Besluit van 26 mei 2026 tot wijziging van het Schepenbesluit 2004 in verband met het aanpassen van bepalingen betreffende het nationaal veiligheidscertificaat en enige andere wijzigingen [KetenID WGK005819]
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 30 januari 2026, nr. IENW/BSK-2025/338792, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 3, tweede en derde lid, 3a, eerste, derde en vierde lid, 4, tweede lid, en 6, tweede lid, van de Schepenwet;
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 4 maart 2026, nr. W17.26.00028/IV/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 21 mei 2026, nr. IENW/BSK-2026/51213, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Schepenbesluit 2004 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
B
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
3.
Een verbouwing als bedoeld in het tweede lid is:- een verbouwing tot een ander op grond van dit besluit onderscheiden scheepstype;
- een reparatie, verandering of wijziging van ingrijpende aard, zoals gespecificeerd in een in het kader van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluit dat betrekking heeft op de bescherming van mensenlevens op zee, of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld; of
- enige andere verbouwing waardoor de eigenschappen van het schip, waaronder afmetingen, passagierscapaciteit, levensduur of functie, zodanig veranderen of wijzigen dat naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie sprake is van een reparatie, verandering of wijziging van ingrijpende aard aan het schip.
C
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
2.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een internationaal certificaat van uitwatering als bedoeld in artikel 16 van het Uitwateringsverdrag benodigd is voor een schip met een nationaal veiligheidscertificaat.D
Artikel 6 komt te luiden:
Artikel 6. Nationaal veiligheidscertificaat
1.
Voor een passagiersschip of een vrachtschip met een lengte van 12 meter of meer waarvoor geen internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, benodigd is, is een nationaal veiligheidscertificaat benodigd.2.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een nationaal veiligheidscertificaat benodigd is voor daarbij aangewezen vrachtschepen met een lengte van minder dan 12 meter.E
Na artikel 6 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 6a. Veiligheidscertificaten op grond van bijzondere of specifieke kenmerken
1.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor schepen met bijzondere of specifieke eigenschappen of bestemd voor bijzondere of specifieke doeleinden of vaargebieden, een veiligheidscertificaat benodigd is dat wordt afgegeven op grond van een in een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluit dat betrekking heeft op de bescherming van mensenlevens op zee, of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld.2.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor schepen met bijzondere of specifieke eigenschappen of bestemd voor bijzondere of specifieke doeleinden of vaargebieden, kan worden gekozen voor een veiligheidscertificaat dat wordt afgegeven op grond van een in een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluit dat betrekking heeft op de bescherming van mensenlevens op zee, of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld.3.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een veiligheidscertificaat als bedoeld in het eerste en tweede lid:- in de plaats treedt van het nationaal veiligheidscertificaat of van een certificaat als bedoeld in artikel 5; of
- wordt gecombineerd met een nationaal veiligheidscertificaat of een certificaat als bedoeld in artikel 5.
Artikel 6b. Aanvullende regels certificaten lading of bedrijfsvoering over schepen
Bij regeling van Onze Minister kunnen aanvullende regels worden gesteld met betrekking tot de benodigde certificaten voor het vervoer van lading of de bedrijfsvoering over schepen, waaronder scheepsbeveiliging.F
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
3.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een veiligheidsmanagementcertificaat of een internationaal scheepsbeveiligingscertificaat als bedoeld in het eerste lid benodigd is voor een schip met een nationaal veiligheidscertificaat.G
Artikel 9a wordt als volgt gewijzigd:
2.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een certificaat voor poolschepen benodigd is voor een schip met een nationaal veiligheidscertificaat.H
Artikel 12 vervalt.
I
In artikel 13 wordt «een internationaal certificaat van uitwatering» vervangen door «een internationaal certificaat van uitwatering als bedoeld in artikel 4».
J
Artikel 15 komt te luiden:
Artikel 15. Onderzoeken in verband met nationaal veiligheidscertificaat
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de onderzoeken waaraan een schip ter verkrijging van een nationaal veiligheidscertificaat en tijdens de geldigheidsduur daarvan wordt onderworpen.K
Artikel 20, eerste lid, komt te luiden:
1.
De in de artikelen 13, 14, 16, 17, 19 tot en met 19b bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende verdragen en Codes voorgeschreven tijdstippen.L
In artikel 21 wordt «de artikelen 13 tot en met 19b» vervangen door «de artikelen 13, 14 en 16 tot en met 19b».
M
In artikel 22, eerste lid, wordt «in verband met een krachtens artikel 12 vereist certificaat» vervangen door «in verband met een op grond van artikelen 6a en 6b benodigd certificaat».
N
In artikel 23, eerste lid, wordt «de artikelen 13 tot en met 19b» vervangen door «de artikelen 13, 14 en 16 tot en met 19b».
O
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
1.
De volgende certificaten hebben een geldigheidsduur van één jaar:- het veiligheidscertificaat voor passagiersschepen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a; en
- indien afgegeven voor een passagiersschip, het veiligheidscertificaat voor hogesnelheidsschepen, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
2.
De volgende certificaten hebben een geldigheidsduur van vijf jaar:- het internationaal certificaat van uitwatering, bedoeld in artikel 4;
- het veiligheidscertificaat voor vrachtschepen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b;
- het radioveiligheidscertificaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c;
- indien afgegeven voor een vrachtschip, het veiligheidscertificaat voor hogesnelheidsschepen, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
- de certificaten en documenten, bedoeld in artikel 8;
- het veiligheidsmanagementcertificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a;
- het internationaal scheepsbeveiligingscertificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b;
- het certificaat voor poolschepen, bedoeld in artikel 9a; en
- het certificaat voor schepen die industrieel personeel vervoeren als bedoeld in artikel 9b.
5.
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van een nationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6.P
Artikel 30 komt te luiden:
Artikel 30. Vernieuwing van certificaten
1.
Indien een hernieuwd onderzoek in verband met de vernieuwing van een certificaat binnen drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, is het nieuwe certificaat, in afwijking van artikel 29, eerste en tweede lid, geldig vanaf de datum van voltooiing van het desbetreffende onderzoek tot:- een datum niet later dan twaalf maanden na de vervaldatum van het bestaande certificaat indien het betreft:
- een veiligheidscertificaat voor passagiersschepen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a; en
- een veiligheidscertificaat voor hogesnelheidsschepen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, afgegeven voor een passagiersschip.
- een datum niet later dan vijf jaren na de vervaldatum van het bestaande certificaat, indien het betreft:
- het internationaal certificaat van uitwatering, bedoeld in artikel 4;
- het veiligheidscertificaat voor vrachtschepen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b;
- het radioveiligheidscertificaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c;
- het veiligheidscertificaat voor hogesnelheidsschepen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, afgegeven voor een vrachtschip;
- de certificaten en documenten, genoemd in artikel 8;
- het veiligheidsmanagementcertificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a;
- het internationaal scheepsbeveiligingscertificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b;
- het certificaat voor poolschepen, bedoeld in artikel 9a; en
- het certificaat voor schepen die industrieel personeel vervoeren als bedoeld in artikel 9b.
- een bij regeling van Onze Minister vast te stellen datum indien het een nationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6, betreft. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt in bij regeling aan te wijzen categorieën schepen.
2.
Indien het hernieuwd onderzoek als bedoeld in het eerste lid meer dan drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, is het nieuwe certificaat, in afwijking van artikel 29, eerste en tweede lid, geldig vanaf de datum van voltooiing van het desbetreffende onderzoek tot:- een datum niet later dan 12 maanden na de datum van voltooiing van het hernieuwd onderzoek voor schepen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- een datum niet later dan vijf jaren na de datum van voltooiing van het hernieuwd onderzoek voor schepen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; en
- een bij regeling van Onze Minister vast te stellen datum indien het een nationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6, betreft. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt in bij regeling aan te wijzen categorieën schepen.
Q
In artikel 32 wordt «met betrekking tot de geldigheidsduur van de krachtens artikel 12 vereiste certificaten» vervangen door «met betrekking tot de geldigheidsduur en de vernieuwing van de op grond van artikelen 6a en 6b benodigde certificaten».
R
Het derde lid van artikel 40 vervalt.
S
Artikel 41 komt te luiden:
Artikel 41. Eisen in verband met nationaal veiligheidscertificaat
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de eisen die ter verkrijging van een nationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6, worden gesteld.T
Na artikel 41 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 41a Eisen in verband met de veiligheid van navigatie
1.
De eisen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag zijn eveneens van toepassing op schepen waarvoor geen internationaal of nationaal veiligheidscertificaat benodigd is.2.
Bij regeling van Onze Minister kunnen bepaalde categorieën schepen van bepalingen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag worden uitgezonderd, met inachtneming van voorschrift V/1 van het verdrag.U
Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:
V
In artikel 51 wordt «artikel 12, tweede lid,» vervangen door «artikel 6b».
W
In artikel 60 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.
X
Artikel 61, vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot het vierde en vijfde lid.
Y
Na artikel 62 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 62a. Verplichtingen kapitein schip met bijzondere lading
De kapitein van een schip waarvoor een certificaat of document als bedoeld in artikel 8 benodigd is, draagt er zorg voor dat aan boord van het schip de in de desbetreffende Code opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd.Artikel 6. Nationaal veiligheidscertificaat
Artikel 6a. Veiligheidscertificaten op grond van bijzondere of specifieke kenmerken
Artikel 6b. Aanvullende regels certificaten lading of bedrijfsvoering over schepen
Bij regeling van Onze Minister kunnen aanvullende regels worden gesteld met betrekking tot de benodigde certificaten voor het vervoer van lading of de bedrijfsvoering over schepen, waaronder scheepsbeveiliging.
Artikel 15. Onderzoeken in verband met nationaal veiligheidscertificaat
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de onderzoeken waaraan een schip ter verkrijging van een nationaal veiligheidscertificaat en tijdens de geldigheidsduur daarvan wordt onderworpen.
Artikel 30. Vernieuwing van certificaten
Artikel 41. Eisen in verband met nationaal veiligheidscertificaat
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de eisen die ter verkrijging van een nationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6, worden gesteld.
Artikel 41a Eisen in verband met de veiligheid van navigatie
Artikel 62a. Verplichtingen kapitein schip met bijzondere lading
De kapitein van een schip waarvoor een certificaat of document als bedoeld in artikel 8 benodigd is, draagt er zorg voor dat aan boord van het schip de in de desbetreffende Code opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd.
ARTIKEL II
ARTIKEL III
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.