Part of Smart Yellow Suite

WGK025339
Wijziging van de Penitentiaire maatregel en het Besluit politiegegevens in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Justitie en Veiligheid
Datum uitgave 28 juni 2024
Datum inwerkingtreding -
Per KB Ja

Opschrift

Besluit van [datum], houdende wijziging van de Penitentiaire maatregel en het Besluit politiegegevens in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie

Samenvatting

Met het wetsvoorstel tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie wordt het mogelijk de contactmogelijkheden van een gedetineerde in de extra beveiligde inrichting (EBI) of een afdeling intensief toezicht (AIT) te beperken of daarop verscherpt toezicht te houden. Met dit besluit worden voor de uitwerking van de in dat wetsvoorstel opgenomen maatregelen nadere regels gesteld over: 1. het visueel toezicht op het contact van een gedetineerde met diens rechtsbijstandverlener; 2. de beperking van het aantal rechtsbijstandverleners waarmee vertrouwelijk contact mag plaatsvinden per gedetineerde tot, in beginsel, twee; 3. het werken in koppels door medische hulpverleners en geestelijke verzorgers; 4. de verstrekking van politiegegevens aan de Minister voor Rechtsbescherming ten behoeve van het uitoefenen van zijn bevelsbevoegdheid. Het Besluit politiegegevens en de Penitentiaire maatregel worden hiervoor gewijzigd.

Documenten

stb-2025-205 (PDF)

Besluit van 4 september 2025, houdende wijziging van de Penitentiaire maatregel en het Besluit politiegegevens in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie [KetenID WGK025339]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, van 17 juni 2025, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 6356953;

Gelet op de artikelen 38, negende lid, 40a, achtste lid, 41, vierde lid, en 42, vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet en artikel 18, eerste lid, van de Wet politiegegevens;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 juli 2025, nr. W16.25.00150/II);

Gezien het nader rapport van de Minister van Justitie en Veiligheid, van 29 augustus 2025, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 6670945;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

De Penitentiaire maatregel wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 21a wordt een lid toegevoegd, luidende:

5.
Een geneeskundige behandeling van een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet of in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet, wordt verricht door twee artsen, waarvan ten minste één arts is verbonden aan de inrichting, of door een aan de inrichting verbonden arts en een verpleegkundige.
B

In het opschrift van Hoofdstuk 5a wordt «telefoongesprekken» vervangen door «gesprekken».

C

Na artikel 23a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 23b
1.
De gedetineerde en de rechtsbijstandverlener worden op de hoogte gesteld van het visueel toezicht op gesprekken tussen de gedetineerde en de rechtsbijstandverlener als bedoeld in artikel 38, achtste lid, van de wet.
2.
Het visueel toezicht vindt plaats door middel van cameraobservatie. De camerabeelden worden terstond na het gesprek gewist.
3.
In afwijking van het tweede lid worden de camerabeelden bewaard als een ambtenaar of medewerker bij de inrichting of afdeling het gesprek tussen de gedetineerde en de rechtsbijstandverlener onderbreekt en de directeur na het horen van de ambtenaar of medewerker beslist tot beëindiging van het gesprek.
4.
De op grond van het derde lid bewaarde camerabeelden worden verwijderd zes weken na het verstrijken van de beklagtermijn als bedoeld in artikel 61, vijfde lid, van de wet, tenzij beklag is ingesteld. In dat geval volgt verwijdering zes weken na het verstrijken van de beroepstermijn als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, tenzij beroep is ingesteld. In dat geval volgt verwijdering de dag na de uitspraak van de beroepscommissie.
5.
In het kader van het in artikel 45a, eerste lid, van de Advocatenwet bedoelde toezicht licht de directeur de deken in het arrondissement waar de rechtsbijstandverlener kantoor houdt in over het beëindigen van een gesprek, als bedoeld in het derde lid.
D

Na artikel 27 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 28
Geestelijke verzorging van een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet of in een extra beveiligde inrichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet, wordt verleend door twee geestelijke verzorgers van in beginsel dezelfde godsdienst of levensovertuiging, waarvan ten minste één geestelijk verzorger is verbonden aan een inrichting.
E

Na artikel 28 (nieuw) wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Artikel 23b

Artikel 28

Geestelijke verzorging van een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet of in een extra beveiligde inrichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet, wordt verleend door twee geestelijke verzorgers van in beginsel dezelfde godsdienst of levensovertuiging, waarvan ten minste één geestelijk verzorger is verbonden aan een inrichting.

Artikel 29

De directeur houdt aantekening van de rechtsbijstandverleners die op grond van artikel 40a, eerste, vijfde of zesde lid, van de wet toegang hebben tot de gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet of in een extra beveiligde inrichting, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet.

Artikel 30

De directeur draagt er zorg voor dat brieven of andere poststukken die op grond van artikel 40a, tweede lid, van de wet niet worden uitgereikt aan de gedetineerde, ongeopend worden geretourneerd aan de afzender. De directeur vermeldt aan de afzender de reden waarom niet tot uitreiking is overgegaan.

Artikel 31

Op een verzoek tot het toestaan van een of meer andere rechtsbijstandverleners als bedoeld in artikel 40a, zesde lid, van de wet, wordt zo spoedig mogelijk maar in elk geval binnen een maand beslist.

Artikel 32

ARTIKEL II

Aan artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit politiegegevens wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van subonderdeel 10° door een puntkomma, een subonderdeel toegevoegd, luidende:

11°.
de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 40b, 40c, 40d en 40e, van de Penitentiaire beginselenwet.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 14 juli 2025 houdende wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie (Stb. 2025, 197) in werking treedt.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.