Besluit van 16 februari 2026 tot wijziging van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs in verband met de invoering van een toelatingsplicht voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten [KetenID WGK14060]
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november 2025, nr. 2025-0000262705;
Gelet op de artikelen 1, vierde lid, 12c, vierde lid, 12e, derde en vierde lid, 12i, zesde lid, artikel 12l, vijfde lid, 12m, vierde lid, 12n, vierde lid, 12p, vierde lid, 12q, eerste lid, 12s, derde lid, 12ua, tweede lid, 12v, tweede lid, 14a, zesde lid, en 14b, vierde en vijfde lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 januari, nr. W12.25.00348/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 februari 2026, nr. 2026-0000043664,
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1:1 komt te luiden:
Artikel 1:1 Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:B
Aan hoofdstuk 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 1:2 Berekening loonkosten
1.
Onder loonkosten, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van de wet, wordt verstaan het loon, dat diegene die de arbeidskracht ter beschikking stelt aan de arbeidskracht betaalt voor de werkzaamheden verricht tijdens de terbeschikkingstelling, verminderd met vakantiebijslag die als loon is uitbetaald ten laste van een opgebouwd bedrag en de bedragen die zijn uitbetaald ten laste van een opgebouwd arbeidsvoorwaardenbedrag, en vermeerderd met:- de opbouw van de vakantiebijslag;
- de opbouw van het arbeidsvoorwaardenbedrag;
- de opbouw van vakantiedagen;
- premies werknemersverzekeringen ten laste komend van de werkgever;
- inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet;
- de pensioenpremies ten laste komend van de werkgever;
- reis- en overige onkostenvergoedingen; en
- een kostenvergoeding van maximaal 5% van bovenstaande brutoloonkosten voor de werkzaamheden die verbonden zijn aan het optreden als uitlener.
2.
Indien collegiale uitleen plaatsvindt door tussenkomst van een bij collectieve arbeidsovereenkomst aangewezen rechtspersoon of onderneming zonder winstoogmerk, die collegiale uitleen faciliteert, kunnen de loonkosten per arbeidskracht berekend worden op basis van de gemiddelde loonkosten per tijdseenheid voor de functiegroep waartoe die arbeidskracht behoort.C
Na hoofdstuk 1a wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
D
Hoofdstuk 2 komt te luiden:
E
Artikel 5.1 komt te luiden:
Artikel 5:1 Overgangsrecht aanvragen tot ontheffing
Indien een rechtspersoon of onderneming de aanvraag tot verlening van een ontheffing binnen zes kalendermaanden na de inwerkingtreding van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft ingediend en hierbij niet de beoordelingsverklaring, bedoeld in artikel 1b:2, vierde lid, onderdeel d, kan verstrekken, verstrekt de rechtspersoon of onderneming in afwijking van dat artikel de beoordelingsverklaring uiterlijk vier maanden na de indiening van de aanvraag.Artikel 1:1 Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 1:2 Berekening loonkosten
Artikel 1b:1 Meldplicht uitlener
De verplichting, bedoeld in artikel 12c, tweede lid, van de wet is niet van toepassing op degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt en op wie artikel 8 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie van toepassing is.
Artikel 1b:2 Ontheffing uitleenverbod
Artikel 1b:3 Aanvraag toelating
Artikel 1b:4 Schorsen van de toelating
Het besluit tot schorsing treedt niet in werking indien de toegelaten uitlener in de periode van uiterlijk vier weken, bedoeld in artikel 12n, eerste lid, van de wet, de overtreding naar het oordeel van Onze Minister heeft hersteld.
Artikel 1b:5 Bezwaar
Het bezwaar tegen een besluit van Onze Minister inzake het niet verlenen, schorsen of intrekken van een toelating of voorlopige toelating kan niet-ontvankelijk worden verklaard voor zover het bezwaar is gericht tegen de feitelijke bevindingen uit het rapport naleving normenkader, bedoeld in artikel 12r, eerste lid, van de wet, van de inspectie-instelling en een geschil daarover kan worden voorgelegd aan de inspectie-instelling of de weg daarvoor heeft opengestaan doch de indiener van het bezwaar van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt.
Artikel 1b:6 Financiële zekerheidsstelling
Artikel 1b:7 Verhaal op financiële zekerheid
Artikel 1b:8 Normenkader
Artikel 1b:9 Aanwijzing van inspectie-instellingen
Artikel 1b:10 Weigering, schorsing, wijziging of intrekking van een aanwijzing
Artikel 1b:11 In het register op te nemen gegevens
Artikel 1b:12 Aanpassing, verwijdering en bewaartermijn
Artikel 1b:13 Elektronisch berichtenverkeer
Artikel 2:1 Gegevensverstrekking door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Artikel 2:2 Gegevensverstrekking door de Belastingdienst
Artikel 2:3 Gegevensverstrekking door de Sociale verzekeringsbank
Artikel 2:4 Gegevensverstrekking door gemeenten
Artikel 2:5 Gegevensverstrekking door inspectie-instellingen
In het geval gerede twijfel bestaat over de juistheid van de bevindingen van een rapport als bedoeld in artikel 12r, eerste lid, van de wet verstrekt de inspectie-instelling die het rapport heeft opgesteld op verzoek van Onze Minister onverwijld alle aan die bevindingen ten grondslag liggende gegevens en inlichtingen die zijn verkregen bij de totstandkoming van het rapport.
Artikel 2:6 Gegevensverstrekking door andere instanties
Artikel 2:7 Gegevensverstrekking aan de Nederlandse Arbeidsinspectie
Artikel 2:8 Gegevensverstrekking aan de Belastingdienst
Artikel 2:9 Gegevensverstrekking aan gemeenten
Artikel 2:10 Gegevensverstrekking over huisvesting
Artikel 2:11 Gegevensverstrekking ten behoeve van het toezicht op de naleving van collectieve arbeidsovereenkomsten
Artikel 2:12 Bewaartermijn
Een instantie die ingevolge een artikel in dit hoofdstuk gegevens en inlichtingen ontvangt, bewaart die gegevens en inlichtingen niet langer dan noodzakelijk is voor het doel van het verwerken maar niet langer dan maximaal vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst.
Artikel 5:1 Overgangsrecht aanvragen tot ontheffing
Indien een rechtspersoon of onderneming de aanvraag tot verlening van een ontheffing binnen zes kalendermaanden na de inwerkingtreding van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft ingediend en hierbij niet de beoordelingsverklaring, bedoeld in artikel 1b:2, vierde lid, onderdeel d, kan verstrekken, verstrekt de rechtspersoon of onderneming in afwijking van dat artikel de beoordelingsverklaring uiterlijk vier maanden na de indiening van de aanvraag.
ARTIKEL II
Aan artikel 3 van het Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie wordt een lid toegevoegd, luidende:
4.
Onze Minister is bevoegd de gegevens met betrekking tot dienstverrichters, dienstontvangers, contactpersonen, de voor uitbetaling van het loon verantwoordelijke personen en gedetacheerde werknemers, die zijn verwerkt in verband met de artikelen 4 en 8 van de wet, waaronder een nationaal identificatienummer zoals het burgerservicenummer begrepen kan worden, verder te verwerken voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het uitleenverbod, bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, waaronder wordt verstaan de verlening, weigering, schorsing, intrekking of verlenging van een toelating of voorlopige toelating en de controle op de naleving van het normenkader, bedoeld in artikel 12q, eerste lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.ARTIKEL III
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.