Part of Smart Yellow Suite

WGK014540
Wijziging Waterschapsbesluit i.v.m. herzien regels voor beleidsvoorbereiding en verantwoording

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Algemene Maatregel van Bestuur
Fase Bekendmaking
Ministerie Infrastructuur en Waterstaat
Datum uitgave 24 april 2023
Datum inwerkingtreding -
Per KB Nee

Opschrift

Besluit van houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het aanpassen van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording voor waterschappen en het zoveel mogelijk uniformeren van deze regels met die van provincies en gemeenten

Samenvatting

In hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit zijn de regels voor de beleidsvoorbereiding en verantwoording van waterschappen opgenomen. Dit hoofdstuk wordt geheel herzien en zoveel mogelijk in lijn gebracht met de regels hierover voor provincies en gemeenten, zoals neergelegd in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

Documenten

stb-2023-424 (PDF)

Besluit van 8 november 2023, houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 11 juli 2023, nr. IENW/BSK-2023/164303, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 98a, eerste en tweede lid, van de Waterschapswet en de artikelen 5.10, eerste lid, aanhef en onder c, onder 4°, 18.2, zesde lid, 18.22, eerste lid, en 20.6, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Omgevingswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 30 augustus 2023, nr. W17.23.00188/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 6 november 2023, nr. IenW/BSK-2023/252111, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Waterschapsbesluit wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 wordt in de begripsomschrijving van Onze Minister «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat».

B

Hoofdstuk 4 komt te luiden:

C

Artikel 7.6 wordt als volgt gewijzigd:

D

Na artikel 7.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7.6a
1.
In afwijking van de artikelen 4.38 en 4.39 mogen de artikelen 4.41 en 4.42 zoals die luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 8 november 2023 houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424), worden toegepast gedurende maximaal vijf jaar na inwerkingtreding van voornoemd besluit.
2.
In afwijking van artikel 4.74, vierde lid, mogen de gerealiseerde bedragen van het voorvorig begrotingsjaar, vóór het begrotingsjaar waarop dit besluit voor het eerst van toepassing is, volgens de regels zoals die luiden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 8 november 2023 houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424) in de begroting en de jaarrekening worden opgenomen.

Artikel 4.1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 4.2

Artikel 4.3

Artikel 4.4

Artikel 4.5

Artikel 4.6

De meerjarenraming bevat voor het komende begrotingsjaar, alsmede voor tenminste de vier jaren volgend op het komende begrotingsjaar:

Artikel 4.7

Artikel 4.8

Artikel 4.9

De uiteenzetting van de externe en interne ontwikkelingen, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel a, bevat een beschrijving van de ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar, waarbij ten minste wordt ingegaan op:

Artikel 4.10

Artikel 4.11

Artikel 4.12

In de toelichting op de raming van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, wordt ten minste ingegaan op:

Artikel 4.13

Artikel 4.14

Artikel 4.15

Artikel 4.16

De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel c, bevat ten minste:

Artikel 4.17

Artikel 4.18

De uiteenzetting van de gehanteerde uitgangspunten en normen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste de:

Artikel 4.19

Het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat:

Artikel 4.20

In de besluiten tot wijziging van de begroting worden per programma en, indien aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuwe geraamde bedrag vastgesteld.

Artikel 4.21

De toelichting op het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat ten minste:

Artikel 4.22

Artikel 4.23

De geprognosticeerde balans, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel d, omvat de geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar.

Artikel 4.24

Artikel 4.25

Artikel 4.26

Artikel 4.27

De toelichting op de realisatie van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste:

Artikel 4.28

Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge artikel 4.13 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.

Artikel 4.29

Artikel 4.30

De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste:

Artikel 4.31

Artikel 4.32

De jaarstukken worden vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de verslaggeving en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 4.3 bedoelde inzicht.

Artikel 4.33

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting van de jaarrekening en de toelichting.

Artikel 4.34

Artikel 4.35

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het waterschap al dan niet duurzaam te dienen.

Artikel 4.36

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

Artikel 4.37

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel 4.38

In de toelichting op de balans worden de immateriële vaste activa gespecificeerd in:

Artikel 4.39

Artikel 4.40

In de toelichting op de balans worden de financiële vaste activa gespecificeerd in:

Artikel 4.41

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de kortlopende vorderingen, de liquide middelen en de overlopende activa.

Artikel 4.42

In de toelichting op de balans worden de voorraden afzonderlijk gespecificeerd in:

Artikel 4.43

In de toelichting op de balans worden de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar gespecificeerd in:

Artikel 4.44

In de toelichting op de balans worden de kortlopende vorderingen gespecificeerd in:

Artikel 4.45

In de toelichting op de balans worden onder de liquide middelen de kas- en banksaldi opgenomen.

Artikel 4.46

Artikel 4.47

Aan de actiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling het bedrag opgenomen waarvan het recht bestaat op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel 4.48

Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen:

Artikel 4.49

Artikel 4.50

Artikel 4.51

Voorzieningen worden gevormd wegens:

Artikel 4.52

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Artikel 4.53

Artikel 4.54

Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schulden en de overlopende passiva.

Artikel 4.55

In de toelichting op de balans worden de netto-vlottende schulden afzonderlijk gespecificeerd in:

Artikel 4.56

Artikel 4.57

Artikel 4.58

Artikel 4.59

De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 4.69, zevende lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, en van de voorraden en deelnemingen, bedoeld in artikel 4.71, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen.

Artikel 4.60

In de toelichting op de balans wordt vermeld:

Artikel 4.61

In de toelichting op de balans wordt vermeld:

Artikel 4.62

Artikel 4.63

Artikel 4.64

Artikel 4.65

Artikel 4.66

Kosten voor onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:

Artikel 4.67

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien:

Artikel 4.68

Artikel 4.69

Artikel 4.70

Artikel 4.71

Artikel 4.72

Artikel 4.73

In de uitvoeringsinformatie met betrekking tot de meerjarenraming wordt opgenomen voor het begrotingsjaar en ten minste de vier daarop volgende jaren het overzicht van investeringsuitgaven per beleidsveld. Dit overzicht wordt ingedeeld naar de:

Artikel 4.74

Artikel 4.75

Artikel 4.76

Artikel 4.77

Artikel 7.6a

ARTIKEL II

In het Besluit activiteiten leefomgeving wordt hoofdstuk 18 vernummerd tot hoofdstuk 19, de afdelingen 18.1 en 18.2 tot de afdelingen 19.1 en 19.2 en de artikelen 18.1 tot en met 18.3 tot de artikelen 19.1 tot en met 19.3.

ARTIKEL III

Het Omgevingsbesluit wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4.6, eerste lid, onder c, wordt «of 3.91, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving» vervangen door «3.91, eerste lid, of 19.1c van het Besluit activiteiten leefomgeving».

B

Aan paragraaf 10.8.3 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 10.36aa (gegevensverstrekking verordening hergebruik stedelijk afvalwater)
Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens waarover zij beschikken die nodig zijn om te voldoen aan artikel 11, eerste lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.
C

In artikel 13.12, eerste lid, wordt na «artikel 2.2» ingevoegd «of 19.1b».

Artikel 10.36aa (gegevensverstrekking verordening hergebruik stedelijk afvalwater)

Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens waarover zij beschikken die nodig zijn om te voldoen aan artikel 11, eerste lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.

ARTIKEL IV

stb-2025-424 (PDF)

Besluit van 4 december 2025 tot wijziging van het Besluit basisregistratie ondergrond, het Besluit beslagvrije voet, het Besluit huurprijzen woonruimte, het Besluit op de huurtoeslag, het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (technische wijzigingen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 17 september 2025, nr. 2025-0000412997;

Gelet op de artikelen 271, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, 9, eerste lid, van de Wet basisregistratie ondergrond, 475da, zevende lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, 11, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag en 1, eerste lid, en 46, tweede lid, van de Woningwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 oktober 2025, nr. W04.25.00271/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 2 december 2025, nr. 2025-0000573248;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit basisregistratie ondergrond wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2.2.2
1.
Met betrekking tot het registratieobject overheidsbesluit bodemverontreiniging binnen de categorie gebruiksrecht wordt als brondocument aangewezen een document met gegevens uit een besluit, een aantekening of andere schriftelijke vastlegging van het bevoegd gezag, of uit een melding of andere informatieverplichting in het kader waarvan gegevens of bescheiden zijn aangeleverd aan het bevoegd gezag, gericht op of verband houdend met het:
  1. geschikt maken en houden van de bodemkwaliteit voor het gebruik van de bodem; of
  2. graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit waarbij de werkzaamheden onder milieukundige begeleiding zijn uitgevoerd.
2.
De in het eerste lid bedoelde besluiten, meldingen en andere informatieverplichtingen zijn gebaseerd op de voormalige Wet bodembescherming of op de Omgevingswet.

Artikel 2.2.2

ARTIKEL II

Artikel 4 van het Besluit beslagvrije voet wordt als volgt gewijzigd:

A

Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

  1. de woonkosten met een hoogte vanaf het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, worden niet in aanmerking genomen».
B

Het tweede lid komt te luiden:

2.
De ophoging is gelijk aan de op basis van het eerste lid in aanmerking genomen woonkosten verminderd met de basishuur, bedoeld in artikel 16 van de Wet op de huurtoeslag, en verminderd met de uitkomst van de formule, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag.

ARTIKEL III

Het Besluit huurprijzen woonruimte wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8a, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, wordt «maximale huurprijs» vervangen door «maximale huurprijsgrens».

B

Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

ARTIKEL IV

In artikel 3, eerste en vierde lid, van het Besluit op de huurtoeslag wordt «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL V

In artikel 1, onderdeel h, van het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst wordt «opvangcentrum» vervangen door «opvangvoorziening».

ARTIKEL VI

Het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden met ingang van 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd met de procentuele wijziging per 1 januari van het peiljaar, bedoeld in artikel 252a, tweede lid, onderdeel f, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van het bedrag, genoemd in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de huurtoeslag.
B

Artikel 22, tweede lid, tweede zin, komt te luiden:

Het in de eerste zin genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd met de procentuele wijziging per 1 januari van het peiljaar, bedoeld in artikel 252a, tweede lid, onderdeel f, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van het bedrag, genoemd in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de huurtoeslag.
C

Artikel 56, tiende lid, komt te luiden:

10.
De in bijlage 4 genoemde index l1 en index l2 worden bij ministeriële regeling vastgesteld en jaarlijks met ingang van 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd met de procentuele wijziging per 1 januari van het peiljaar, bedoeld in artikel 252a, tweede lid, onderdeel f, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van het bedrag, genoemd in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de huurtoeslag.

ARTIKEL VII

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.