Het COA, bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, is bevoegd de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, de verplichting op te leggen deel te nemen aan cursussen gericht op het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse maatschappij als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering 2021.
5.
Indien het COA een verplichting als bedoeld in het vierde lid heeft opgelegd en de vreemdeling deze verplichting niet of onvoldoende nakomt, is het COA bevoegd materiële voorzieningen te beperken of in te trekken.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over:
  1. de aard en omvang van de op te leggen maatregelen;
  2. de voorwaarden die aan inperking of intrekking van de voorzieningen kunnen worden verbonden;
  3. de duur van de maatregelen;
  4. de gevolgen voor de vreemdeling, indien deze alsnog voldoet aan de opgelegde verplichtingen.
J [artikel 17 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

In artikel 17, eerste lid, onderdeel e wordt de zinsnede «een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 dan wel van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33» vervangen door «een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28».

K [artikel 19 technische wijziging i.v.m. verblijfsvergunning asiel]

In artikel 19 wordt de zinsnede «artikel 28, eerste lid, onderdeel e» vervangen door artikel 28, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3°».

L [artikel 22 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

M [artikel 27 meervoudige beschikking terugkeerbesluit]

Aan het slot van artikel 27 wordt een lid toegevoegd, luidende:

5.
In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt de beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 of een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 wordt afgewezen, niet als terugkeerbesluit, indien dat niet in overeenstemming is met de Terugkeerrichtlijn en het beginsel van non-refoulement.
N [wijziging titel hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 1]

In hoofdstuk 3, afdeling 4, komt de titel van paragraaf 1 te luiden:

O [nieuw artikel 27a aanwijzing beslissingsautoriteit en bevoegde autoriteiten]

In hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 1 wordt voor artikel 28 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27a
1.
Overeenkomstig artikel 4, eerste en derde lid, van de Procedureverordening is Onze Minister als beslissingsautoriteit en bevoegde autoriteit belast met de uitoefening van de taken en bevoegdheden die aan die autoriteiten worden toegekend door de Procedureverordening, de Asiel- en migratiebeheerverordening en de Kwalificatieverordening.
2.
Overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van de Procedureverordening zijn belast met de uitoefening van de daarin opgenomen taken en bevoegdheden:
  1. Onze Minister;
  2. Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
  3. de korpschef;
  4. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
  5. de ambtenaren bedoeld in de artikelen 46, eerste lid, en 47, eerste lid.
3.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toekenning van taken en bevoegdheden uit de Procedureverordening, de Asiel- en migratiebeheerverordening en de Kwalificatieverordening.
P [artikel 28 grondslag verblijfsvergunning asiel]

Artikel 28 komt te luiden:

Artikel 28
1.
Onze Minister is bevoegd:
  1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in te willigen, af te wijzen, niet in behandeling te nemen, niet-ontvankelijk te verklaren dan wel buiten behandeling te stellen;
  2. een verblijfsvergunning asiel in te trekken;
  3. ambtshalve een verblijfsvergunning asiel te verlenen aan:
    1. het gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft, die voldoet aan de in artikel 29c gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf;
    2. het gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft, die voldoet aan de in artikel 29d gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf; of
    3. de langdurig ingezetene, afkomstig uit een andere EU-lidstaat en in het bezit van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14, indien de verantwoordelijkheid voor de afgifte van het reisdocument bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Paspoortwet, aan de vreemdeling, is overgedragen aan Nederland op grond van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen van 16 oktober 1980 (Trb. 1981, 239).
2.
De verblijfsvergunning die ambtshalve wordt verleend in de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°, wordt verleend binnen twee weken nadat de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf zich overeenkomstig artikel 54, eerste lid, onderdeel e, heeft aangemeld.
Q [artikel 29 verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. de vluchtelingenstatus]

Artikel 29 komt te luiden:

Artikel 29
1.
Overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van de Procedureverordening kan Onze Minister een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 verlenen aan de vreemdeling die op grond van de hoofdstukken II en III, van de Kwalificatieverordening in aanmerking komt voor de vluchtelingenstatus, bedoeld in artikel 13 van de Kwalificatieverordening.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
R [nieuw artikel 29a verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. de subsidiairebeschermingsstatus]

Na artikel 29 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 29a
1.
Overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van de Procedureverordening kan Onze Minister een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 aan de vreemdeling verlenen die op grond van de hoofdstukken II en V, van de Kwalificatieverordening in aanmerking komt voor de subsidiairebeschermingsstatus, bedoeld in artikel 18 van de Kwalificatieverordening.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
S [nieuw artikel 29b verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. het verblijf als meereizend gezinslid overeenkomstig de Kwalificatieverordening of de Hervestigingsverordening]

Na artikel 29a (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 29b
1.
Onze Minister kan een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 aan de vreemdeling verlenen die overeenkomstig artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening in aanmerking komt voor verblijf als gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus heeft.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
3.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het verblijf van gezinsleden als bedoeld in artikel 9, zestiende lid, van de Hervestigingsverordening.
T [nieuw artikel 29c verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. het verblijf als nareizend gezinslid krachtens de Gezinsherenigingsrichtlijn van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft]

Na artikel 29b (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 29c
1.
Onze Minister kan krachtens artikel 13 van de Gezinsherenigingsrichtlijn een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 verlenen aan de hierna te noemen gezinsleden van de vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft, indien deze op het tijdstip van binnenkomst van die vreemdeling behoorden tot diens gezin en zijn nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28, is verleend, dan wel binnen die drie maanden door of ten behoeve van dat gezinslid een machtiging tot voorlopig verblijf is aangevraagd:
  1. de meerderjarige echtgenoot;
  2. het biologische of geadopteerde minderjarige kind;
  3. de ouders, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is;
  4. de minderjarige broer of zus, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is, die broer of zus gelijktijdig met een ouder, bedoeld in onderdeel c, de aanvraag heeft ingediend en ten laste komt van die ouder.
2.
De verblijfsvergunning asiel wordt niet geweigerd indien de overschrijding van de in het eerste lid bedoelde termijn op grond van bijzondere omstandigheden objectief verschoonbaar is.
3.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
U [nieuw artikel 29d verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. het verblijf als nareizend gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft]

Na artikel 29c (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 29d
1.
Onze Minister kan een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 verlenen aan de gezinsleden, genoemd in artikel 29c, eerste lid, van de vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft, indien dat gezinslid op het tijdstip van binnenkomst van die vreemdeling tot diens gezin behoorde.
2.
De verblijfsvergunning asiel, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd, indien:
  1. nog geen twee jaar zijn verstreken sinds de verlening van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29a, aan de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid;
  2. de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
  3. de vreemdeling niet over huisvesting beschikt, waaronder mede wordt verstaan het verblijf op een doorstroomlocatie.
3.
Het tweede lid, onderdelen b en c, is niet van toepassing indien de vreemdeling een alleenstaande minderjarige is.
4.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. Daarbij wordt bepaald in welke gevallen een verblijfsvergunning asiel wordt verleend.
V [artikel 30 bevoegdheid niet in behandeling nemen asielaanvraag]

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Onze Minister neemt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, overeenkomstig artikel 39, eerste lid, onderdeel a, van de Procedureverordening, niet in behandeling wanneer op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
W [artikel 30a bevoegdheid niet-ontvankelijk verklaren asielaanvraag]

Artikel 30a, eerste lid komt te luiden:

1.
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 niet-ontvankelijk verklaren in de gevallen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Procedureverordening en verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk in de gevallen, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de Procedureverordening.
X [artikel 30b bevoegdheid afwijzen asielaanvraag als kennelijk ongegrond]

Artikel 30b komt te luiden:

Artikel 30b
1.
Onze Minister kan een ongegronde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Procedureverordening afwijzen als kennelijk ongegrond, indien op het tijdstip van afronding van de behandeling een van de gevallen bedoeld in artikel 42, eerste en derde lid, van de Procedureverordening van toepassing is.
2.
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 afwijzen als kennelijk ongegrond, indien reeds is vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van de Kwalificatieverordening, overeenkomstig:
  1. artikel 40, vierde lid, van de Procedureverordening in de fase waarin de aanvraag expliciet wordt ingetrokken; of
  2. artikel 41, eerste en vijfde lid, van de Procedureverordening op het ogenblik waarop de aanvraag impliciet wordt ingetrokken.
3.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.
Y

[artikel 30c bevoegdheid buiten behandeling stellen asielaanvraag]

  1. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 buiten behandeling stellen als:
    1. expliciet ingetrokken overeenkomstig artikel 40 van de Procedureverordening; of
    2. impliciet ingetrokken overeenkomstig artikel 41 van de Procedureverordening.
Z [artikel 31 bevoegdheid afwijzen asielaanvraag als ongegrond]

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29, 29a of 29b, overeenkomstig artikel 39, derde lid, van de Procedureverordening afwijzen als ongegrond, indien de aanvrager op grond van de Kwalificatieverordening niet in aanmerking komt voor:
  1. de vluchtelingenstatus, bedoeld in artikel 13 van de Kwalificatieverordening;
  2. de subsidiairebeschermingsstatus, bedoeld in artikel 18 van de Kwalificatieverordening; of
  3. verblijf als gezinslid, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening.
2.
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29c of 29d afwijzen, indien niet wordt voldaan aan de daarin gestelde voorwaarden.
3.
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 afwijzen als ongegrond, indien reeds is vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van de Kwalificatieverordening, overeenkomstig:
  1. artikel 40, vierde lid, van de Procedureverordening in de fase waarin de aanvraag expliciet wordt ingetrokken; of
  2. artikel 41, eerste en vijfde lid, van de Procedureverordening op het ogenblik waarop de aanvraag impliciet wordt ingetrokken.
4.
Een aanvraag van een gezinslid als bedoeld in artikel 29c, eerste lid, tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in de artikelen 29c of 29d, kan worden afgewezen, indien gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus heeft of het desbetreffende gezinslid bijzondere banden heeft.
AA [artikel 32 bevoegdheid intrekken asielvergunning]

Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32
1.
Onze Minister trekt de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29, in overeenkomstig de artikelen 65 en 66 van de Procedureverordening op grond van artikel 14 van de Kwalificatieverordening.
2.
Onze Minister trekt de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29a, in overeenkomstig de artikelen 65 en 66 van de Procedureverordening op grond van artikel 19 van de Kwalificatieverordening.
3.
Bij toepassing van het eerste, tweede of zesde lid, trekt Onze Minister gelijktijdig de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29b, 29c of 29d, in die is verleend aan het gezinslid van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning asiel met toepassing van het eerste of tweede lid is ingetrokken of ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan het zesde lid.
4.
Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29b, voorts intrekken in de gevallen bedoeld in artikel 23, derde tot en met vijfde lid, van de Kwalificatieverordening.
5.
Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29c en 29d voorts intrekken, indien:
  1. de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid;
  2. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;
  3. de gronden voor verlening, bedoeld in de artikelen 29c of 29d, zijn komen te vervallen;
  4. het gezinslid niet of niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt met de vreemdeling die internationale bescherming geniet en die houder is van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a.
6.
Bij de afsluiting, bedoeld in artikel 66, zesde lid, van de Procedureverordening, vermeldt Onze Minister dat in het dossier van de vreemdeling en vermeldt hij daarbij de rechtsgrond voor die afsluiting.
7.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over dit artikel.
AB [nieuw artikel 32a bevoegdheid aanwijzing veilig derde land of veilig land van herkomst]

Na artikel 32 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 32a
Bij regeling van Onze Minister kunnen overeenkomstig artikel 64, eerste lid, van de Procedureverordening met het oog op de behandeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 landen als veilig derde land of als veilig land van herkomst worden aangewezen, voor zover dat andere landen zijn dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangewezen.
AC [artikelen 33, 34 en 35 afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

In hoofdstuk 3 vervalt afdeling 4, paragraaf 2, onder vernummering van de derde tot en met zesde paragraaf tot tweede tot en met vijfde paragraaf.

AD [artikel 36 juridisch adviseur / counseling]

Artikel 36 komt te luiden:

Artikel 36
1.
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 wordt, in afwijking van artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger.
2.
Overeenkomstig artikel 19 van de Procedureverordening en artikel 21 van de Asiel- en migratiebeheerverordening worden bij regeling van Onze Minister regels gesteld over:
  1. de erkenning of toelating van juridisch adviseurs of andere counselors die de vreemdeling tijdens de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 kosteloze juridische counseling verstrekken, bijstaan of vertegenwoordigen;
  2. de accreditatie van niet-gouvernementele organisaties die deze vreemdeling juridische diensten of vertegenwoordiging bieden; en
  3. de procedurele regels voor de indiening en behandeling van verzoeken om kosteloze juridische counseling en wettelijke vertegenwoordiging, waaronder regels over het uitsluiten of beperken daarvan.
AE [artikel 37 aanpassing delegatiegrondslag asielprocedure en schrappen leges verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

  1. de procedure voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van de Procedureverordening of de Asiel- en migratiebeheerverordening;
AF [artikel 39 voornemenprocedure asielprocedure vervalt]

Artikel 39 komt te luiden:

Artikel 39
De artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28.
AG [artikel 40 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

Artikel 40 vervalt.

AH [artikel 41 voornemenprocedure bij intrekkingen]

Artikel 41 komt te luiden:

Artikel 41
1.
Indien Onze Minister voornemens is de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a, in te trekken, wordt de vreemdeling hiervan overeenkomstig artikel 66, eerste lid, van de Procedureverordening onder opgave van redenen schriftelijk in kennis gesteld.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien Onze Minister voornemens is de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29b, 29c of 29d, in te trekken.
3.
De kennisgeving kan eveneens betrekking hebben op het voornemen om niet ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 te verlenen dan wel op het voornemen om de uitzetting of overdracht niet op grond van artikel 64 achterwege te laten. Het schriftelijke voornemen wordt aan de vreemdeling medegedeeld door uitreiking of toezending ervan. De op het voornemen tot intrekking betrekking hebbende stukken worden bij de schriftelijke mededeling gevoegd, voor zover de vreemdeling geen kennis kan hebben van de inhoud van deze stukken.
4.
De vreemdeling brengt zijn zienswijze in afwijking van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk naar voren binnen de door Onze Minister bepaalde redelijke termijn.
5.
Indien Onze Minister, na ontvangst van de zienswijze van de vreemdeling, voornemens blijft de verblijfsvergunning asiel in te trekken, dan wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zich te doen horen.
6.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de termijn, bedoeld in het vierde lid, alsmede de toepassing van de voorgaande leden.
AI [artikel 42 beslistermijnen aanvraagfase vervalt]

Artikel 42 vervalt.

AJ [artikel 43 bevoegdheid instellen besluitmoratorium]

Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43
Onze Minister kan, overeenkomstig artikel 35, zevende lid, van de Procedureverordening, het afronden van de behandelingsprocedure van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 uitstellen wanneer redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat het besluit op de aanvraag wordt genomen binnen de in artikel 35, vierde lid, van de Procedureverordening vastgestelde termijnen vanwege een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is.
AK [artikel 43a beslistermijnen asielaanvraag tijdelijke bescherming]

Artikel 43a komt te luiden:

Artikel 43a
Onverminderd artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden de termijnen als bedoeld in artikel 35 van de Procedureverordening voor het geven van een beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 ten aanzien van vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten, verlengd met de duur van de tijdelijke bescherming.
AL [artikel 44 ingangsdatum verblijfsvergunning asiel en technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in de artikelen 29 tot en met 29d, wordt ingewilligd, wordt deze verblijfsvergunning verleend met ingang van de dag na de bekendmaking van de beschikking.
AM [artikel 44a rechtsgevolgen overdrachtsbesluit]

Artikel 44a wordt als volgt gewijzigd:

  1. de vreemdeling door Onze Minister overeenkomstig de Asiel- en migratiebeheerverordening kan worden overgedragen aan een verantwoordelijke lidstaat.
  1. de vreemdeling overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening geen recht heeft op de opvangvoorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen, bedoeld in de artikelen 17 tot en met 20 van de Opvangrichtlijn, toegekend bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers of bij of krachtens een ander wettelijk voorschrift. Zulks wordt vermeld in het besluit. Dit doet geen afbreuk aan de noodzaak om een levensstandaard te waarborgen die in overeenstemming is met het Unierecht, met inbegrip van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en internationale verplichtingen.
AN [artikel 45 meervoudige asielbeschikking terugkeerbesluit]

Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28, is ingetrokken.
  1. In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt de beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28, wordt afgewezen niet als terugkeerbesluit, indien:
    1. dat niet in overeenstemming is met de Terugkeerrichtlijn en het beginsel van non-refoulement; of
    2. de beschikking is genomen in de asielgrensprocedure met toepassing van artikel 3, zesde lid.
AO [artikel 45b EU-langdurig ingezetenestatus]

Artikel 45b wordt als volgt gewijzigd:

  1. verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, die niet is verleend op grond van de artikelen 29 of 29a;
  2. verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, die is verleend op grond van de artikelen 29b, 29c of 29d, bij een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, die niet is verleend op grond van de artikelen 29 of 29a.
4.
Voor de berekening van de periode, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt de periode tussen de datum van indiening van de aanvraag waarop een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in de artikelen 29 of 29a werd verleend en de datum waarop de in artikel 9, tweede lid, onder a, bedoelde verblijfstitel werd afgegeven, volledig in aanmerking genomen.
5.
Wanneer de vreemdeling die verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, die is verleend op grond van de artikelen 29 of 29a, wordt aangetroffen in een andere lidstaat zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven, wordt de periode waarin hij voorafgaand daaraan rechtmatig in Nederland verbleef, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de periode, bedoeld in het tweede lid, onder a.
6.
Onze Minister kan het vijfde lid buiten toepassing laten indien de vreemdeling aantoont dat de redenen om in de andere lidstaat te wonen of te verblijven zonder dat hij daartoe het recht had, te wijten zijn aan omstandigheden die buiten zijn controle lagen.
AP [artikel 45c technische wijziging i.v.m. tweestatusstelsel en afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

Artikel 45c, eerste lid komt te luiden:

1.
Op het document, bedoeld in artikel 9, van de vreemdeling aan wie een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen is verleend, wordt de aantekening «Internationale bescherming op [datum] verleend door Nederland» geplaatst, indien de vreemdeling direct voorafgaande aan de aanvraag in het bezit was van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 die is verleend op grond van de artikelen 29 of 29a, tenzij de grond voor die verlening is vervallen.
AQ [artikel 45f voornemenprocedure EU-langdurig ingezetenestatus]

Artikel 45f komt te luiden:

Artikel 45f
Indien Onze Minister voornemens is om de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen met op het aan de vreemdeling verstrekte document, bedoeld in artikel 9, de aantekening als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, in te trekken, is artikel 41 van overeenkomstige toepassing.
AR [artikel 50 screening op het grondgebied]

Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:

AS [artikel 55 technische wijziging en screening op het grondgebied]

Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:

AT [nieuw artikel 55.0a toewijzing aan geografisch gebied]

In hoofdstuk 4, afdeling 1, paragraaf 3, wordt na artikel 55 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 55.0a
1.
Onze Minister kan een vreemdeling toewijzen aan een geografisch gebied in Nederland waarbinnen hij zich vrij kan bewegen gedurende de duur van de asielprocedure indien dit zorgt voor een snelle, efficiënte en effectieve verwerking van zijn asielaanvraag in overeenstemming met de Procedureverordening, of voor de geografische spreiding van vreemdelingen waarbij rekening wordt gehouden met de capaciteit van de betrokken geografische gebieden.
2.
De vreemdeling wordt zo snel mogelijk schriftelijk in kennis gesteld van de toewijzing aan een geografisch gebied en van de geografische grenzen van dat gebied.
3.
De vreemdeling aan wie een geografisch gebied is toegewezen, kan Onze Minister om toestemming verzoeken om dat gebied tijdelijk te verlaten.
4.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorwaarden gesteld voor de toepassing van dit artikel.
AU [artikel 56 vrijheidsbeperkende maatregel voor asielzoekers]

In artikel 56, eerste lid wordt na de zinsnede «indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert,» ingevoegd:

« dan wel om doeltreffend te voorkomen dat de vreemdeling onderduikt wanneer er een onderduikrisico bestaat,».
AV [artikel 59 technische aanpassing i.v.m. afschaffen voornemenprocedure]

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

AW [artikel 59a vreemdelingenbewaring Asiel- en migratiebeheerverordening]

Artikel 59a, eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

AX [artikel 59b vreemdelingenbewaring asielzoekers]

Artikel 59b wordt als volgt gewijzigd:

  1. vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer sprake is van een onderduikrisico;
  1. vreemdelingenbewaring noodzakelijk is ten behoeve van de handhaving van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel, bedoeld in artikel 56, eerste lid, in het geval de vreemdeling die maatregel niet naleeft en het onderduikrisico blijft bestaan.
2.
De vreemdelingenbewaring krachtens het eerste lid, duurt zo kort mogelijk, uitsluitend zo lang de in het eerste lid genoemde gronden van toepassing zijn en niet langer dan zes maanden.
  1. Onze Minister kan de vreemdelingenbewaring krachtens het eerste lid met ten hoogste zes maanden verlengen, indien er sprake is van:
    1. complexe feitelijke of juridische kwesties; of
    2. de vertraging in de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 duidelijk en uitsluitend kan worden toegeschreven aan het feit dat de vreemdeling de krachtens artikel 9 van de Procedureverordening op hem rustende verplichtingen niet nakomt.
4.
De vreemdeling wordt niet in vreemdelingenbewaring gesteld om de enkele reden dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 heeft ingediend of op basis van zijn nationaliteit. De vreemdelingenbewaring mag niet bestraffend van aard zijn.
5.
In afwijking van het eerste lid, wordt een minderjarige vreemdeling in de regel niet in vreemdelingenbewaring gesteld. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen minderjarigen als maatregel in laatste instantie en nadat is gebleken dat minder dwingende alternatieve maatregelen niet doeltreffend kunnen worden toegepast, en nadat overeenkomstig artikel 26 van de Opvangrichtlijn is beoordeeld dat vreemdelingenbewaring in hun belang is, voor zo kort mogelijke duur in vreemdelingenbewaring worden gehouden:
  1. in het geval van begeleide minderjarigen, wanneer de ouder of hoofdverzorger van de minderjarige in vreemdelingenbewaring wordt gehouden, of
  2. in het geval van niet-begeleide minderjarigen, wanneer de minderjarige door de vreemdelingenbewaring wordt beschermd.
AY [artikel 59c motiveringsplicht vreemdelingenbewaring]

Artikel 59c wordt als volgt gewijzigd:

3.
In het besluit tot vrijheidsontneming of vreemdelingenbewaring op grond van de artikelen 6, 6a, 59, 59a of 59b vermeldt Onze Minister de feitelijke en juridische gronden waarop de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, bedoeld in het eerste lid.
AZ [artikel 60 technische aanpassing]

In artikel 60 wordt het begrip «bewaring» vervangen door «vreemdelingenbewaring».

BA [artikel 62 technische aanpassing term onderduikrisico]

Artikel 62, tweede lid, onderdeel a komt te luiden:

  1. er een onderduikrisico bestaat;
BB [artikel 62b technische aanpassing ambtshalve overdrachtsbesluit]

In artikel 62b wordt «Dublinverordening» vervangen door «Asiel- en migratiebeheerverordening».

BC [artikel 62c technische aanpassing overdracht Asiel- en migratiebeheerverordening]

In artikel 62c vervallen het eerste tot en met het derde lid, alsmede de aanduiding «4» voor het vierde lid.

BD [artikel 63a technische aanpassing overdracht Asiel- en migratiebeheerverordening]

Artikel 63a komt te luiden:

Artikel 63a
De vreemdeling tegen wie een overdrachtsbesluit is uitgevaardigd, kan overeenkomstig artikel 46, eerste lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening door Onze Minister worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
BE [artikel 69 termijnen instellen beroep, hoger beroep en indienen verzoek om voorlopige voorziening]

Artikel 69 wordt als volgt gewijzigd:

2.
In afwijking van het eerste lid, bedraagt de beroepstermijn:
  1. één week, indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28:
    1. niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30;
    2. niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a;
    3. is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b;
    4. buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onderdeel b; of
    5. buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onderdeel a, en het beroep zich richt tot het daarmee samenhangende terugkeerbesluit.
  2. twee weken, indien:
    1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingewilligd op grond van artikel 29a;
    2. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of
    3. de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van artikel 32.
5.
In afwijking van het eerste lid, bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep:
  1. twee weken, in de gevallen bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; of
  2. vier weken, in de gevallen bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
6.
Het verzoek om een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 68, vierde lid, van de Procedureverordening, wordt ingediend binnen een week na de bekendmaking van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag of het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a, in de gevallen, bedoeld in artikel 68, derde lid, van de Procedureverordening.
7.
Het verzoek om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het overdrachtsbesluit op te schorten, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening, wordt gelijktijdig ingediend met het beroepschrift tegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 44a, of artikel 62b. Overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening wordt de uitvoering van een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 44a of 62b niet opgeschort indien de vreemdeling geen verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend.
BF [artikel 73 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:

BG [artikel 79 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd en voornemenprocedure]

Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd:

  1. een besluit om niet ambtshalve een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 te verlenen dan wel een besluit om de uitzetting of overdracht niet op grond van artikel 64 achterwege te laten dat tegelijkertijd met een besluit omtrent een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 is genomen, mits de vreemdeling bij de voorbereiding van laatstgenoemd besluit in de gelegenheid is gesteld omstandigheden aan te voeren die daarvoor relevant kunnen zijn.
BH [nieuw artikel 80 uitsluiten beroep]

In hoofdstuk 7, afdeling 3, paragraaf 1 wordt na artikel 79 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 80
In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep worden ingesteld tegen:
  1. het besluit tot afsluiting, dat is genomen met toepassing van artikel 32, zesde lid; of
  2. het besluit tot buitenbehandelingstelling, bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel a.
BI [artikel 82 schorsende werking beroep]

Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Onverminderd artikel 68, eerste en tweede lid, van de Procedureverordening, wordt de werking van het besluit omtrent een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
  1. Het eerste lid is niet van toepassing, indien:
    1. artikel 68, derde lid, van de Procedureverordening van toepassing is;
    2. artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is;
    3. het een besluit als bedoeld in artikel 43 of 45, vierde lid, betreft.
BJ [artikel 83 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

Artikel 83 wordt als volgt gewijzigd:

BK [artikel 83a omvang toetsing door de rechtbank]

In artikel 83a wordt de zinsnede «De toetsing van de rechtbank omvat» vervangen door «Overeenkomstig artikel 67, derde lid, van de Procedureverordening omvat de toetsing van de rechtbank».

BL [artikel 83b termijn uitspraak rechtbank]

In artikel 83b komen het eerste tot en met derde lid te luiden:

1.
De rechtbank doet binnen vier weken na het instellen van het beroep uitspraak, indien:
  1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28:
    1. niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30;
    2. niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a;
    3. is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b;
    4. buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c; of
  2. het beroep zich richt tegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 62b.
2.
In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen twaalf weken, dan wel zestien weken indien artikel 67, elfde lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, gerekend vanaf de datum van registratie van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien de aanvraag is behandeld in de asielgrensprocedure. Deze termijn kan niet worden verlengd.
3.
In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen drieëntwintig weken na het instellen van het beroep, indien:
  1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingewilligd op grond van artikel 29a;
  2. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of
  3. de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van artikel 32.
BM [nieuw artikel 83ba termijn uitspraak voorlopige voorziening en hoofdzaak Asiel- en migratiebeheerverordening]

In hoofdstuk 7, afdeling 3, paragraaf 2 wordt na artikel 83b een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 83ba
1.
In afwijking van artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht doet de voorzieningenrechter overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening uitspraak binnen een maand na ontvangst van het verzoek om voorlopige voorziening dat strekt tot opschorting van de uitvoering van een overdrachtsbesluit als bedoeld in de artikelen 44a of 62b.
2.
Indien de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening heeft toegewezen, tracht de rechtbank, in afwijking van artikel 83b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, en onderdeel b, overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening binnen een maand uitspraak te doen in de hoofdzaak.
BN [nieuw artikel 83bb opname persoonlijk onderhoud als bewijs in beroepsprocedure]

In hoofdstuk 7, afdeling 3, paragraaf 2 wordt na artikel 83ba (nieuw) een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 83bb
De opname van het persoonlijk onderhoud of een schriftelijke weergave daarvan, bedoeld in artikel 14 van de Procedureverordening, wordt als bewijs toegelaten in de beroepsprocedure bij de rechtbank.
BO [nieuw artikel 83bc behandeltermijnen na vernietiging besluit door de rechter]

In hoofdstuk 7, afdeling 3, paragraaf 2 wordt na artikel 83bb (nieuw) een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 83bc
Indien de rechtbank toepassing geeft aan artikel 8:72, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht, stelt de rechtbank de termijn vast op:
  1. ten hoogste zes weken, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Procedureverordening;
  2. ten hoogste tien weken, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, derde lid, van de Procedureverordening; of
  3. ten hoogste vijf maanden, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de Procedureverordening.
BP [artikel 83c technische wijziging n.a.v. afschaffing verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

In artikel 83c, vierde lid, onderdeel b wordt de zinsnede «als bedoeld in artikel 14, 20, 28 of 33» vervangen door «als bedoeld in artikel 14, 20 of 28».

BQ [artikel 93 rechtsmiddel beslissing geografisch gebied]

In artikel 93, eerste lid wordt na «artikel 55, eerste lid,» ingevoegd «een beslissing op grond van artikel 55.0a,».

BR [artikel 94 beroep bij vreemdelingenbewaring]

Artikel 94 wordt als volgt gewijzigd:

5.
De rechtbank doet mondeling of schriftelijk uitspraak. De termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak doet bedraagt ten hoogste vijftien dagen, dan wel ten hoogste eenentwintig dagen in uitzonderlijke omstandigheden en vangt aan op de dag van de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in het eerste lid. In afwijking van artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd. Indien de rechtbank op het beroep tegen een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, derde lid, 6a, 59a of 59b geen uitspraak heeft gedaan binnen eenentwintig dagen na de dag van de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel wordt de maatregel onmiddellijk opgeheven.
BS [artikel 96 beroep bij voortduring vreemdelingenbewaring]

Aan het slot van artikel 96 wordt een lid toegevoegd, luidende:

4.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het beroep, bedoeld in artikel 94, niet ongegrond is verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel desondanks voortduurt.
BT [nieuw artikel 96a ambtshalve rechterlijke toetsing bij voortduring vreemdelingenbewaring]

Na artikel 96 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 96a
1.
Indien het beroep, bedoeld in artikel 94, of het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in artikel 96, ongegrond is verklaard, stelt Onze Minister de rechtbank telkens uiterlijk achtenzestig dagen na dagtekening van de uitspraak van de rechtbank in kennis van de voortduring van de maatregel. Zodra de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te hebben ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het beroep, bedoeld in artikel 94, of het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in artikel 96, niet ongegrond is verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel desondanks voortduurt.
3.
In afwijking van het eerste lid, wordt een kennisgeving over de voortduring van de maatregel niet verzonden wanneer de vreemdeling zelf binnen achtenzestig dagen na dagtekening van de uitspraak van de rechtbank beroep heeft ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de vreemdeling dit beroep intrekt, wordt die intrekking beschouwd als een kennisgeving over het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel, als bedoeld in het eerste lid.
4.
Indien de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, zesde lid, of artikel 59b, derde lid, wordt verlengd, stelt Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, gelijktijdig met het besluit om de maatregel te verlengen de rechtbank in kennis van het voortduren van de maatregel ten aanzien van de periode tot de ommekomst van de in artikel 59, vijfde lid, of artikel 59b, tweede lid, bedoelde termijn waarover nog geen rechterlijke toets heeft plaatsgevonden.
5.
De rechtbank sluit het vooronderzoek binnen een week na ontvangst van de kennisgeving. In afwijking van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank ook zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.
6.
Indien de rechtbank een zitting bepaalt, dan vindt deze plaats uiterlijk een week na sluiting van het vooronderzoek. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon of bij raadsman en Onze Minister om bij gemachtigde te verschijnen teneinde te worden gehoord. In afwijking van artikel 8:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
7.
Artikel 94, zesde lid, artikel 95, derde lid, en artikel 96, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
BU [artikel 98 technische wijziging i.v.m. nieuw artikel 96a]

In artikel 98, eerste lid wordt «94 en 96» vervangen door «94, 96 en 96a».

BV [artikel 101 technische wijziging i.v.m. nieuw artikel 96a]

In artikel 101, vierde lid wordt de zinsnede «de artikelen 94 en 96» vervangen door «de artikelen 94, 96 en 96a».

BW [artikel 106aa afname biometrische gegevens Eurodac]

In hoofdstuk 8, paragraaf 1 wordt voor artikel 106a een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 106aa
1.
Onze Minister, de op grond van artikel 46 en 47 aangewezen ambtenaren en Onze Minister van Buitenlandse Zaken zijn ter uitvoering van Eurodac-verordening bevoegd biometrische gegevens af te nemen van de in artikel 13, eerste lid, van de Eurodac-verordening bedoelde personen voor de in dat artikellid genoemde doeleinden.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
  1. de wijze van het afnemen en verwerken van de biometrische gegevens, bedoeld in het eerste lid; en
  2. de maatregelen als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de Eurodac-verordening.
BX [artikel 107 i.v.m. screening]

Artikel 107 wordt als volgt gewijzigd:

  1. de Screeningsverordening.
  1. de Screeningsverordening.
  1. de Screeningsverordening.
BY [artikel 109a wijziging i.v.m. uitzonderen Terugkeerrichtlijn aan de grens]

In artikel 109a, aanhef, onderdeel a vervalt de zinsnede «, anders dan na indiening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28,».

BZ [artikel 114 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]

In artikel 114 wordt de zinsnede «de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of artikel 33» vervangen door «een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28».

Artikel 2ff

Artikel 2gg

Artikel 2hh

Artikel 2ii

Het College voor de rechten van de mens neemt deel aan de werking van het onafhankelijk toezichtmechanisme, overeenkomstig de taken en bevoegdheden op grond van de Wet College voor de rechten van de mens.

Artikel 27a

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 29a

Artikel 29b

Artikel 29c

Artikel 29d

Artikel 30b

Artikel 32

Artikel 32a

Bij regeling van Onze Minister kunnen overeenkomstig artikel 64, eerste lid, van de Procedureverordening met het oog op de behandeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 landen als veilig derde land of als veilig land van herkomst worden aangewezen, voor zover dat andere landen zijn dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangewezen.

Artikel 36

Artikel 39

De artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28.

Artikel 41

Artikel 43

Onze Minister kan, overeenkomstig artikel 35, zevende lid, van de Procedureverordening, het afronden van de behandelingsprocedure van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 uitstellen wanneer redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat het besluit op de aanvraag wordt genomen binnen de in artikel 35, vierde lid, van de Procedureverordening vastgestelde termijnen vanwege een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is.

Artikel 43a

Onverminderd artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden de termijnen als bedoeld in artikel 35 van de Procedureverordening voor het geven van een beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 ten aanzien van vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten, verlengd met de duur van de tijdelijke bescherming.

Artikel 45f

Indien Onze Minister voornemens is om de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen met op het aan de vreemdeling verstrekte document, bedoeld in artikel 9, de aantekening als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, in te trekken, is artikel 41 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 55.0a

Artikel 63a

De vreemdeling tegen wie een overdrachtsbesluit is uitgevaardigd, kan overeenkomstig artikel 46, eerste lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening door Onze Minister worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Asiel- en migratiebeheerverordening.

Artikel 80

In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep worden ingesteld tegen:

Artikel 83ba

Artikel 83bb

De opname van het persoonlijk onderhoud of een schriftelijke weergave daarvan, bedoeld in artikel 14 van de Procedureverordening, wordt als bewijs toegelaten in de beroepsprocedure bij de rechtbank.

Artikel 83bc

Indien de rechtbank toepassing geeft aan artikel 8:72, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht, stelt de rechtbank de termijn vast op:

Artikel 96a

Artikel 106aa

ARTIKEL II POLITIEWET 2012

Artikel 65 van de Politiewet 2012 wordt als volgt gewijzigd:

2.
Onverminderd het beheer van Onze Minister van Defensie en onverminderd artikel 48, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, is de Inspectie Justitie en Veiligheid met het oog op het onafhankelijk toezichtmechanisme bedoeld in artikel 2hh, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, belast met het houden van toezicht op de Koninklijke marechaussee met het oog op de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, voor zover deze taken betrekking hebben op de in artikel 2ff, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bedoelde screening.
4.
De korpschef, de directeur van de Politieacademie en de Commandant van de Koninklijke marechaussee verlenen de inspectie de door deze verlangde ondersteuning bij de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van het eerste, onderscheidenlijk de werkzaamheden in het kader van het tweede lid.

ARTIKEL III UITVOERINGSWET EU-VERORDENINGEN GRENZEN EN VEILIGHEID

De Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid wordt als volgt gewijzigd:

A [artikel 1]

In artikel 1 komt de definitie van «Eurodac-verordening» te luiden:

B [artikel 2]

Artikel 2 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3.
Ter uitvoering van de Eurodac-verordening of onderdelen daarvan kunnen bij algemene maatregel van bestuur autoriteiten, organisaties of deskundigen worden aangewezen, waaronder de in artikel 40, tweede lid, van de Eurodac-verordening bedoelde autoriteiten.
C [artikel 4]

Artikel 4, eerste lid, komt te luiden:

1.
De officier van justitie oefent de taken en bevoegdheden uit van:
  1. de controlerende autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Eurodac-verordening; en
  2. het centraal toegangspunt, bedoeld in:
    1. artikel 3, tweede lid, van de VIS-verordening;
    2. artikel 29, derde lid, van de EES-verordening; en
    3. artikel 50, tweede lid, van de Etias-verordening.
D [artikel 9]

In artikel 9 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  1. artikel 49 van de Eurodac-verordening.

ARTIKEL IV WET ARBEID VREEMDELINGEN

De Wet arbeid vreemdelingen wordt als volgt gewijzigd:

A [artikel 1]

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

B [artikel 6]

In artikel 6 wordt, onder vernummering van het tweede lid naar het derde lid, een lid ingevoegd, luidende:

2.
De werkgever kan het burgerservicenummer van de vreemdeling gebruiken bij het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.
C [artikel 8]

Artikel 8, eerste lid, onderdeel e, wordt als volgt gewijzigd:

  1. die een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 heeft aangevraagd, en die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder m, van de Vreemdelingenwet 2000 of wiens aanvraag versneld wordt behandeld overeenkomstig artikel 42, lid 1, punten a) tot en met f) van de Procedureverordening.
D [artikel 12]

Aan artikel 12 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3.
Onze Minister trekt een tewerkstellingsvergunning in indien is gebleken dat de vreemdeling die een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, heeft aangevraagd rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder m, van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel wiens aanvraag versneld wordt behandeld overeenkomstig artikel 42, lid 1, punten a) tot en met f) van de Procedureverordening.

ARTIKEL V WET OP DE EXPERTISECENTRA

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

A [artikel 1]

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling door een puntkomma, de volgende begripsbepaling toegevoegd:

B [artikel 40]

Aan artikel 40 worden twee leden toegevoegd, luidende:

23.
In afwijking van het zevende lid neemt het bevoegd gezag de beslissing over toelating van een minderjarig kind van verzoeker dan wel minderjarige verzoeker als bedoeld in artikel 16 van de richtlijn (EU) 2024/1346 zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 6 weken na ontvangst van de aanmelding.
24.
In afwijking van het achtste lid wordt een minderjarig kind van verzoeker dan wel minderjarige verzoeker als bedoeld in artikel 16 van de richtlijn (EU) 2024/1346, toegelaten indien de beslissing over de toelating 6 weken na de dag waarop het verzoek om toelating is gedaan nog niet is genomen.

ARTIKEL VI WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A [artikel 1]

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling door een puntkomma, de volgende begripsbepaling toegevoegd:

B [artikel 40]

Aan artikel 40 worden twee leden toegevoegd, luidende:

15.
In afwijking van het zesde lid neemt het bevoegd gezag de beslissing over toelating van een minderjarig kind van verzoeker dan wel minderjarige verzoeker als bedoeld in artikel 16 van de richtlijn (EU) 2024/1346 zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 6 weken na ontvangst van de aanmelding.
16.
In afwijking van het zevende lid wordt een minderjarig kind van verzoeker dan wel minderjarige verzoeker als bedoeld in artikel 16 van de richtlijn (EU) 2024/1346, toegelaten indien de beslissing over de toelating 6 weken na de dag waarop het verzoek om toelating is gedaan nog niet is genomen.

ARTIKEL VII WET VEILIGHEIDSREGIO’S

In artikel 57, eerste lid, onderdeel d, van de Wet veiligheidsregio’s wordt «artikel 65, eerste lid» vervangen door «artikel 65, eerste en tweede lid».

ARTIKEL VIII WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020

Aan artikel 8.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 wordt een lid toegevoegd, luidende:

9.
In afwijking van het tweede lid neemt het bevoegd gezag de beslissing over toelating van een minderjarig kind van verzoeker dan wel minderjarige verzoeker, als bedoeld in artikel 16 van de richtlijn 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de aanmelding.

ARTIKEL VIIIA EVALUATIEBEPALING

Onze Minister van Asiel en Migratie zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, waarbij ten minste wordt gekeken naar artikel I, onderdelen U en AX, subonderdeel 5, betreffende nareizende gezinsleden van subsidiair beschermden en de bewaring van minderjarigen.

ARTIKEL IX OVERGANGSRECHT

ARTIKEL X SAMENLOOP MET ASIELNOODMAATREGELENWET

1.
De beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28, wordt afgewezen, geldt als terugkeerbesluit, tenzij reeds eerder een terugkeerbesluit tegen de vreemdeling is uitgevaardigd en aan de daaruit voortvloeiende terugkeerverplichting niet is voldaan, en heeft van rechtswege tot gevolg dat:

ARTIKEL XI SAMENLOOP MET WET INVOERING TWEESTATUSSTELSEL

Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel, Kamerstukken 36 703) tot wet is of wordt verheven en die wet eerder in werking treedt dan deze wet, wordt artikel I van deze wet als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel A, subonderdeel 8 komt te luiden:

  1. De begripsbepaling van verblijf op reguliere gronden komt te luiden:
B

In onderdeel R wordt «Na artikel 29 wordt een artikel ingevoegd, luidende:» vervangen door «Artikel 29a komt te luiden:».

ARTIKEL XII SAMENLOOP TOEPASSING HERZIENINGSVERORDENING VIS

Indien artikel 11, onderdeel C, van de Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid:

ARTIKEL XIII INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL XIV CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026.

stb-2026-129 (PDF)

Besluit van 5 juni 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 27 mei 2026 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) (Stb. 2026, 127) en het besluit van 5 juni 2026 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, het Uitvoeringsbesluit EU-verordeningen grenzen en veiligheid en enkele andere besluiten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiebesluit Asiel- en migratiepact 2026) (Stb. 2026, 128) [KetenID WGK026430]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Asiel en Migratie van 5 juni 2026, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 7651788;

Gelet op artikel XIII van de wet van 27 mei 2026 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) (Stb. 2026, 127) en artikel XI van het besluit van 5 juni 2026 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, het Uitvoeringsbesluit EU-verordeningen grenzen en veiligheid en enkele andere besluiten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiebesluit Asiel- en migratiepact 2026) (Stb. 2026, 128);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De wet van 27 mei 2026 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) (Stb. 2026, 127) en het besluit van 5 juni 2026 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, het Uitvoeringsbesluit EU-verordeningen grenzen en veiligheid en enkele andere besluiten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiebesluit Asiel- en migratiepact 2026) (Stb. 2026, 128) treden in werking met ingang van 12 juni 2026.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.