Part of Smart Yellow Suite

WGK026026
Fiscale verzamelwet 2025

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Wet
Fase Bekendmaking
Ministerie Financiën
Datum uitgave 6 juni 2024
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Opschrift

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2025)

Samenvatting

De fiscale wetgeving is constant aan veranderingen onderhevig. Dit vergt voortdurend inhoudelijke wijzigingen en technisch onderhoud. Het is voor de meeste maatregelen in dit wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2025 (FVW25) wenselijk dat ze per 1 januari 2025 in werking treden.

Documenten

stb-2024-440 (PDF)

Wet van 18 december 2024 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2025)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2025 wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 3.126a, zesde lid, wordt toegevoegd «of legatarissen».

B

Artikel 5.16c wordt als volgt gewijzigd:

ARTIKEL II

In de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 worden in hoofdstuk 2 aan artikel I, onderdeel O, drie leden toegevoegd, luidende:

10.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat luidde op 31 december 1994 niet van toepassing op periodieke uitkeringen of verstrekkingen als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b.
11.
In afwijking van het eerste lid is op uitkeringen op grond van een pensioenregeling van een internationale organisatie artikel 3.82, aanhef en onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing.
12.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover voor een recht op periodieke uitkeringen of verstrekkingen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking zijn genomen op grond van artikel 3.133, eerste en tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 dan wel voor zover dit recht wordt geacht te zijn afgekocht op grond van artikel 3.133, derde lid, van die wet.

ARTIKEL III

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 38n wordt als volgt gewijzigd:

2.
Indien artikel 19b, eerste lid, zoals dat luidde op 31 december 2016 van toepassing is of is geweest op een aanspraak als bedoeld in het eerste lid en de aanspraak in afwijking van dat artikel bij de bepaling van de verschuldigde belasting niet als loon in aanmerking is genomen, blijft dat artikel van overeenkomstige toepassing op die aanspraak.
B

Artikel 38p wordt als volgt gewijzigd:

6.
Indien artikel 19b, eerste lid, zoals dat luidde op 31 december 2016, van overeenkomstige toepassing is of is geweest op een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting als bedoeld in het eerste lid en de aanspraak in afwijking van dat artikel bij de bepaling van de verschuldigde belasting niet als loon in aanmerking is genomen, blijft dat artikel van overeenkomstige toepassing op die aanspraak.
C

Aan artikel 39f wordt een lid toegevoegd, luidende:

5.
Indien artikel 19b, eerste lid, zoals dat luidde op 31 december 2013, van overeenkomstige toepassing is of is geweest op een aanspraak als bedoeld in het eerste lid, waarvan een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d of e, zoals dat luidde op 31 december 2013 als verzekeraar optreedt en de aanspraak in afwijking van artikel 19b, zoals dat luidde op 31 december 2013, bij de bepaling van de verschuldigde belasting niet als loon in aanmerking is genomen, blijft dat artikel van overeenkomstige toepassing op die aanspraak.

ARTIKEL IV

In de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt artikel 29 als volgt gewijzigd:

  1. het in artikel 23, derde en vierde lid, vermelde bedrag, onderscheidenlijk laatst vermelde bedrag, worden verhoogd of verlaagd.

ARTIKEL V

De Wet op belastingen van rechtsverkeer wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

3.
Als verkrijging van economische eigendom wordt niet aangemerkt:
  1. de verkrijging van uitsluitend het recht op levering;
  2. de verkrijging van het recht op levering van een woning door een natuurlijk persoon in combinatie met de toegang tot die woning of de toestemming om enige werkzaamheden in of aan de woning te verrichten of te laten verrichten voorafgaande aan de verkrijging van die woning, bedoeld in het eerste lid, mits:
    1. de verkrijging van de woning, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt binnen zes maanden na de verkrijging van het recht op die toegang of die toestemming; en
    2. op de verkrijging van de woning het tarief, bedoeld in artikel 14, tweede lid, of de vrijstelling, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel p, van toepassing is.
4.
Voor de toepassing van het derde lid wordt onder «woning» mede verstaan: rechten waaraan een woning is onderworpen, rechten van lidmaatschap als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, voor zover deze betrekking hebben op een woning, en de tot die woning behorende aanhorigheden.
B

In artikel 4, tiende lid, wordt «zevende lid» vervangen door «negende lid».

Ba

Aan het opschrift van afdeling 2 wordt toegevoegd «en berekening van belasting».

C

In artikel 9 wordt, onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot zesde tot en met achtste lid, een lid ingevoegd, luidende:

5.
In afwijking van het vierde lid wordt ingeval een verkrijging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt gevolgd door een verkrijging als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of andersom, door dezelfde persoon of door zijn rechtsopvolger krachtens huwelijksvermogensrecht of erfrecht, waarbij ter zake van die vorige verkrijging het tarief, genoemd in artikel 14, tweede, derde, vierde of zevende lid is toegepast, het bedrag aan belasting verminderd met het bedrag aan belasting dat ter zake van de vorige verkrijging was verschuldigd en niet in mindering heeft gestrekt van schenk- of erfbelasting. Het verminderde bedrag aan belasting is niet lager dan nihil
Ca

In artikel 13, vierde lid, wordt «tweede of zevende lid» vervangen door «tweede, derde, vierde of zevende lid».

D

In artikel 14, vijfde lid, vervalt «de verkrijging van economische eigendom of».

E

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

F

Artikel 15a wordt als volgt gewijzigd:

2.
De schriftelijke verklaring is onderdeel van de aangifte en wordt indien die verklaring is afgelegd op de wijze, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b:
  1. aan de notariële akte gehecht, indien ter zake van de verkrijging een notariële akte moet worden opgemaakt en de belasting wordt voldaan ter gelegenheid van de aanbieding van die akte ter registratie, als bedoeld in artikel 18;
  2. toegezonden op de in de aangiftebrief aangegeven wijze, indien ter zake van de verkrijging geen notariële akte opgemaakt moet worden;

ARTIKEL VI

In de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt tabel II, onderdeel a, als volgt gewijzigd:

  1. voor het vervoer van de minerale oliën ingevolge de Wet op de accijns een elektronisch administratief document als bedoeld in artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van Richtlijn 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (PbEU 2020, L 58) (e-AD) is afgegeven voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns; en.

ARTIKEL VII

De Wet op de accijns wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 90 wordt, onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid, een lid ingevoegd, luidende:

7.
De vergunning voor het produceren of voorhanden hebben van een distilleertoestel kan door de inspecteur worden ingetrokken ingeval:
  1. niet wordt voldaan aan de in de vergunning opgenomen voorwaarden;
  2. misbruik van de vergunning is gemaakt of een poging daartoe is gedaan;
  3. de vergunninghouder onherroepelijk is veroordeeld wegens het niet nakomen van een wettelijke bepaling inzake de accijns;
  4. de vergunninghouder in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;
  5. de vergunninghouder daarom verzoekt;
  6. de vergunning gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden niet is gebruikt; of
  7. het distilleertoestel niet meer voorhanden is.
B

In artikel 90a, derde lid, wordt «Artikel 90, derde tot en met zesde, achtste en negende lid,» vervangen door «Artikel 90, derde tot en met zevende, negende en tiende lid,».

ARTIKEL VIII

De Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt als volgt gewijzigd:

A.

Artikel 3, vijfde lid, wordt als volgt gewijzigd:

B

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

7.
Op verzoek van de belanghebbende wordt het toetsingsinkomen verminderd met het bedrag aan voordelen verkregen door het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten door schuldeisers als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, voor zover:
  1. deze voordelen de som van het verlies uit werk en woning dat overigens mocht zijn geleden overtreffen; en
  2. deze voordelen ingevolge artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van die wet niet zijn vrijgesteld van de belastbare winst uit onderneming als gevolg van de volgens afdeling 3.13 van die wet te verrekenen verliezen uit het verleden.
C

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Een bezwaar tegen de toekenning of herziening van een tegemoetkoming wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de beschikking tot terugvordering die in hetzelfde geschrift is vervat en die samenhangt met die beschikking tot toekenning of herziening van een tegemoetkoming.
2.
Een bezwaar tegen de beschikking tot terugvordering wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de toekenning of herziening van een tegemoetkoming die in hetzelfde geschrift is vervat en die samenhangt met die beschikking tot terugvordering.

ARTIKEL IX

De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 30hb wordt na «voor verschillende belastingen» ingevoegd «en voor in rekening te brengen rente en te vergoeden rente».

B

In artikel 30i, tweede lid, tweede zin, wordt na «ingeval» ingevoegd «artikel 3.133 dan wel» en wordt na «ingevolge» ingevoegd «dat artikel respectievelijk».

C

Artikel 67ob wordt als volgt gewijzigd:

3.
In afwijking van het tweede lid vervalt de bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 67e, eerste lid, op te leggen door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, indien navordering mogelijk is met toepassing van artikel 16, vierde lid, of artikel 66, vierde lid, van de Successiewet 1956.
4.
In afwijking van het tweede lid vervalt de bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 67c, eerste lid, en 67f, eerste lid, op te leggen door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, indien naheffing mogelijk is met toepassing van artikel 20, vierde lid.

ARTIKEL X

In de Invorderingswet 1990 komt artikel 28, eerste lid, te luiden:

1.
Bij overschrijding van de voor de belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn wordt aan de belastingschuldige rente – invorderingsrente – in rekening gebracht over het op de belastingaanslag openstaande bedrag. Invorderingsrente wordt niet in rekening gebracht voor zover de belastingaanslag wordt verrekend met een belastingaanslag die op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak betrekking heeft. De tweede zin is niet van toepassing voor zover de te verrekenen belastingaanslag het gevolg is van een verrekening van een verlies van een volgend jaar.

ARTIKEL XI

In de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen wordt artikel 10j als volgt gewijzigd:

ARTIKEL XII

In de Wet op het kindgebonden budget wordt artikel 3 als volgt gewijzigd:

7.
Onverminderd het zesde lid worden met ingang van 1 januari 2025 de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanvullend verlaagd met € 5,28.
8.
De verlagingen, bedoeld in het zesde en zevende lid, vinden plaats nadat het eerste lid toepassing heeft gevonden.
9.
De bedragen, gewijzigd overeenkomstig het zesde tot en met achtste lid, treden in de plaats van de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede en zesde lid. Die gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

ARTIKEL XIIA

In de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen wordt in artikel V, onderdeel F, na «artikel 38n» ingevoegd «, eerste lid,».

ARTIKEL XIIB

Indien het bij koninklijke boodschap van 29 juni 2022 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen in verband met de herziening van de mogelijkheid tot afkoop in de vorm van een bedrag ineens alsmede tot wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet herziening bedrag ineens) (Kamerstukken 36 154) tot wet wordt verheven, worden de artikelen I, onderdeel D, onder 4, en II van die wet als volgt gewijzigd:

ARTIKEL XIII

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat:

ARTIKEL XIV

Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale verzamelwet 2025.

stb-2025-440 (PDF)

Wet van 11 juni 2025, houdende regels met betrekking tot het tegemoetkomen van burgers ten aanzien van wie door de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen ten onrechte geen medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling is gegeven (Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing schuldregeling)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is aan personen van wie een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling of stabilisatieverzoek in voorbereiding op een buitengerechtelijke schuldregeling onterecht is afgewezen, een onverplichte tegemoetkoming kan worden toegekend waarmee recht wordt gedaan aan het leed dat deze personen hebben ervaren door een fout van de Belastingdienst;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Tegemoetkoming voor een onterechte afwijzing van een MSNP-verzoek

Artikel 3. Betalen bedrag gelijk aan de afloscapaciteit

Artikel 4. Bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen

Artikel 5. Kwijtschelding van belastingschulden

Artikel 6. Tegemoetkoming echtgenoot en geregistreerd partner

De persoon die samen met de belanghebbende die in aanmerking komt dan wel in aanmerking zou zijn gekomen indien deze belanghebbende niet was overleden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gepoogd tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen voor al hun beider schulden door gezamenlijk een MSNP-verzoek te doen en er tussen deze persoon en de belanghebbende sprake is geweest van een gemeenschap van goederen als bedoeld in artikel 94 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ten tijde van het doen van het MSNP-verzoek komt op aanvraag in aanmerking voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, de kwijtschelding van belastingschulden, bedoeld in artikel 5 en de kwijtschelding van toeslagschulden, bedoeld in artikel 31ter van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, indien die persoon niet zelf een afwijzing heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 7. Toekenning bij overlijden belanghebbende

Artikel 8. Tegemoetkoming bij voor bezwaar vatbare beschikking

Artikel 9. Aanvraagtermijn

Een aanvraag als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 6 en 7, derde lid, wordt ingediend uiterlijk twaalf maanden na inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 10. Beslistermijn

Op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 6, en 7, derde lid, besluit de ontvanger binnen een termijn van zes weken na ontvangst van die aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes weken worden verlengd.

Artikel 11. Wijze van uitbetalen

Artikel 12. Verwerking van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard

Artikel 13. Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt na artikel 31bis een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 31ter
1.
In afwijking van artikel 31bis scheldt de Dienst Toeslagen ambtshalve kwijt het op de datum van inwerkingtreding van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag, de met die terugvordering samenhangende rente, de met die terugvordering samenhangende kosten van invordering alsmede het bedrag van een met die terugvordering samenhangende bestuurlijke boete van de belanghebbende die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en waarbij tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief, bedoeld in artikel 1 van die wet, en de datum waarop de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling tot wet is of wordt verheven en die wet in werking is getreden:
  1. geen buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling of niet de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen; of
  2. een buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld artikel 1 van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen die niet voor de datum waarop de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling tot wet is of wordt verheven en die wet in werking is getreden, is afgerond.
2.
Het eerste lid vindt geen toepassing indien:
  1. namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
  2. namens de belanghebbende op een later moment een nieuw MSNP-verzoek is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief; of
  3. naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling.

Artikel 31ter

Artikel 14. Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 15. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.