{"keten_id": "WGK010883", "titel": "Besluit van tot wijziging van het Besluit naturalisatietoets in verband met de overgangssituatie na de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021", "taal": "NL", "opschrift": "Besluit van tot wijziging van het Besluit naturalisatietoets in verband met de overgangssituatie na de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021", "samenvatting": "De nieuwe Wet inburgering 20.. cre\u00ebert een nieuw stelsel voor de inburgeringsplicht van bepaalde categorie\u00ebn vreemdelingen (waaronder asielstatushouders en gezinsherenigers). De inhoudelijke normen voor de inburgeringsplicht werken inhoudelijk door naar het inburgeringsvereiste dat wordt gesteld aan het verkrijgen van Nederlanderschap.\nAls gevolg van de nieuwe Wet inburgering 20.. moet deze doorwerking naar het nationaliteitsrecht worden herijkt.", "jaar": 2021, "datum_uitgave": "2021-01-07", "datum_inwerkingtreding": null, "per_kb": false, "fase": "bekendmaking", "type": "amvb", "ministerie": "JV", "ministerie_voluit": "Ministerie van Justitie en Veiligheid", "onderwerp": null, "onderwerp_id": null, "documenten": [{"identifier": "stb-2022-115", "titel": "Besluit van 10 maart 2022 tot wijziging van het Besluit naturalisatietoets in verband met de overgangssituatie na de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021", "jaar": 2022, "datum_vastgesteld": null, "datum_gepubliceerd": null, "url": "https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2022-115.xml", "pdf_url": "/media/documenten/pdf/stb-2022-115.pdf", "html": "<h3>Besluit van 10 maart 2022 tot wijziging van het Besluit naturalisatietoets in verband met de overgangssituatie na de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021</h3><p>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</p><p>Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 2\u00a0december 2021, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 3675192;</p><p>Gelet op de artikelen 8, eerste lid, aanhef en onderdeel d, en 23, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap;</p><p>De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 2\u00a0februari 2022, No.W16.21.0360/II/K);</p><p>Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van (8\u00a0maart 2022), directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr.\u00a03865923;</p><p>De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;</p><p>Hebben goedgevonden en verstaan:</p><h4>ARTIKEL I</h4><p>Het Besluit naturalisatietoets wordt als volgt gewijzigd:</p><h5>A</h5><p>In artikel 1, onderdeel a, wordt \u00abOnze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties\u00bb vervangen door \u00abOnze Minister van Justitie en Veiligheid\u00bb.</p><h5>B</h5><p>Artikel 3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:</p><ol><li>hij in het bezit is van:<ol>\n<li>het diploma bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt\u00bb; of</li>\n<li>het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) met daarop de vermelding dat de vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen zijn verworven;</li>\n</ol>\n</li></ol><h5>C</h5><p>In artikel 5, eerste lid, wordt \u00abartikel 7, vierde lid, onderdeel g, van de Wet inburgering\u00bb vervangen door \u00abartikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt\u00bb.</p><h4>ARTIKEL II. INWERKINGTREDING</h4><p>Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In dat besluit kan worden bepaald dat dit besluit terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.</p>\n"}]}