Part of Smart Yellow Suite

WGK026111
Wijziging Paspoortbesluit en Besluit paspoortgelden ivm ontvlechting NIK

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Datum uitgave 22 februari 2025
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Opschrift

Wijziging Paspoortbesluit en Besluit paspoortgelden ivm ontvlechting Nederlandse identiteitskaart

Documenten

stb-2026-274 (PDF)

Besluit van 16 september 2026, houdende wijziging van het Paspoortbesluit, het Besluit paspoortgelden en het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap in verband met de ontvlechting van de Nederlandse identiteitskaart [KetenID WGK026111]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 januari 2026, nr. 2025-0000700709;

Gelet op de artikel I, onderdeel B, van de Rijkswet van 18 juni 2026 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met de ontvlechting van de Nederlandse identiteitskaart (Stb. 2026, 181), de artikelen 3, derde lid, 4d, vierde lid, 4e, derde lid, 16, tweede lid, 28, vierde lid, 47, vierde lid, en 57, derde lid, van de Paspoortwet en artikel 23, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap;

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 1 april 2026, nr. W04.26.00027/I/K);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 september 2026, nr. 2026-0000270560;

De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Paspoortbesluit wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

B

Artikel 1.4, eerste lid, alsmede de aanduiding «2.» voor het tweede lid vervallen.

C

In artikel 1.5 wordt «, het tweede paspoort, de Nederlandse identiteitskaart en de vervangende Nederlandse identiteitskaart» vervangen door «en het tweede paspoort».

D

Artikel 1.6 vervalt.

E

Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd:

F

In artikel 2.10, eerste lid, wordt na «reisdocument» ingevoegd «of Nederlandse identiteitskaart».

G

Hoofdstuk 2, paragraaf 5, vervalt.

H

Artikel 3.2 komt te luiden:

Artikel 3.2. Aanvullende bevoegdheden burgemeesters aangewezen gemeenten
In de bij ministeriële regeling aangewezen gemeenten is de burgemeester tevens bevoegd aanvragen in ontvangst te nemen voor de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, d, e of g, van de wet bedoelde reisdocumenten voor zover het personen betreft die niet in de basisregistratie personen als ingezetene zijn ingeschreven.
I

In paragraaf 2 van hoofdstuk 3 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 3.6. Afzien van opname vingerafdrukken
Van het opnemen van vingerafdrukken overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van de wet, wordt afgezien, indien:
  1. de aanvrager op het moment van het indienen van de aanvraag de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, of
  2. de daartoe aangewezen persoon van oordeel is dat het fysiek dan wel als gevolg van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om van de aanvrager te verlangen dat bij hem op het moment van het indienen van de aanvraag een of meer vingerafdrukken worden opgenomen.
Artikel 3.7. Onbekwaamheid tot het plaatsen van een handtekening
Van het opnemen van een handtekening op het aangevraagde reisdocument wordt afgezien, indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen.
J

Artikel 4.2 komt te luiden:

Artikel 4.2. Aanvullende bevoegdheden burgemeesters aangewezen gemeenten
In de bij ministeriële regeling aangewezen gemeenten is de burgemeester tevens bevoegd tot verstrekking van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, d, e of g, van de wet bedoelde reisdocumenten voor zover het personen betreft die niet in de basisregistratie personen als ingezetene zijn ingeschreven.
K

In hoofdstuk 6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6.1. Vermelding register paspoortsignaleringen bij verval van rechtswege
1.
De burgemeester, de gezaghebber, Onze Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk de aangewezen autoriteit, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, deelt met het oog op een vermelding in het register paspoortsignaleringen op grond van artikel 47, derde lid, van de wet Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur de gegevens mede van de houder van een reisdocument dat van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert het reisdocument in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.
2.
De aangewezen autoriteit, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, deelt met het oog op een vermelding in het register dat door Onze Minister wordt bijgehouden op grond van artikel 25 van de wet, op grond van artikel 30, derde lid, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart Onze Minister de gegevens mede van de houder van een Nederlandse identiteitskaart die van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert de Nederlandse identiteitskaart in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.
3.
De autoriteit die het in het eerste lid bedoelde reisdocument of de in het tweede lid bedoelde Nederlandse identiteitskaart heeft ingehouden, dan wel bij wie het desbetreffende reisdocument onderscheidenlijk de Nederlandse identiteitskaart is ingeleverd, deelt Onze Minister zulks terstond mede met het oog op de verwijdering van de in het eerste lid bedoelde vermelding uit het register.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde mededeling wordt gedaan.
L

Artikel 7.1 wordt als volgt gewijzigd:

4.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, onttrekt de Gouverneur een Nederlandse identiteitskaart die hij onder zich heeft, naast het gestelde in artikel 27, vierde lid, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart, ook terstond definitief aan het verkeer, indien:
  1. het daartoe, al dan niet bij de uitreiking van een nieuw reisdocument, is ingeleverd;
  2. het ingevolge artikel 37, eerste lid, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart is ingehouden, tenzij nog een beroepstermijn open staat, een beroepsprocedure aanhangig is of het reisdocument anderszins in een gerechtelijke procedure nodig is;
  3. het na uitreiking als onbruikbaar is beschouwd ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie en dientengevolge is ingehouden of ingeleverd;
  4. het als gevonden Nederlandse identiteitskaart is ontvangen.
M

Hoofdstuk 8, paragraaf 2, vervalt.

N

Artikel 8.4 komt te luiden:

Artikel 8.4. Verstrekkingen op grond van artikel 4e, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet
Aan de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 26, 40, 42 en 50b van de wet en de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 15, 25 en 36 van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart kunnen ten behoeve van de taken bedoeld in artikel 4e, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, alle in het basisregister reisdocumenten opgenomen gegevens worden verstrekt.
O

Artikel 8.5 wordt als volgt gewijzigd:

P

Artikel 10.1 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 3.2. Aanvullende bevoegdheden burgemeesters aangewezen gemeenten

In de bij ministeriële regeling aangewezen gemeenten is de burgemeester tevens bevoegd aanvragen in ontvangst te nemen voor de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, d, e of g, van de wet bedoelde reisdocumenten voor zover het personen betreft die niet in de basisregistratie personen als ingezetene zijn ingeschreven.

Artikel 3.6. Afzien van opname vingerafdrukken

Van het opnemen van vingerafdrukken overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van de wet, wordt afgezien, indien:

Artikel 3.7. Onbekwaamheid tot het plaatsen van een handtekening

Van het opnemen van een handtekening op het aangevraagde reisdocument wordt afgezien, indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen.

Artikel 4.2. Aanvullende bevoegdheden burgemeesters aangewezen gemeenten

In de bij ministeriële regeling aangewezen gemeenten is de burgemeester tevens bevoegd tot verstrekking van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, d, e of g, van de wet bedoelde reisdocumenten voor zover het personen betreft die niet in de basisregistratie personen als ingezetene zijn ingeschreven.

Artikel 6.1. Vermelding register paspoortsignaleringen bij verval van rechtswege

Artikel 8.4. Verstrekkingen op grond van artikel 4e, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet

Aan de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 26, 40, 42 en 50b van de wet en de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 15, 25 en 36 van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart kunnen ten behoeve van de taken bedoeld in artikel 4e, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, alle in het basisregister reisdocumenten opgenomen gegevens worden verstrekt.

ARTIKEL II

Het Besluit paspoortgelden wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

B

In artikel 2a, eerste lid, wordt «artikel 6, eerste lid, onderdelen a en c» vervangen door «artikel 6, eerste lid, onderdeel a».

C

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

D

Artikel 12, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

ARTIKEL III

Het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 64, derde lid, onderdeel b, komt te luiden:

  1. de Nederlandse reisdocumenten respectievelijk de Nederlandse identiteitskaarten of vervangende Nederlandse identiteitskaarten die waren uitgereikt aan de personen die door of als gevolg van de afstand het Nederlanderschap hebben verloren, overeenkomstig de Paspoortwet respectievelijk de Wet op de Nederlandse identiteitskaart worden ingenomen;
B

Artikel 70, tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

  1. de Nederlandse reisdocumenten respectievelijk de Nederlandse identiteitskaarten of vervangende Nederlandse identiteitskaarten die waren uitgereikt aan de personen die het Nederlanderschap hebben verloren, overeenkomstig de Paspoortwet respectievelijk de Wet op de Nederlandse identiteitskaart worden ingenomen;.

ARTIKEL IV

Artikelen II en III, derde lid, van het Besluit van 15 november 2016, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2017 (Stb. 2016, 449) vervallen.

ARTIKEL V

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet tot wijziging van de Paspoortwet in verband met de ontvlechting van de Nederlandse identiteitskaart (Stb. 2026, 181) in werking treedt.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.