Wet van 20 mei 2026, houdende wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer alsmede met een aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond (Wet chartaal betalingsverkeer en aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om regels te stellen over de chartale basisinfrastructuur en de continuïteit van het transport van contant geld ten behoeve van de goede werking van het chartale betalingsverkeer alsmede om het toepassingsbereik van het bonusplafond aan te passen ten behoeve van het vestigingsklimaat;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op het financieel toezicht wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1:25, vijfde lid, wordt «artikel 9h» vervangen door «artikel 9r».
Aa
In artikel 1:118, derde lid, wordt na «De variabele beloning» ingevoegd «van natuurlijke personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de onderneming wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden».
Ab
In artikel 1:120, tweede lid, onderdeel b, wordt na «natuurlijke personen werkzaam onder haar verantwoordelijkheid» ingevoegd «wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden».
Ac
Artikel 1:121 wordt als volgt gewijzigd:
Ad
In artikel 1:122, eerste lid, wordt na «een onder haar verantwoordelijkheid werkzame natuurlijk persoon» ingevoegd «wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden».
Ae
In artikel 1:130 wordt na «een natuurlijk persoon werkzaam onder haar verantwoordelijkheid» ingevoegd «wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk beïnvloeden».
B
In artikel 3:4, tweede lid, wordt «Afdeling 2.3.2» vervangen door «De afdelingen 2.3.2, 3.5.11».
C
Na afdeling 3.5.10 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
Ca
In artikel 4:71g, eerste lid, wordt na « te openen» ingevoegd «voor consumenten».
Cb
In artikel 4:71h, eerste lid, wordt na «een basisbetaalrekening» ingevoegd «voor consumenten».
Cc
Aan artikel 4:71i, eerste lid, wordt na «toegang tot een basisbetaalrekening» ingevoegd «voor consumenten».
Cd
Na artikel 4:71j wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4:71k
1.
Een bank die in Nederland betaalrekeningen aan ondernemingen aanbiedt, stelt ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken.2.
Op basisbetaalrekeningen als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 4:71f, eerste en derde tot en met zesde lid, 4:71g, 4:71h, met uitzondering van het derde lid, onderdeel b, en 4:71i van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor artikel 4:71i, eerste lid, onderdeel c, wordt gelezen: niet langer in het Nederlandse handelsregister is ingeschreven.D
In de bijlagen behorend bij de artikelen 1:79 en 1:80 wordt in de opsomming van artikelen uit het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen in de numerieke volgorde ingevoegd:
3:267k3:267l3:267m3:267n3:267o3:367p4:71kArtikel 3:267ja
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de beschikbaarheid en toegankelijkheid van contant geld voor bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen kwetsbare groepen wordt gewaarborgd.
Artikel 3:267k
Artikel 3:267l
Artikel 3:267m
Artikel 3:267n
Een bank geeft jaarlijks voor 1 maart kennis aan de Nederlandsche Bank van het aantal in Nederland woonachtige of gevestigde betaalrekeninghouders dat zij aan het slot van het voorafgaande kalenderjaar had, als dit aantal hoger is dan veertigduizend.
Artikel 3:267o
Artikel 3:267p
Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden verleend van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde. Aan een vrijstelling kunnen regels worden verbonden.
Artikel 4:71k
ARTIKEL II
De Bankwet 1998 wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
- geldtransportonderneming: onderneming die in de uitoefening van beroep of bedrijf transport van eurobankbiljetten of euromunten uitvoert en die beschikt over een vergunning op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, of een vergunning op grond van verordening (EU) nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone.
B
In artikel 9c, derde lid, wordt «, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50.000 bedraagt» vervangen door «. De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht» en wordt «de eerste volzin» vervangen door «de tweede zin».
C
Onder vernummering van hoofdstuk IIC tot IID en van artikel 9h tot 9r wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
Artikel 9h
De Bank monitort ten behoeve van haar taak, genoemd in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel e, en 4, eerste lid, onderdeel b, de continuïteit van de dienstverlening bij het transport van eurobankbiljetten of euromunten.
Artikel 9i
Artikel 9j
Artikel 9k
Artikel 9l
Artikel 9m
Artikel 9n
Een ingevolge artikel 9j, eerste lid, aangewezen geldtransportonderneming doet, indien zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij niet langer in staat zal zijn om de werkzaamheden waartoe zij zich heeft verbonden uit te voeren of indien zij surseance van betaling heeft aangevraagd dan wel te haren aanzien faillissement is aangevraagd, daarvan onverwijld mededeling aan de Bank.
Artikel 9o
Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden verleend van de artikelen 9k, eerste lid, 9l, eerste lid, en 9m, eerste en tweede lid. Aan een vrijstelling kunnen regels worden verbonden.
Artikel 9p
Artikel 9q
ARTIKEL III
In de artikelen 7 en 11 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt na «Bankwet 1998: artikel 9c, eerste en tweede lid» ingevoegd «, hoofdstuk IIC».
ARTIKEL IV
In artikel 2, tweede lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel ingevoegd, luidende:
- het toezicht op afdeling 3.5.11 van de Wet op het financieel toezicht.
ARTIKEL IVa
Onze Minister van Financiën zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
ARTIKEL V
Voor zover het gaat om het storten van eurobankbiljetten, voldoet een bank waarop artikel 3:267l, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is, aan die bepaling binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van deze wet.
ARTIKEL VI
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
ARTIKEL VII
Deze wet wordt aangehaald als: Wet chartaal betalingsverkeer en aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond.