Part of Smart Yellow Suite

WGK000025
Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd

Updates ontvangen over deze regeling? Log in

Overheid.nl - XML - JSON

Type Wet
Fase Bekendmaking
Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Datum uitgave 28 maart 2015
Datum inwerkingtreding -
Per KB Ja

Documenten

stb-2015-376 (PDF)

Wet van 30 september 2015 tot aanpassing van enige arbeidsrechtelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor werknemers en ambtenaren die na de AOW-gerechtigde leeftijd willen blijven werken (Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enige arbeidsrechtelijke belemmeringen voor het werken na de AOW-gerechtigde leeftijd weg te nemen en tevens het risico op verdringing van nog niet AOW-gerechtigde werknemers en ambtenaren te beperken;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGINGEN VAN BOEK 7 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 629 wordt als volgt gewijzigd:

2.
In afwijking van lid 1 geldt het in dat lid bedoelde recht voor een tijdvak van zes weken voor de werknemer die:
  1. doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat; of
  2. de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
Indien de ongeschiktheid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor de datum waarop de werknemer de in onderdeel b bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum de in dit lid genoemde termijn, voor zover het totale tijdvak niet meer bedraagt dan 104 weken.
B

Artikel 658a wordt als volgt gewijzigd:

C

Artikel 660a wordt als volgt gewijzigd:

2.
Lid 1, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing op de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
D

Aan artikel 668a wordt een lid toegevoegd, luidende:

12.
De periode, bedoeld in lid 1, onderdeel a, wordt verlengd tot ten hoogste 48 maanden, en het aantal, bedoeld in lid 1, onderdeel b, bedraagt ten hoogste zes, indien het betreft een arbeidsovereenkomst met een werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt. Voor de vaststelling of de in dit lid bedoelde periode of het bedoelde aantal arbeidsovereenkomsten is overschreden worden alleen arbeidsovereenkomsten in aanmerking genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd.
E

Artikel 669 wordt als volgt gewijzigd:

F

Artikel 670, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

  1. ten minste twee jaren heeft geduurd, dan wel zes weken voor de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, of.
G

Artikel 672 wordt als volgt gewijzigd:

3.
In afwijking van lid 2 bedraagt de door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging één maand indien de werknemer de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
H

In artikel 673, zevende lid, onder b, wordt «artikel 7a, lid 1, van de Algemene Ouderdomswet» vervangen door: artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet.

ARTIKEL II. WIJZIGINGEN VAN DE AMBTENARENWET

De Ambtenarenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1.
Titel III en IIIa zijn niet van toepassing op:
B

Na artikel 126 wordt een titel ingevoegd, luidende:

Artikel 127

Artikel 127a

Indien bij voorschriften of regels op grond van artikel 125, eerste en tweede lid, van de Ambtenarenwet of van artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012 een in acht te nemen termijn van opzegging van het dienstverband van de ambtenaar is bepaald, bedraagt die termijn voor de ambtenaar die de in artikel 127, eerste lid, bedoelde leeftijd heeft bereikt, een maand.

Artikel 127b

Artikel 127c

Artikel 127ca

Artikel 127d

Artikel 127e

Bij voorschriften of regels op grond van artikel 125, eerste en tweede lid, van de Ambtenarenwet en van artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012, kan ten gunste van de ambtenaar die de in artikel 127, eerste lid, bedoelde leeftijd heeft bereikt, van de artikelen 127 tot en met 127d worden afgeweken.

ARTIKEL III. WIJZIGINGEN VAN DE ZIEKTEWET

De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, eerste lid, vervalt «die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en».

B

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

C

Aan artikel 45, eerste lid, onderdelen o en p, wordt telkens toegevoegd: tenzij de belanghebbende de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.

D

Na hoofdstuk IIIA wordt een hoofdstuk met opschrift ingevoegd, luidende:

E

In artikel 73b wordt «artikel 63a, derde lid, bedoelde betaling» vervangen door: artikel 63a, derde lid, bedoelde betaling dan wel tegen het verhaal, bedoeld in artikel 63e, eerste lid,.

F

Artikel 76a wordt als volgt gewijzigd:

8.
In afwijking van het eerste lid bestaat de in dat lid bedoelde aanspraak gedurende een tijdvak van zes weken voor de persoon, bedoeld in artikel 76, die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt. Indien de ongeschiktheid als gevolg van ziekte een aanvang heeft genomen voor de datum waarop de werknemer de in de vorige volzin bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum het in die volzin genoemde tijdvak, voor zover het totale tijdvak waarin aanspraak bestaat op bezoldiging, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dan wel van hetgeen daarmee overeenkomt niet meer bedraagt dan 104 weken.
G

Aan artikel 76b wordt een lid toegevoegd, luidende:

5.
Het tweede lid, onderdeel i, is niet van toepassing indien de betrokkene de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
H

Artikel 76e wordt als volgt gewijzigd:

I

Aan hoofdstuk II van de vijfde afdeling worden drie artikelen waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van dat hoofdstuk toegevoegd, luidende:

Artikel 104
1.
In afwijking van het in de artikelen 29, vijfde lid, en 76a, derde en achtste lid, genoemde tijdvak van 6 weken, geldt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een tijdvak van dertien weken voor de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
2.
Indien de ongeschiktheid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor de datum waarop de werknemer de in het eerste lid bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum de in het eerste lid genoemde termijn, voor zover het totale tijdvak niet meer bedraagt dan 104 weken.
3.
Met ingang van het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, geldt het in de artikelen 29, vijfde lid, en 76a, derde en achtste lid, genoemde tijdvak van zes weken, voor zover het totale tijdvak niet meer bedraagt dan dertien weken.
4.
Het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder vastgesteld, dan nadat:
  1. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd (Kamerstukken 34 073) in de praktijk gedurende de eerste twee jaren na inwerkingtreding van die wet, aan de beide kamers der Staten-Generaal heeft gezonden; en
  2. acht weken zijn verstreken nadat het voornemen tot het vaststellen van dat tijdstip is meegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Artikel 105
1.
Het in artikel 76a, eerste lid, genoemde tijdvak van 104 weken blijft gedurende zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel F, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd van toepassing op de werknemer:
  1. die op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding ten minste de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft, dan wel binnen zes maanden na dat tijdstip deze leeftijd bereikt, en
  2. die voor het tijdstip van inwerkingtreding en tevens, al dan niet na een onderbreking gedurende minder dan vier weken, na dat tijdstip verhinderd is om de dienst te verrichten of het ambt te vervullen wegens ongeschiktheid als gevolg van ziekte.
2.
Na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van zes maanden, geldt het in artikel 104 genoemde tijdvak van dertien weken voor zover het totale tijdvak waarin aanspraak bestaat op bezoldiging, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dan wel van hetgeen daarmee overeenkomt niet meer bedraagt dan 104 weken.
Artikel 106
Artikel 63e is niet van toepassing voor zover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.

Artikel 63e

Artikel 63f

Artikel 63g

De vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens verhaal als bedoeld in artikel 63e, eerste lid, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van de artikelen 287 en 288 onder a, alsmede dat van artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 104

Artikel 105

Artikel 106

Artikel 63e is niet van toepassing voor zover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET MINIMUMLOON EN MINIMUMVAKANTIEBIJSLAG

In artikel 7, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag vervalt «doch niet de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet».

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET AANPASSING ARBEIDSDUUR

Na artikel 1 van de Wet aanpassing arbeidsduur wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Deze wet is niet van toepassing op de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.

ARTIKEL VI. WIJZIGING VAN DE WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN

Artikel 8, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen komt te luiden:

1.
Werknemer is de werknemer in de zin van de Ziektewet met uitzondering van de werknemer:
  1. die zijn werknemerschap ontleent aan artikel 4, eerste lid, onderdeel g, van die wet, of
  2. die de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt.

ARTIKEL VII. WIJZIGING VAN DE WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN

De Wet financiering sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 50b, eerste lid, komt te luiden:

1.
De artikelen 47 en 49 zijn niet van toepassing, indien de werknemer:
  1. arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening, of
  2. de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, met ingang van de eerste dag van de maand waarin deze leeftijd is bereikt.
B

In artikel 114, onderdeel j, wordt «en 63c, tweede lid» vervangen door: 63c, tweede lid, en 63e.

C

Aan artikel 115, eerste lid, onderdeel e, wordt toegevoegd: en de op grond van de Ziektewet te betalen uitkeringen aan de verzekerde die de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt.

D

Aan hoofdstuk 7a wordt een artikel waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van het hoofdstuk toegevoegd, luidende:

Artikel 122#. Overgangsrecht in verband met de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd
Artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijft buiten toepassing op het ziekengeld op grond van de Ziektewet, alsmede de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet, vermeerderd met de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, dat is of wordt betaald aan de verzekerde ten aanzien van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag dat de verzekerde de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en voor de dag van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.

Artikel 122#. Overgangsrecht in verband met de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd

Artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijft buiten toepassing op het ziekengeld op grond van de Ziektewet, alsmede de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet, vermeerderd met de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, dat is of wordt betaald aan de verzekerde ten aanzien van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag dat de verzekerde de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en voor de dag van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.

ARTIKEL VIII. WIJZIGING VAN DE TOESLAGENWET

Aan artikel 2 van de Toeslagenwet wordt een lid toegevoegd, luidende:

6.
Geen recht op toeslag heeft de gehuwde of ongehuwde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt.

ARTIKEL VIIIA. OVERGANGSRECHT BURGERLIJK WETBOEK

ARTIKEL IX. OVERGANGSRECHT BURGERLIJK WETBOEK

ARTIKEL X. SAMENLOOP MET HET INITIATIEFWETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE WET AANPASSING ARBEIDSDUUR TEN EINDE FLEXIBEL WERKEN TE BEVORDEREN

A

Indien het bij geleidende brief van 9 september 2011 ingediende voorstel van wet van de leden Van Gent en Van Hijum tot wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur ten einde flexibel werken te bevorderen (Kamerstukken 32 889) tot wet is of wordt verheven en die wet eerder in werking is getreden of treedt dan artikel V van deze wet, komt dat artikel te luiden:

B

Indien het bij geleidende brief van 9 september 2011 ingediende voorstel van wet van de leden Van Gent en Van Hijum tot wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur ten einde flexibel werken te bevorderen (Kamerstukken 32 889) tot wet is of wordt verheven en die wet later in werking treedt dan artikel V van deze wet, wordt in artikel 1a van de Wet flexibel werken «van toepassing op» vervangen door: van toepassing ten aanzien van de aanpassing van de arbeidsduur van.

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET FLEXIBEL WERKEN

Na artikel 1 van de Wet flexibel werken wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Deze wet is niet van toepassing ten aanzien van de aanpassing van de arbeidsduur van de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.

ARTIKEL XA. WIJZIGING VAN DE WET MAATREGELEN WET WERK EN BIJSTAND EN ENKELE ANDERE WETTEN

Artikel IX, onderdeel A, subonderdeel 2, van de Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten wordt als volgt gewijzigd:

ARTIKEL XB. WIJZIGING VAN DE VERZAMELWET SZW 2015

Artikel X, onderdeel A, van de Verzamelwet SZW 2015 komt te luiden:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

8.
Het zevende lid is niet van toepassing op ongehuwden die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt.
  1. de persoon die onderwijs volgt waarvoor aanspraak op studiefinanciering kan bestaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die studiefinanciering, de persoon die onderwijs volgt waarvoor aanspraak kan bestaan op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en de persoon die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in de beroepsbegeleidende leerweg volgt.

ARTIKEL XC

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk gedurende de eerste twee jaren na inwerkingtreding.

ARTIKEL XI. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.

ARTIKEL XII. INWERKINGTREDING

Wetswijzigingen integreren met je processen? Probeer Way 3 weken gratis.