Part of Smart Yellow Suite

WGK014517
Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Wet
Fase Bekendmaking
Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Datum uitgave 6 oktober 2023
Datum inwerkingtreding -
Per KB Ja

Samenvatting

Uitwerking maatregelen arbeidsmarktpositie zzp'ers, met name onderscheid tussen zzp'ers en werknemers. Qua wetgeving zijn er twee maatregelen om dit onderscheid te verduidelijken. Het eerste is het invoeren van een rechtsvermoeden op basis van uurtarief. Deze maatregel beoogt met name werkenden een bewijsrechtelijk steuntje in de rug te geven en daarmee het makkelijker te maken de bij een arbeidsovereenkomst horende rechten op te eisen. Het tweede is het verduidelijken van het gezagscriterium in de definitie van de arbeidsovereenkomst. Gezag is voor wat betreft kwalificatie van een arbeidsrelatie het element dat werknemers en zzp'ers onderscheidt. Tegelijkertijd is daar nu veel onduidelijkheid over en daarmee een grijs gebied waarin de kwalificatie niet altijd duidelijk is. Doel is om dat grijze gebied te verkleinen.

Documenten

stb-2026-158 (PDF)

Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief [KetenID WGK014517]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een rechtsvermoeden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst in te voeren op basis van een tariefgrens teneinde de positie van kwetsbare werknemers te versterken en schijnzelfstandigheid tegen te gaan en daartoe Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

[vervallen]

B

Na artikel 610a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 610aa
1.
Hij die ten behoeve van een ander tegen een beloning door die ander van ten hoogste € 36,– per uur, arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.
2.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gewijzigd op de wijze als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Het bedrag wordt daarbij naar boven afgerond op gehele euro’s. Bij de wijziging wordt uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
3.
Dit artikel is niet van toepassing indien de ander een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Artikel 610aa

ARTIKEL II

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL III

stb-2026-207 (PDF)

Besluit van 13 juli 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief (Stb. 2026, 158)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Werk en Participatie van 10 juli 2026, nr. 2026-0000206920;

Gelet op artikel III, eerste lid, van de Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief (Stb. 2026, 158);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief (Stb. 2026, 158) treedt in werking met ingang van 31 december 2026.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.