Part of Smart Yellow Suite

WGK025591
Wet chartaal betalingsverkeer

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Wet
Fase Bekendmaking
Ministerie Financiën
Datum uitgave 5 maart 2024
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Opschrift

Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer)

Samenvatting

Het wetsvoorstel heeft tot doel om contant geld bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar te houden. Daarom bevat het voorstel de volgende maatregelen: - Grote banken worden verplicht om een landelijk dekkende basisinfrastructuur van geldautomaten te verzorgen. ABN AMRO, ING en Rabobank doen dat al, via hun gezamenlijke onderneming Geldmaat. - Banken worden verplicht om hun betaalrekeninghouders toegang te bieden tot de chartale basisinfrastructuur, tegen maximumtarieven (voor particulieren gratis). - Het geldtransport in Nederland wordt grotendeels uitgevoerd door één dienstverlener. Om de continuïteit van dienstverlening in het geldtransport te waarborgen, gaat de Nederlandsche Bank (DNB) deze monitoren. Aan grotere geldtransportondernemingen wordt een aantal verplichtingen opgelegd, waaronder de verplichting om periodiek aan DNB te rapporteren over hun financiële gezondheid. - DNB wordt met het toezicht op de naleving van de verplichtingen uit het wetsvoorstel belast. Het is daarnaast belangrijk dat contant geld breed geaccepteerd wordt door winkeliers en andere toonbankinstellingen. Daarover zijn andere voorstellen. Tweede Kamerleden Dijk (SP) en Flach (SGP) hebben een nationale acceptatieplicht voor contant geld voorgesteld in de Wet plan van aanpak witwassen (Kst. 36228, nr. 19). Dit voorstel ligt nu in de Eerste Kamer. Daarnaast wordt onderhandeld over een Europees voorstel voor een Verordening contant geld als wettig betaalmiddel, waar ook een acceptatieplicht in zit.

Documenten

stb-2026-182 (PDF)

Wet van 20 mei 2026, houdende wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer alsmede met een aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond (Wet chartaal betalingsverkeer en aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om regels te stellen over de chartale basisinfrastructuur en de continuïteit van het transport van contant geld ten behoeve van de goede werking van het chartale betalingsverkeer alsmede om het toepassingsbereik van het bonusplafond aan te passen ten behoeve van het vestigingsklimaat;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het financieel toezicht wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1:25, vijfde lid, wordt «artikel 9h» vervangen door «artikel 9r».

Aa

In artikel 1:118, derde lid, wordt na «De variabele beloning» ingevoegd «van natuurlijke personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de onderneming wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden».

Ab

In artikel 1:120, tweede lid, onderdeel b, wordt na «natuurlijke personen werkzaam onder haar verantwoordelijkheid» ingevoegd «wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden».

Ac

Artikel 1:121 wordt als volgt gewijzigd:

Ad

In artikel 1:122, eerste lid, wordt na «een onder haar verantwoordelijkheid werkzame natuurlijk persoon» ingevoegd «wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden».

Ae

In artikel 1:130 wordt na «een natuurlijk persoon werkzaam onder haar verantwoordelijkheid» ingevoegd «wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden».

B

In artikel 3:4, tweede lid, wordt «Afdeling 2.3.2» vervangen door «De afdelingen 2.3.2, 3.5.11».

C

Na afdeling 3.5.10 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

Ca

In artikel 4:71g, eerste lid, wordt na « te openen» ingevoegd «voor consumenten».

Cb

In artikel 4:71h, eerste lid, wordt na «een basisbetaalrekening» ingevoegd «voor consumenten».

Cc

Aan artikel 4:71i, eerste lid, wordt na «toegang tot een basisbetaalrekening» ingevoegd «voor consumenten».

Cd

Na artikel 4:71j wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4:71k
1.
Een bank die in Nederland betaalrekeningen aan ondernemingen aanbiedt, stelt ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken.
2.
Op basisbetaalrekeningen als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 4:71f, eerste en derde tot en met zesde lid, 4:71g, 4:71h, met uitzondering van het derde lid, onderdeel b, en 4:71i van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor artikel 4:71i, eerste lid, onderdeel c, wordt gelezen: niet langer in het Nederlandse handelsregister is ingeschreven.
D

In de bijlagen behorend bij de artikelen 1:79 en 1:80 wordt in de opsomming van artikelen uit het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen in de numerieke volgorde ingevoegd:

3:267k3:267l3:267m3:267n3:267o3:367p4:71k

Artikel 3:267ja

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de beschikbaarheid en toegankelijkheid van contant geld voor bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen kwetsbare groepen wordt gewaarborgd.

Artikel 3:267k

Artikel 3:267l

Artikel 3:267m

Artikel 3:267n

Een bank geeft jaarlijks voor 1 maart kennis aan de Nederlandsche Bank van het aantal in Nederland woonachtige of gevestigde betaalrekeninghouders dat zij aan het slot van het voorafgaande kalenderjaar had, als dit aantal hoger is dan veertigduizend.

Artikel 3:267o

Artikel 3:267p

Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden verleend van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde. Aan een vrijstelling kunnen regels worden verbonden.

Artikel 4:71k

ARTIKEL II

De Bankwet 1998 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  1. geldtransportonderneming: onderneming die in de uitoefening van beroep of bedrijf transport van eurobankbiljetten of euromunten uitvoert en die beschikt over een vergunning op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, of een vergunning op grond van verordening (EU) nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone.
B

In artikel 9c, derde lid, wordt «, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50.000 bedraagt» vervangen door «. De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht» en wordt «de eerste volzin» vervangen door «de tweede zin».

C

Onder vernummering van hoofdstuk IIC tot IID en van artikel 9h tot 9r wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Artikel 9h

De Bank monitort ten behoeve van haar taak, genoemd in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel e, en 4, eerste lid, onderdeel b, de continuïteit van de dienstverlening bij het transport van eurobankbiljetten of euromunten.

Artikel 9i

Artikel 9j

Artikel 9k

Artikel 9l

Artikel 9m

Artikel 9n

Een ingevolge artikel 9j, eerste lid, aangewezen geldtransportonderneming doet, indien zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij niet langer in staat zal zijn om de werkzaamheden waartoe zij zich heeft verbonden uit te voeren of indien zij surseance van betaling heeft aangevraagd dan wel te haren aanzien faillissement is aangevraagd, daarvan onverwijld mededeling aan de Bank.

Artikel 9o

Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden verleend van de artikelen 9k, eerste lid, 9l, eerste lid, en 9m, eerste en tweede lid. Aan een vrijstelling kunnen regels worden verbonden.

Artikel 9p

Artikel 9q

ARTIKEL III

In de artikelen 7 en 11 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt na «Bankwet 1998: artikel 9c, eerste en tweede lid» ingevoegd «, hoofdstuk IIC».

ARTIKEL IV

In artikel 2, tweede lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  1. het toezicht op afdeling 3.5.11 van de Wet op het financieel toezicht.

ARTIKEL IVa

Onze Minister van Financiën zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL V

Voor zover het gaat om het storten van eurobankbiljetten, voldoet een bank waarop artikel 3:267l, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is, aan die bepaling binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van deze wet.

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL VII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet chartaal betalingsverkeer en aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.