Part of Smart Yellow Suite

WGK009315
Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Wet
Fase Bekendmaking
Ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Datum uitgave 15 augustus 2023
Datum inwerkingtreding -
Per KB Ja

Opschrift

Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen)

Samenvatting

Met de curriculumherziening wordt focus aangebracht in het onderwijs, met absolute prioriteit voor lezen, schrijven en rekenen. Dit wetsvoorstel regelt de benodigde wijzigingen in de grondslag om de nieuwe kerndoelen vast te kunnen stellen. Daarnaast wordt in het wetsvoorstel geregeld dat er kerndoelen kunnen worden vastgesteld voor burgerschap en digitale geletterdheid. Ook zorgt het voorstel ervoor dat in deze wetten dezelfde begrippen wordt gebruikt. Daardoor is het makkelijker om te zien hoe primair, speciaal en voortgezet onderwijs op elkaar aansluiten.

Documenten

stb-2026-138 (PDF)

Wet van 3 juni 2026 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wettelijke grondslagen van de kerndoelen voor het funderend onderwijs te wijzigen in verband met de herijking van het curriculum en de daarmee samenhangende noodzaak tot het aanbrengen van focus op de vaardigheden lezen, schrijven en rekenen gezamenlijk met de toevoeging van nieuwe grondslagen voor kerndoelen burgerschap en kerndoelen digitale geletterdheid;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, tweede lid, aanhef, vervalt «zintuiglijke en ».

B

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Het onderwijs is op doelgerichte en samenhangende wijze gericht op het realiseren van de kerndoelen.
2.
Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van artikel 8, eerste tot en met derde lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen.
3.
De kerndoelen hebben betrekking op lezen, schrijven en rekenen.
4.
Het primair onderwijs omvat verder:
  1. Nederlandse taal;
  2. rekenen en wiskunde;
  3. burgerschap;
  4. digitale geletterdheid;
  5. Engelse taal;
  6. geschiedenis en staatsinrichting;
  7. geestelijke stromingen;
  8. sociale redzaamheid, gezond gedrag en gedrag in het verkeer;
  9. aardrijkskunde;
  10. biologie;
  11. natuur;
  12. techniek;
  13. muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film; en
  14. lichamelijke oefening.
5.
Voor de onderwerpen genoemd in het vierde lid worden eveneens kerndoelen vastgesteld.
12.
Het bevoegd gezag hanteert de kerndoelen bij zijn onderwijsactiviteiten als aan het einde van het basisonderwijs te bereiken doelstellingen. Indien de eerste volzin niet kan worden toegepast voor een leerling vanwege zijn handicap, wordt in het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 40a, aangegeven welke vervangende onderwijsdoelen worden gehanteerd.
20.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
21.
Onze Minister zendt iedere tien jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak tot herziening van de krachtens het tweede lid vastgestelde kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.
C

Artikel 12, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

D

In artikel 41a, tweede lid, onderdeel a, wordt «de kerndoelen, bedoeld in artikel 9, vijfde lid,» vervangen door «het onderwijs in de krachtens artikel 9, tweede lid, vastgestelde kerndoelen».

E

In artikel 45b, vierde lid, laatste volzin, wordt «de kennisgebieden, genoemd in artikel 9, tweede lid, onderdelen a, b en c» vervangen door «de onderwerpen, genoemd in artikel 9, vierde lid, onderdelen f, i, j en k».

F

In artikel 69, zevende lid, wordt «bedoeld in artikel 9, vierde lid» vervangen door «bedoeld in artikel 9, achtste lid».

G

In de artikelen 193i, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1, en 193j, derde lid, onderdeel 3, wordt «Zintuigelijke en lichamelijke oefening;» vervangen door «Lichamelijke oefening;».

H

Na artikel 201 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 201a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen
Onze Minister zendt binnen vijf en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

Artikel 201a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen

Onze Minister zendt binnen vijf en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET PRIMAIR ONDERWIJS BES

De Wet primair onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, tweede lid, aanhef, vervalt «zintuiglijke en ».

B

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Het onderwijs in het openbaar lichaam Bonaire is op doelgerichte en samenhangende wijze gericht op het realiseren van de kerndoelen.
2.
Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van artikel 10, eerste tot en met derde lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen.
3.
De kerndoelen hebben betrekking op lezen, schrijven en rekenen.
4.
Het primair onderwijs op het openbaar lichaam Bonaire omvat verder:
  1. Nederlandse taal;
  2. Papiaments;
  3. rekenen en wiskunde;
  4. burgerschap;
  5. digitale geletterdheid;
  6. Engelse taal;
  7. geschiedenis en staatsinrichting;
  8. geestelijke stromingen;
  9. sociale redzaamheid, gezond gedrag en gedrag in het verkeer;
  10. aardrijkskunde;
  11. biologie;
  12. natuur;
  13. techniek;
  14. muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film; en
  15. lichamelijke oefening.
5.
Voor de onderwerpen genoemd in het vierde lid worden eveneens kerndoelen vastgesteld.
8.
Het bevoegd gezag hanteert de kerndoelen bij zijn onderwijsactiviteiten als aan het einde van het basisonderwijs te bereiken doelstellingen. Indien de eerste volzin niet kan worden toegepast voor een leerling met een specifieke onderwijsbehoefte, wordt in het handelingsplan, bedoeld in artikel 45, aangegeven wat daarvan de reden is en welke vervangende onderwijsdoelen worden gehanteerd.
12.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
C

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Het onderwijs in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba is op doelgerichte en samenhangende wijze gericht op het realiseren van de kerndoelen.
2.
Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van artikel 10, eerste tot en met derde lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen.
3.
De kerndoelen hebben betrekking op lezen, schrijven en rekenen.
4.
Het primair onderwijs op de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba omvat verder:
  1. Nederlandse taal;
  2. Engelse taal;
  3. rekenen en wiskunde;
  4. burgerschap;
  5. digitale geletterdheid;
  6. geschiedenis en staatsinrichting;
  7. geestelijke stromingen;
  8. sociale redzaamheid, gezond gedrag en gedrag in het verkeer;
  9. aardrijkskunde;
  10. biologie;
  11. natuur;
  12. techniek;
  13. muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film; en
  14. lichamelijke oefening.
5.
Voor de onderwerpen genoemd in het tweede lid worden eveneens kerndoelen vastgesteld.
8.
Het bevoegd gezag hanteert de kerndoelen bij zijn onderwijsactiviteiten als aan het einde van het basisonderwijs te bereiken doelstellingen. Indien de eerste volzin niet kan worden toegepast voor een leerling met een specifieke onderwijsbehoefte, wordt in het handelingsplan, bedoeld in artikel 45, aangegeven wat daarvan de reden is en welke vervangende onderwijsdoelen worden gehanteerd.
12.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Ca

Na artikel 12 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12a. Verslag herziening kerndoelen
Onze Minister zendt iedere tien jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak tot herziening van de krachtens de artikelen 11, tweede lid, en 12, tweede lid, vastgestelde kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.
D

Artikel 15, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

E

In artikel 47a, tweede lid, onderdeel a, wordt «de kerndoelen, bedoeld in artikel 11, vierde lid,» vervangen door «het onderwijs in de krachtens artikelen 11, tweede lid, en 12, tweede lid, vastgestelde kerndoelen».

F

In artikel 51b, tweede lid, laatste volzin, wordt «de kennisgebieden, genoemd in artikel 11, tweede lid, onderdelen a, b en c» vervangen door «de onderwerpen, genoemd in artikel 11, vierde lid, onderdelen g, j, k en l».

G

In het opschrift en de tekst van artikel 150 vervalt «zintuiglijke en ».

H

Na artikel 164b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 164c. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen
Onze Minister zendt binnen vijf en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

Artikel 12a. Verslag herziening kerndoelen

Onze Minister zendt iedere tien jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak tot herziening van de krachtens de artikelen 11, tweede lid, en 12, tweede lid, vastgestelde kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.

Artikel 164c. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen

Onze Minister zendt binnen vijf en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WET OP DE EXPERTISECENTRA

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

B

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Het speciaal onderwijs is, onverminderd het bepaalde in artikel 15, op doelgerichte en samenhangende wijze gericht op het realiseren van de kerndoelen.
2.
Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van artikel 11, eerste tot en met vierde lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen. Deze kerndoelen kunnen voor de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, verschillen.
3.
De kerndoelen hebben betrekking op lezen, schrijven en rekenen.
4.
Het speciaal onderwijs omvat verder:
  1. Nederlandse taal;
  2. rekenen en wiskunde;
  3. burgerschap;
  4. digitale geletterdheid;
  5. Engelse taal;
  6. geschiedenis en staatsinrichting;
  7. geestelijke stromingen;
  8. sociale redzaamheid, gezond gedrag en gedrag in het verkeer;
  9. aardrijkskunde;
  10. biologie;
  11. natuur;
  12. techniek;
  13. muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film;
  14. lichamelijke oefening; en
  15. algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming.
5.
Voor de onderwerpen genoemd in het vierde lid worden eveneens kerndoelen vastgesteld.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen onderwijssoorten als bedoeld in artikel twee, tweede lid, worden aangewezen waarvoor kerndoelen worden vastgesteld die betrekking hebben op Nederlandse Gebarentaal. Voor de aangewezen onderwijssoorten is het onderwijs mede gericht op het realiseren van deze kerndoelen.
7.
In afwijking van het derde en vijfde lid hebben de kerndoelen voor speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen voor wie het zeer moeilijk lerend zijn een van de handicaps is betrekking op:
  1. algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming; en
  2. de leergebieden, genoemd in artikel 14c, vijfde lid.
13.
Het bevoegd gezag hanteert de kerndoelen bij haar onderwijsactiviteiten als aan het einde van het onderwijs te bereiken doelstellingen. Indien de eerste volzin niet kan worden toegepast voor een leerling, wordt in het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 41a, aangegeven wat daarvan de reden is en welke vervangende onderwijsdoelen worden gehanteerd.
16.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
C

Artikel 14c wordt als volgt gewijzigd:

2.
Het onderwijs in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel wordt zo ingericht dat een samenhangend en doelgericht op de kerndoelen gebaseerd onderwijsprogramma wordt aangeboden, waarbij het bevoegd gezag de kerndoelen uitwerkt voor de verschillende groepen leerlingen.
3.
Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van artikel 11, eerste tot en met vierde lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen.
4.
De kerndoelen arbeidsmarktgericht uitstroomprofiel hebben betrekking op:
  1. algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming,
  2. de leergebieden, en
  3. voorbereiding op arbeid.
  1. burgerschap, en
  2. digitale geletterdheid.
11.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen onderwijssoorten als bedoeld in artikel twee, tweede lid, worden aangewezen waarvoor kerndoelen worden vastgesteld die betrekking hebben op Nederlandse Gebarentaal. Voor de aangewezen onderwijssoorten is het onderwijs mede gericht op het realiseren van deze kerndoelen.
15.
De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
D

Artikel 14f wordt als volgt gewijzigd:

2.
Het onderwijs in het uitstroomprofiel dagbesteding wordt zo ingericht dat een samenhangend en doelgericht op de kerndoelen gebaseerd onderwijsprogramma wordt aangeboden waarbij het bevoegd gezag de kerndoelen uitwerkt voor de verschillende groepen leerlingen.
3.
Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van artikel 11, eerste tot en met vierde lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen.
4.
De kerndoelen uitstroomprofiel dagbesteding hebben betrekking op:
  1. algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming,
  2. de leergebieden, en
  3. voorbereiding op dagbesteding.
  1. burgerschap, en
  2. digitale geletterdheid.
10.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen onderwijssoorten als bedoeld in artikel twee, tweede lid, worden aangewezen waarvoor kerndoelen worden vastgesteld die betrekking hebben op Nederlandse Gebarentaal. Voor de aangewezen onderwijssoorten is het onderwijs mede gericht op het realiseren van deze kerndoelen.
13.
De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
E

In artikel 15 wordt «de artikelen 13, eerste tot en met vijfde lid» vervangen door «artikel 13, eerste tot en met vijfde lid».

F

In artikel 16 wordt «artikel 13, eerste tot en met vijfde lid» vervangen door «de krachtens artikel 13, tweede lid, vastgestelde kerndoelen».

Fa

Na artikel 16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16a. Verslag herziening kerndoelen
Onze Minister zendt iedere tien jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak tot herziening van de krachtens de artikelen 13, tweede lid, 14c, derde lid, en 14f, derde lid, vastgestelde kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.
G

In artikel 18b, tweede lid, wordt «artikel 13, derde lid, onderdelen a, b en c» vervangen door «artikel 13, vierde lid, onderdelen f, i, j en k».

H

Artikel 21, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 25, eerste lid, wordt «de artikelen 14c, negende lid, en 14f, achtste lid,» vervangen door «de artikelen 14c, tweede lid, en 14f, tweede lid,».

J

In artikel 46a, tweede lid, onderdeel a wordt «de kerndoelen, bedoeld in artikel 13, zevende lid,» vervangen door «het onderwijs in de krachtens artikel 13, tweede lid, vastgestelde kerndoelen».

K

In artikel 48c, vierde lid, laatste volzin, wordt «de kennisgebieden, genoemd in artikel 9, tweede lid, onderdelen a, b en c» vervangen door «de onderwerpen, genoemd in artikel 13, tweede lid, onderdelen f, i, j, en k».

L

In artikel 70, zesde lid, wordt «artikel 13, zesde lid» vervangen door «artikel 13, negende lid,».

M

Na artikel 178 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 178a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen
Onze Minister zendt binnen vijf en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

Artikel 16a. Verslag herziening kerndoelen

Onze Minister zendt iedere tien jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak tot herziening van de krachtens de artikelen 13, tweede lid, 14c, derde lid, en 14f, derde lid, vastgestelde kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.

Artikel 178a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen

Onze Minister zendt binnen vijf en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020

De Wet voortgezet onderwijs 2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.13 komt te luiden:

Artikel 2.13. Kerndoelen eerste twee leerjaren
1.
Het onderwijs is voor de eerste twee leerjaren op doelgerichte en samenhangende wijze gericht op het realiseren van de kerndoelen.
2.
Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van de artikelen 1.4 en 2.2, eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen.
3.
De kerndoelen hebben betrekking op lezen, schrijven en rekenen.
4.
Het voortgezet onderwijs omvat verder:
  1. Nederlandse taal;
  2. rekenen en wiskunde;
  3. burgerschap;
  4. digitale geletterdheid;
  5. Engelse taal;
  6. geschiedenis en staatsinrichting;
  7. economie;
  8. geestelijke stromingen;
  9. sociale redzaamheid en gezond gedrag;
  10. aardrijkskunde;
  11. biologie;
  12. natuur- en scheikunde;
  13. techniek;
  14. muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film; en
  15. lichamelijke opvoeding.
5.
Voor de onderwerpen genoemd in het vierde lid worden eveneens kerndoelen vastgesteld.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen kerndoelen worden vastgesteld die betrekking hebben op klassieke talen of moderne vreemde talen, niet zijnde Engels. Indien deze talen onderdeel uitmaken van het onderwijsprogramma is het onderwijs mede gericht op het realiseren van deze kerndoelen.
7.
Onze Minister zendt iedere tien jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak tot herziening van de krachtens het tweede lid vastgestelde kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.
B

Aan artikel 2.19 wordt een lid toegevoegd, luidende:

5.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen kerndoelen worden vastgesteld voor het onderwijsprogramma in het derde leerjaar van het havo en vwo. Artikel 2.13 is van overeenkomstige toepassing.
C

Artikel 13.1 wordt als volgt gewijzigd:

D

Na artikel 13.14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13.15. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen
Onze Minister zendt binnen vijf en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

Artikel 2.13. Kerndoelen eerste twee leerjaren

Artikel 13.15. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen

Onze Minister zendt binnen vijf en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

In artikel 7.25a, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt «onderdelen of kennisgebieden als bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs» vervangen door «de onderwerpen genoemd in artikel 9, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs».

ARTIKEL Va. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ONDERWIJSRAAD

Aan artikel 2, eerste lid, van de Wet op de Onderwijsraad wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

ARTIKEL VI. SAMENLOOP

ARTIKEL VII. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL VIII. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen.

stb-2026-146 (PDF)

Besluit van 10 juni 2026, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen [KetenID WGK9315]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 juni 2026, nr. WJZ/63322848 (ID9315);

Gelet op artikel VII van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026, met uitzondering van artikel I, onderdeel B, subonderdeel 3, het voorgestelde vierde lid, onderdelen c en d, artikel III, onderdeel B, subonderdeel 3, het voorgestelde vierde lid, onderdelen c en d, onderdeel C, subonderdeel 2, en onderdeel D, subonderdeel 2, en artikel IV, onderdeel A, het voorgestelde artikel 2.13, vierde lid, onderdelen c en d, die in werking treden met ingang van 1 augustus 2027 en met uitzondering van artikel II, onderdeel B, subonderdeel 3, het voorgestelde vierde lid, onderdelen d en e, en onderdeel C, subonderdeel 3, het voorgestelde vierde lid, onderdelen d en e, die in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.