Wet van 8 juli 2026 tot wijziging van de Luchtvaartwet BES ter invoering grondslag openbare dienstverplichting
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het door uitvoering van het op 22 augustus 2011, te Oranjestad Aruba tussen de regeringen van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten tot stand gekomen Multilateraal protocol inzake de liberalisering van luchtvervoer (Stcrt. 2022, nr. 5252) wenselijk is ter bevordering van de economische en sociale ontwikkeling van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een grondslag vast te leggen voor het vaststellen van openbaredienstverplichtingen op weinig geëxploiteerde routes tussen luchthavens op deze openbare lichamen en, of andere luchthavens binnen het Koninkrijk, die van vitaal belang zijn voor de ontsluiting van de openbare lichamen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Luchtvaartwet BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
B
In hoofdstuk III wordt na artikel 9 een afdeling ingevoegd, luidende:
C
In artikel 59, eerste lid, wordt «artikel 62, tweede lid» vervangen door «artikel 62, eerste lid».
D
Artikel 62, eerste lid, vervalt, onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot eerste tot en met derde lid.
E
In artikel 64, eerste lid, wordt na «Met» ingevoegd «uitzondering van Hoofdstuk IV, Afdeling 2, zijn met»
F
Na artikel 65 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 65a
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet met uitzondering van Hoofdstuk IV, Afdeling 2. Hoofdstuk 5, Titel 5.3, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.Artikel 65b
1.
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10b, derde lid, 10c, tweede lid, en 10e, vierde lid.2.
De op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.3.
Hoofdstuk 5, titel 5.4, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid.Artikel 10
Artikel 10a
Alvorens de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 10, eerste lid, vast te stellen beoordeelt Onze Minister de noodzaak en de toereikendheid van een openbaredienstverplichting aan de hand van:
Artikel 10b
Artikel 10c
Artikel 10d
Artikel 10e
Artikel 10f
Artikel 10g
Onze Minister kan een krachtens artikel 10f, eerste lid, geselecteerde luchtvaartmaatschappij compenseren voor het uitvoeren van de openbaredienstverplichting. Deze compensatie is niet hoger dan het bedrag dat vereist is om de netto kosten van het naleven van de openbaredienstverplichting te dekken, rekening houdend met inkomsten die de luchtvaartmaatschappij haalt uit het naleven van die verplichting en een redelijke winst.
Artikel 10h
Artikel 10i
Artikel 65a
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet met uitzondering van Hoofdstuk IV, Afdeling 2. Hoofdstuk 5, Titel 5.3, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 65b
ARTIKEL II
Indien het bij koninklijke boodschap van 30 augustus 2025 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Luchtvaartwet BES in verband met de door ICAO vastgestelde eisen voor luchtvaartnavigatiedienstverlening (Kamerstukken 2024–2025, 36 797, nr. 2) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdelen A, G en H, van die wet:
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.